Een vat vol goede bedoelingen

Ik dronk op kosten van woningbouwvereniging Rochdale een kopje koffie met Nico de Leeuw, persvoorlichter van het bedrijf waar ze, Nico wond er geen doekjes om, lelijk in de maag zaten met de kwestie rondom Leah Rabinovich, de Mexicaanse blokfluitspeelster die ze ‘in een heel onhandig schrijven’ hadden gesommeerd om haar Israëlische vlag binnen te halen.

Nico was een kale man in een groen T-shirt met een bult journalistieke ervaring die ondere andere werkzaamheden voor het multiculturele televisieprogramma Binnenland, Sport7 en jawel, de BBC omvatte en hij was tevens auteur van het boek Jouw nieuws wereldnieuws, maar dat wist ik al door zijn mails, die standaard werden afgesloten met ‘Heb je mijn nieuwste boek al gelezen?’ en een handig linkje naar bol.com.

De situatie volgens Nico: er was een kruitvat, er was een lont, daar was vuur bijgekomen en hij stond erbij als een brandweerman zonder slang. Wat te doen in zo’n geval? Emmers water halen! Hoe konden we er samen voor zorgen dat de vlammen niet oversloegen? Hij had bedacht: door helder en eerlijk te zijn. Door duidelijk te maken dat ze zich bij Rochdale niet mengden in politieke kwesties en door uit te leggen hoe het zat. Hier was sprake van ongelooflijk toeval, pech was ook een woord.

„Wij sturen alle bewoners die in een overlasttraject zitten een brief waarin we ze zonder uitzondering ook zullen aanspreken als ze toevallig ook een vlag buiten hebben hangen. Mevrouw was toevallig de eerste huurder in het treitertraject die een vlag buiten had hangen en dat was toevallig een Israëlische vlag, maar ze was er ook op gewezen dat ze haar vlag moest binnenhalen als het een Palestijnse vlag, een Mexicaanse vlag, of, een beter voorbeeld, ‘de vlag van Sinterklaas’, was geweest.”

De benedenburen van mevrouw hadden overigens ook een brief over hun Palestijnse vlaggen gekregen. Niet van Rochdale, maar toch, een brief. Maar die was, zei Nico er heel eerlijk bij, „veel vriendelijker van toon”.

Ook toeval.

Geloofde ik Nico op z’n blauwe ogen? Dat wilde Nico graag weten, want Nico was, en dat geloofde ik wel, een vat vol goede bedoelingen.

„Alle medewerkers gaan op schrijfcursus.”

We gingen uit elkaar als ‘journalistieke kennissen’, mensen die aan elkaar gesnuffeld hadden en die elkaar nu kenden, zodat we, als er wat speelde, dag en nacht met elkaar konden bellen. Dat was het ideaal: dat Nico zei dat het allemaal toeval was en dat ik dat dan geloofde.

    • Marcel van Roosmalen