Zo wordt in Sierra Leone tegen ebola gestreden

Het ebolavirus heeft in West-Afrika al 729 mensen het leven gekost, zei de WHO gisteren. Een van de slachtoffers is een arts zelf. ‘Veiligheid van personeel gaat boven alles’.

Foto Gunnhildur Arnadottir

De afgelopen vijf weken werkte de IJslandse verpleegkundige Gunnhildur Arnadottir (30) in een geïmproviseerde kliniek van Artsen zonder Grenzen (AzG) in Kailahun, een afgelegen stadje in het oosten van Sierra Leone. Sinds medio juni zijn daar zo’n 160 ebolapatiënten verpleegd. Mannen, vrouwen en kinderen uit de regio die besmet waren of zijn met het dodelijke virus.

„80 procent is overleden”, zegt Arnadottir. „Je ziet veel lijden. Kinderen die hun hele familie verliezen en wees worden. Kinderen die sterven.”

Na een tussenstop in Brussel, waar ze op het Belgische kantoor van AzG langsging, zal Arnadottir vandaag doorreizen naar Noorwegen. Drie weken moet ze in Oslo blijven, in de buurt van een ziekenhuis dat is uitgerust voor ebolatesten. Zolang is de incubatietijd van het virus. Pas daarna kan ze doorvliegen naar Reykjavik, waar die faciliteiten niet zijn.

Het stadje Kailahun ligt in het epicentrum van de ebola-epidemie die West-Afrika in haar greep heeft. Afgelopen februari werden in Guinee de eerste ziektegevallen gemeld van patiënten die leden aan hevige koortsen, bloedingen of diarree. Nu breidt de ziekte zich het snelst uit in Sierra Leone en in Liberia. Volgens de laatste, gisteren gepubliceerde cijfers van de wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft de epidemie al zeker aan 729 mensen het leven gekost.

Een van de laatste slachtoffers is de Sierra Leoonse arts Sheikh Humarr Khan, in eigen land voorloper in de strijd tegen ebola. Hij raakte zelf besmet met het virus en overleed eerder deze week in dezelfde kliniek waar Arnadottir tot eergisteren als medisch coördinator werkte. „Ik kende hem niet, maar heb hem wel als patiënt meegemaakt”, zegt ze. „Maar over patiënten praat ik niet.”

Groot risico voor medisch personeel

Het overlijden van Khan, anderhalve maand voor zijn veertigste verjaardag, onderstreept het verhoogde besmettingsrisico (door direct contact) dat medisch personeel loopt bij de behandeling van ebolapatiënten. Arnadottir is bedroefd over het tragische lot van Khan. Maar het gebeuren heeft haar en haar collega’s niet bang gemaakt, zegt ze beslist. „AzG hanteert zeer strenge veiligheidsprocedures. Veiligheid van het personeel gaat boven alles.”

Hoe raakte een alom bewonderd expert als dokter Khan, die voor de Sierra Leoonse overheid werkte, toch besmet? Arnadottir zwijgt, daar wil ze niet over speculeren. Ze zegt alleen dat naleving van alle beschermende maatregelen staat of valt met „de zwakste schakel”. Er hoeft ergens maar iemand onvoorzichtig te werk te gaan en in aanraking te komen met besmet bloed, speeksel of andere lichaamssappen, en hij of zij brengt zichzelf en anderen in levensgevaar.

De kliniek in Kailahun, in feite een uitgebreid tentenkamp, moest vorige maand vanaf de grond worden opgebouwd, vertelt Arnadottir. Toen ze kwam, moesten er struiken worden gerooid en tenten opgezet om patiënten op te vangen, staf te huisvesten en sanitaire voorzieningen te plaatsen. In totaal zijn er zo’n tweehonderd mensen aan het werk, het merendeel uit Sierra Leone. Van de zestig artsen en verpleegkundigen in de kliniek komen er 25 uit het buitenland.

Op een foto zijn alleen Arnadottirs groene ogen te zien. Ze gaan schuil achter het plexiglas van een grote veiligheidsbril. Haar lichaam is verstopt in een gele plastic overall, ze draagt een mondbescherming en een ronde witte kap over haar hoofd. Die moest ze aan als ze de ‘hoge-risicozone’ van het tentenkamp binnenging, het gedeelte waar de patiënten liggen.

Alsof je in een sauna werkt

Werkdagen van gemiddeld zeker twaalf uur maakte ze. Maar niet meer dan drie of vier keer per dag kon ze een uur met haar beschermende kleding naar binnen bij patiënten. Langer was niet vol te houden. De hoge temperatuur (rond de 30 graden) maar vooral de hoge luchtvochtigheid maken het fysiek onmogelijk om langer in plastic verpakt rond te lopen. „Het is alsof je in een sauna aan het werk bent.”

Arnadottir was de afgelopen vijf weken eigenlijk dag en nacht bezig met haar werk. „In je vrije tijd sprak je alleen maar over de patiënten. Soms, op een zaterdagavond, was er een barbecue. Dan probeerden we aan wat anders te denken.”

Buiten de kliniek kwam ze niet of nauwelijks. Ze kent de verhalen over wantrouwen of soms openlijke vijandelijkheid van de lokale bevolking tegen ‘blanke dokters die de mensen doodziek’ maken. „Informatieteams die voorlichting geven, zijn soms niet erg welkom. Maar hoe vaker ze komen, hoe meer er naar hen wordt geluisterd, heb ik begrepen. Maar het klopt: in sommige dorpen worden de aanbevelingen over hoe met ebola om te gaan niet altijd opgevolgd.”

Nu gaat Arnadottir eerst bijslapen. Voor ze in Sierra Leone aan de slag ging, werkte ze in een ebolakliniek in Guinee. Ook na die periode moest ze drie weken lang in Oslo blijven, waarna ze besloot opnieuw te helpen bij de opvang van ebolapatiënten. „Mijn eerste ingeving is ‘ja’”, antwoordt ze op de vraag of ze van plan is voor een derde keer terug te keren.

    • Wim Brummelman