‘Meeste auto- ongelukken gebeuren aan begin en einde van de reis’

Dat stond maandag 28 juli 2014 in het AD

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

‘Bent u een navigatiefreak of een romantische rijder?’ kopt het AD. Bij het verhaal over typen autorijders staat een kader met interessante weetjes. Zo onderzocht de ANWB dat op vakantie in 83 procent van de gevallen de man rijdt en dat stellen vaak ruzie maken op de Parijse ring (Périphérique). Ook staat er: ‘De meeste auto-ongelukken gebeuren aan het begin en einde van de reis’. De verklaring: ‘Aan het begin willen automobilisten vaak snel veel kilometers maken, blijkt uit onderzoek van diverse verkeerspsychologen. Aan het eind eisen vermoeidheid en concentratieverlies hun tol; dan rijden mensen vaak net iets te lang door’. Is dat zo?

Waar is het op gebaseerd?

De auteur mailt zijn (online) bronnen: verkeerspsycholoog Karel Brookhuis, van de Rijksuniversiteit Groningen, vertelt in een filmpje dat aan het einde van de rit meer ongelukken voorkomen. Adriaan Heino, verkeerspsycholoog bij verzekeraar Centraal Beheer Achmea, zegt op dokterdokter.nl dat vakantiegangers vaak vermoeid aan een lange autoreis beginnen. En de meeste ongelukken gebeuren in de eerste en laatste vijf minuten van de autorit, meldde het blad AssurantieMagazine.

En, klopt het?

Klopt als een bus, zou je in eerste instantie zeggen. Meer ongelukken aan het begin van de vakantiereis omdat je snel veel kilometers wilt maken en meer aan het einde omdat je vermoeid raakt en minder geconcentreerd bent.

Toch ligt het wat genuanceerder. Dat er aan het begin en einde meer ongelukken plaatsvinden, geldt in het algemeen. Dus niet specifiek voor vakantiereizen, zoals in het AD wordt gesuggereerd.

Dat je vlak na vertrek – binnen 5 minuten – veel kans maakt om schade te rijden, komt omdat mensen minder alert zijn. Ze vertrouwen erop dat ze de omgeving kennen en verwachten niet dat de buurman, bijvoorbeeld, zijn erf uit komt rijden. Bovendien zijn we in de eerste vijf minuten met van alles bezig behalve letten op de weg. Uit onderzoek van Centraal Beheer Achmea, in 2008, blijkt dat 60 procent van de autorijders vlak na vertrek of vlak voor aankomst bezig is met de autogordels, 21 procent stelt onder het rijden de TomTom in en eenzelfde percentage steekt meteen even een sigaretje op. Tja, kijken, remmen en schakelen wordt dan moeilijk.

Waar verkeerspsychologen Heino en Brookhuis in elk geval nog nooit van hebben gehoord, is dat mensen aan het begin van de reis snel veel kilometers willen maken, en daarom ongelukken krijgen. Brookhuis: „Hoe moet ik dat voor me zien? Dat mensen eerst haast hebben, wegscheuren en na een uur langzamer gaan rijden omdat ze geen haast meer hebben?”

Aan het einde van de reis geldt hetzelfde principe als aan het begin: je kent de weg en bent minder oplettend. „In gedachten ben je al thuis en aan iets anders aan het denken”, vertelt Heino.

Op een lange (vakantie)rit komt daar nog bij dat je vermoeid bent van uren achter elkaar rijden. „Laat een mens eenzelfde taak lang achter elkaar uitvoeren en je zult zien dat diegene minder efficiënt wordt”, vertelt Heino. „Het brein wordt moe.” Bij autoritten geldt: meer dan 4,5 uur achtereen rijden leidt tot 8 keer zoveel kans op een ongeluk. De Duitse vliegtuigen die de Engelsen in de Tweede Wereldoorlog op de radar hadden moeten zien, misten ze vaak, voegt Brookhuis toe. Uren naar een scherm turen waar, op een enkele keer na, niets gebeurt, is precies het werk waar mensen niet goed in zijn. „De vliegtuigen die ze wél opmerkten, zagen ze vaak aan het begin van hun dienst, toen ze nog alert waren.”

Lange reis voor de boeg? Ga in elk geval niet ’s nachts rijden, adviseert hij. „Mensen zijn dagdieren, ’s nachts presteren we beduidend minder. Dat is onder meer aangetoond bij ervaren chauffeurs. Die maakten in de nacht meer ongelukken.”

Conclusie

Het is juist dat de meeste auto-ongelukken aan het begin en einde van de reis gebeuren, alhoewel het om autoritten in het algemeen gaat, niet specifiek om vakantiereizen. De verklaring klopt deels – aan het einde ben je minder geconcentreerd. Maar mensen maken niet meer ongelukken omdat ze snel veel kilometers willen maken. Ze zijn minder oplettend omdat ze de buurt kennen. Daarom beoordelen we de stelling als grotendeels waar.

    • Marleen Luijt