Zorgen over gezondheidszorg, lokale ontwrichting dreigt

De ingrijpende wijzigingen die het kabinet in de langdurige gezondheidszorg uitvoert, komen nu al naar voren in de cijfers van de uitvoerders van geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg. Uit een inventarisatie van deze krant van de gang van zaken bij de veertig grootste organisaties in deze sectoren, blijkt dat de vanzelfsprekend hoge omzetgroei is omgeslagen in een kleine neergang. De exploitatiecijfers vertonen een scherp dalende trend (69 procent minder winst). Sommige instellingen lijden zelfs ernstige verliezen.

Achter deze koele cijfers gaan per instelling, per verdieping en soms per kamer veranderingen schuil met indringende consequenties voor bewoners, patiënten, personeel en leiding.

De herschikking van taken in de langdurige gezondheidszorg en de afgesproken bezuinigingen vormen pijlers onder het kabinetsbeleid dat de stijging van de kosten van gezondheidszorg wil afremmen en de zorg wil organiseren op gemeentelijk niveau. Het kabinet heeft daarvoor, ook dankzij steun van de zogeheten constructieve oppositiepartijen, een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer weten te vinden. Daar houdt de politieke besluitvorming nu op. Maar het kabinet én de Kamers zullen de voortgang en uitvoering van dit verstrekkende hervormingsproject nauwlettend moeten volgen. Lokale ontwrichting is een serieus gevaar. Adequate rapportage van gemeenten is noodzaak. Die rapportage moet geen goednieuwsshow zijn als daar geen aanleiding voor is.

De uitkomsten van de inventarisatie suggereren dat talloze zorgorganisaties vooruitlopen op de grote veranderingen die volgend jaar optreden. Zij sluiten afdelingen, etages of hele complexen, zij reorganiseren en reduceren hun mankracht en verkopen soms ook vastgoed. In hun reactie moeten zij de zorg voor ‘hun’ mensen, zowel patiënten en bewoners als personeel, voorop stellen.

De combinatie van drukke reorganisaties, onzekerheid en verliezen brengt twee gevaren met zich mee. De eerste is veronachtzaming van de kwaliteit van de zorg. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft daar inmiddels de nodige ervaring mee. Extra onaangekondigd inspectiebezoek ligt voor de hand.

Het tweede gevaar is dat meer grote zorginstellingen, in navolging van ziekenhuizen, in zware financiële problemen komen en failliet gaan of dreigen te gaan. Zulke problemen oplossen vereist stuurmanskunst. Zeker omdat talloze van deze organisaties door fusies veel groter zijn geworden dan nodig is voor hun zorgverlening. Continuïteit van de zorg, inclusief de investeringen in woon- en leefomgeving, is een taak van gemeenten, zorgverzekeraars en rijksoverheid. Continuïteit van organisaties is dat niet.