Uitmunten in de kunst van het reorganiseren

Het leven lacht Guido Marchisio toe. De 46-jarige ingenieur, die zijn echtgenote recentelijk heeft ingeruild voor een oogverblindende studente, is operationeel directeur van een grote fabriek in Turijn. Wanneer de algemeen directeur hem vraagt leiding te geven aan een reorganisatie, beseft Marchisio dat hij na het succesvol afleggen van deze meesterproef zal doordringen tot de directie van het Duitse moederbedrijf.

Op bladzijde 38 van De dwalingen van de ouders, van welke roman Marchisio de hoofdpersoon is, denkt hij met een glimlach: ‘Ik heb het helemaal gemaakt.’ Op dat moment weet de lezer zeker dat hij zich handenwrijvend kan opmaken voor de val van de hoogmoedige held.

Die reorganisatie komt uiteraard neer op het ontslaan van zoveel mogelijk werknemers, een taak waarvan Marchisio zich met nietsontziende ijver kwijt. Les één uit het reorganisatiehandboek: ontsla nooit ronde getallen, waaruit blinde bezuinigingsdrift spreekt, maar onverwachte getallen die de indruk van een ‘chirurgische ingreep’ wekken. Fiat, Turijns ‘boze stiefmoeder’, ontsloeg in 1979 precies 61 arbeiders - en een jaar later 14.469.

De nieuwste roman van de maatschappelijk geëngageerde thrillerauteur Alessandro Perissinotto (Turijn, 1964) speelt zich af tijdens de hedendaagse economische crisis, maar de zwarte jaren zeventig en tachtig, toen Italië werd ontwricht door sociale onrust en terroristische aanslagen van zowel extreem links als extreem rechts, klinken er nadrukkelijk in door. Marchisio wordt bedreigd: ‘Voor mensen als u zouden we de Rode Brigades weer moeten hebben.’

Waarschijnlijk zou Marchisio de tegenstand uiteindelijk wel overwonnen hebben als hij door een toevallige ontmoeting niet van de rechte weg was afgedwaald. Een man in een bar begroet hem als zijn jeugdvriend en is er niet van af te brengen dat Guido in werkelijkheid Ernesto Bolle is, een jongen uit een Turijnse achterbuurt, enig kind van extreemlinkse ouders. Marchisio weet niet beter dan dat hij enig kind van een Fiat-directeur is, al zijn zijn jeugdherinneringen vaag.

Het beproefde motief van de persoonsverwisseling staat aan het begin van een meeslepende geschiedenis, waarin de ingenieur langzamerhand alle zekerheden ontnomen worden. Het drama bereikt ons via een omweg, want Marchisio heeft zijn verhaal gedaan aan een Turijnse schrijver, die er zijn persoonlijk commentaar aan toevoegt. Het nut van dat commentaar is dat het de lezer van historische achtergrondinformatie voorziet, maar het haalt soms wel de vaart uit het verhaal.

Een ander minpunt vormen al te omineuze anticipaties als: ‘het zouden de laatste gelukkige dagen van zijn leven zijn’. Dergelijke stroefheden verwacht je niet van de universitaire docent Theorie van de Vertelkunst die Perissinotto is. Maar als spannend boek is het heel geslaagd, en je steekt er wat van op, niet alleen over de moderne geschiedenis van Italië, maar ook over de kunst van het reorganiseren.

    • Marco Kamphuis