Woensdag? Stelen met mama op Zuidplein

NRC volgt Rotterdam-Zuid op de voet. Vandaag: wijkagent Erik Landwehr, die vrijwel altijd op straat is.

Erik Landwehr (29) is een wijkagent zoals hij moet zijn. Voldoende nabij zodat iedereen zijn verhaal kan doen. Voldoende op afstand om respect voor te hebben. Hij luistert geduldig, maar laat niemand op zijn schouder uithuilen. „Daar zijn andere mensen voor.”

Zijn werkgebied is de wijk Bloemhof, in Rotterdam-Zuid. Een volkswijk met veel Turkse Nederlanders. En veel oudere autochtonen. Zij wonen in de kleine huisjes met een voor- en achtertuintje. Om die tuintjes bleven ze. En vanwege de lage huren.

De Turkse bewoners lossen onmin vrijwel altijd zelf op. Zij bellen de wijkagent nauwelijks. De autochtone bewoners vaker. Soms een keer te vaak. Dan hangen er jongeren op het pleintje voor wijkcentrum Irene. Niet dat ze rotzooi trappen. De beller vindt dat ze werk moeten zoeken.

Erik Landwehr is een bekende Nederlander in Bloemhof. En dat is zijn bedoeling. Kennen is weten, vindt hij. Hij is vrijwel altijd op straat. Hij kent ook de bewoners van De Hille, opvang voor dak- en thuislozen. Zij kunnen terecht in het oude klooster midden in Bloemhof. Sommigen wonen er zelfs enkele maanden. Landwehr komt er niet alleen als een bewoner op straat bier heeft gedronken. Hij houdt er maandelijks speekuur. Als de boetes hun boven het hoofd groeien, kijkt hij met bewoners hoe ze dat oplossen. „Geld is er eigenlijk nooit. Meestal gaat iemand dan een dag of tien zitten.”

Landwehr koestert bewoners die zich bekommeren om de wijk en om elkaar. In de tuintjesbuurt wijst hij ze zo aan. Zoals het oudere echtpaar dat de voetbalkooi dagelijks opent – zodat de kinderen kunnen voetballen. En ’s avonds afsluit, zodat ze geen overlast veroorzaken. Toen de man in het ziekenhuis lag, werd de vrouw door jongeren begeleid. „Spontaan.” Landwehr kijkt trots. Aan de doorgaande Strevelsweg is die betrokkenheid er nauwelijks. De bewoners wonen er kort, hebben genoeg aan hun eigen sores.

Erik Landwehr komt regelmatig op de basisschool aan het eind van de Strevelsweg. Hij vertelt over zijn werk en praat met de kinderen over wat wel en niet mag. Dat hadden ze natuurlijk beter van hun ouders kunnen leren. Dat gebeurt nu eenmaal niet altijd. Zoals bij het jongetje van een jaar of tien dat iets stouts had gedaan. Landwehr wilde daar op woensdagmiddag even met hem over praten. Het jongetje: „Op woensdagmiddag kan ik niet hoor, meneer. Dan ga ik altijd stelen met mijn moeder op Zuidplein.”

„Als zo’n kereltje dat al normaal vindt, dan krijg je dat er niet meer uit.” Hij ziet veel jongeren uit de wijk die hun school niet afmaken. „Een criminele carrière is zo gemaakt.”

Marokkaanse jongens kunnen zuigen en opgefokt doen. Collega’s van Landwehr die voor noodhulp komen, krijgen er vaak mee te maken. Landwehr kent de jongens bij naam, zij kennen hem. Van hem pikken ze het als hij zegt: Mohammed, nu even wegwezen.”

    • Sheila Kamerman