OVSE is een club zonder macht of successen

Het gedoe over de toegang tot de MH17-rampplek laat zien dat de OVSE geen vuist kan maken, schrijft Yasha Lange.

Illustratie marian kamensky

De afgelopen dagen konden wij het allemaal op afstand volgen: OVSE-waarnemers verjaagd, OVSE-team verkent opnieuw de weg, OVSE weer vertrokken uit Donetsk, OVSE probeert opnieuw rampplek te bereiken, OVSE krijgt nog steeds geen toegang, enzovoorts. Pijnlijk. Het lukte de OVSE heel lang niet. De internationale organisatie kreeg domweg geen toegang.

Waarom eigenlijk niet? Omdat het te onveilig is, of omdat de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa geen veiligheid kan afdwingen? En als ze dat niet kan, wat betekent dat?

De soap van de afgelopen dagen – wel of geen toegang, wel of niet geslaagde onderhandelingen met de rebellen – is niet alleen uiterst pijnlijk voor nabestaanden, het is ook pijnlijk voor de OVSE zelf.

De goedbedoelde hulpeloosheid straalt af van de mensen ter plaatse, de complete machteloosheid straalt af op de organisatie als geheel. En dat op een organisatie die nou bij uitstek belast zou moeten zijn met het bewaken en bevorderen van de veiligheid.

Even terug naar Kiev. Daar huist de ‘OSCE Special Monitoring Mission to Ukraine’. Dat klinkt als een stevig hoofdkantoor. Maar in OSCE-speak betekent het iets anders: het is geen gewone missie, het is een ‘monitoring mission’. Een heel verschil. Het mandaat van een waarnemingsmissie is beperkt tot, inderdaad, waarnemen.

Beetje bijdragen aan dialoog, wat informatie verzamelen, iedereen op de hoogte houden, dat soort dingen. Het beperkte mandaat wordt elke zes maanden verlengd. Gedraagt de OVSE zich niet naar believen, zijn ze iets te mondig, nemen ze iets te veel waar, wijzen ze iets te streng met vingers naar de een of de andere partij, dan lopen ze het risico dat hun mandaat niet verlengd wordt. Door de leden van de OVSE.

En daar schuilt de crux: de OVSE moet iedereen te vriend houden en kan niet met de vuist op tafel slaan. Het is in essentie een overlegorgaan dat in de loop der jaren veel meer is gaan doen. Te veel, eigenlijk.

De OVSE is een samenwerkingsverband van heel veel landen, 57 om precies te zijn. Ontstaan uit een conferentie waar alle Koude-Oorloglanden aanschoven, werd het na de val van de Muur een organisatie waarin iedereen mee mag doen. De VS zitten erin, maar ook Rusland en alle voormalige sovjet-satellietstaten. Iedereen en dus niemand is de baas. Zegt de OVSE niks over de inval van Rusland in Georgië, dan wordt West-Europa ongelukkig. Is de OVSE te streng voor Rusland, dan wordt het budget niet goedgekeurd en draait de boel in de soep. Het is een lastige spagaat.

Zo beschouwd zou je de OVSE kunnen zien als een wat tandeloze maar misschien toch ook nuttige praatclub. Het punt is echter dat de OVSE in de afgelopen twintig jaar uitgedijd is tot een uitvoeringsorganisatie zonder accountability. Het blijft niet bij conferenties. Er is een hoofdkantoor met ruim vijfhonderd mensen. Lokale kantoren in allerlei landen met ruim 3.000 man vast personeel en nog veel meer tijdelijk gecontracteerde medewerkers, trainers en ‘consultants’. Die houden zich met van alles en nog wat bezig; van politie trainen tot vrouwenrechten, van vrije media tot minderheden, van het rechtssysteem tot het milieu. U kunt zich ook inschrijven voor een training forensische accountant bij de OVSE in Belgrado. De link met die oorspronkelijke doelen van de OVSE zijn, laat ik het voorzichtig uitdrukken, niet altijd even direct. Scherper gezegd: wij weten wel waartoe de OVSE op aarde is – zorgen voor vrede, veiligheid en samenwerking in Europa, waarbij Europa heel ruim genomen wordt – maar niet of het wel zin heeft wat ze allemaal doet.

Het tragische is dat op dit punt de OVSE weinig successen kan claimen. Waar het écht om gaat, levert de OVSE niet. Het lukte de afgelopen jaren niet om het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan te verhelpen, een oplossing te vinden voor de splinterprovincie Transnistrië in Moldavië, laat staan oorlog in Georgië te voorkomen of, momenteel, het geweld in de Oekraïne in te dammen. De OVSE is machteloos en het langdurig niet krijgen van toegang tot de rampplek is daarvan een confronterende illustratie. Als dat al niet lukt, wat dan wel?

De OVSE heeft misschien een toekomst als overlegorgaan, zoals het ooit begon. In sterk afgeslankte vorm. Een forum zonder de bagage van de Koude Oorlog, met brede deelname. Een plek met wandelgangen. Maar het moet niet pretenderen zelf problemen op te kunnen lossen, met aan handen en voeten gebonden missies in allerlei landen. Dat werkt niet.

    • Yasha Lange