Laatste kans voor clubloze spelers

Elke zomer proberen veel contractloze spelers een club te vinden. Daarvoor kunnen verschillende creatieve middelen worden ingezet.

Tot een jaar geleden had Steven Pereira nog nooit bij een profclub gespeeld. Nu neemt hij het aankomende zondag met PEC Zwolle op tegen Ajax in de strijd om de Johan Cruijff Schaal.

Het kan snel gaan in een carrière, en in het geval van Pereira werd zijn profloopbaan ook nog eens op een bijzondere manier opgestart. Als amateurspeler van Spartaan ’20 deed hij een jaar geleden mee aan het Copa-toernooi in Amsterdam, waar behalve beloftenteams van profclubs traditiegetrouw ook één ploeg meespeelt met daarin een verzameling van de grootste talenten uit het amateurvoetbal.

Team VVCS

Het team, dat gecoacht wordt door Ronald de Boer, krijgt zo de kans om zich te laten zien aan scouts uit binnen- en buitenland. Op die manier kwam Pereira onder de aandacht van PEC Zwolle, waar hij mocht aansluiten bij het tweede elftal. Ondanks wat aanpassingsproblemen viel hij daar al snel op.

„In de winterstop mocht ik onverwachts mee met het eerste elftal op trainingskamp in Zuid-Afrika. Eenmaal terug kon ik ook geregeld mee blijven trainen met het eerste en in februari maakte ik zelfs al m’n debuut in de wedstrijd tegen Cambuur.”

Het komend seizoen krijgt Pereira een vaste kans bij het eerste. Tot nu toe ging dat goed; zo scoorde hij deze voorbereiding onder meer in een oefenduel met PAOK Saloniki.

Het verhaal van Pereira staat niet op zich. Veel voetballers zonder profclub proberen elke zomer weer op alternatieve wijze emplooi te vinden bij een BVO (Betaald Voetbal Organisatie). Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden.

Voormalige profspelers kunnen zich bijvoorbeeld aansluiten bij team VVCS, een ploeg van werkzoekende spelers die een volledige voorbereiding draait en daarbij ook enkele wedstrijden speelt. Het blijkt een handige manier om een nieuw team te vinden.

„Bij de vorige editie in 2013 vonden elf van de achttien spelers een club. „Dat is mooi”, vertelt Suzanne Bakker, die namens de spelersvakbond VVCS het team begeleidt. „Sommigen kunnen zelfs naar het buitenland.”

Mooi voorbeeld daarvan is Edwin Linssen, die zich in 2010 in de kijker speelde bij het Cypriotische AEK Larnaca. Voor de voormalige speler van onder meer VVV en Roda JC ging een jongensdroom in vervulling.

„Vanuit het niets kon ik opeens naar het buitenland, en bij Larnaca haalde ik vervolgens ook Europees voetbal. Speelde ik opeens bij Schalke 04 voor 60.000 man. Of uit tegen Steaua Boekarest in een uitverkocht stadion.”

Koot Azur

Toen de middenvelder in 2013 weer terugkwam in Nederland, bood team VVCS wederom uitkomst. „Ik moest weer onderaan de ladder beginnen, maar gelukkig kreeg ik al snel een aanbieding van De Graafschap. Daar kon ik voor twee jaar tekenen. Bij team VVCS is het echt heel professioneel geregeld, eigenlijk voelt het daar alsof je al bij een club speelt.”

Tijdens de editie van deze zomer vonden de oud-profs Nick Hengelman en Leon ter Wielen onderdak bij respectievelijk FC Oss en Achilles ’29. VVCS-medewerkster Bakker hoopt dat er de komende tijd nog meer gebeurt. Ze weet uit ervaring dat transfers soms pas laat op gang komen. „Het wil nog wel eens wat meer tijd in beslag nemen, maar er rolt altijd iets concreets uit.”

Mede geïnspireerd door het initiatief van de Nederlandse spelersvakbond startte spelersmakelaar Addick Koot vier jaar geleden team Koot Azur, een selectie van zelf samengestelde spelers die op zoek zijn naar een nieuwe club. De variant van de oud-PSV’er heeft veel weg van het eerder genoemde jeugdteam op het Copa-toernooi, want naast voormalige profspelers bestaat zijn selectie ook uit amateurspelers. Koot vertelt dat hij de wedstrijden tegen internationale profclubs zelf regelt. „Zo speelden we recentelijk tegen Dinamo Tbilisi uit Georgië. Voor de profclubs tegen wie we spelen is het gelijk een mooie kans om allerlei talenten aan het werk te zien. En het komt ook voor dat talenten die bij hen op proef zijn, bij ons meedoen.”

Het team van Koot, dat hij runt met compagnon Johan van Osch, bestaat voornamelijk uit jongens die zich aanmelden via zijn contacten uit de voetbalwereld. Daarbij zitten spelers met verschillende nationaliteiten. „In het team zitten veel Nederlanders, Belgen, en Fransen. Maar we hadden ook een keeper uit Zuid-Afrika die voor het toernooi was overgevlogen.”

Turnhout

Met de spelers sluit Koot de overeenkomst dat zijn bureau ze gaat begeleiden als ze worden gescout door een profclub. Tot nu toe leverden zijn inspanningen hier en daar succes op, vooral bij enkele lagere divisieclubs.

„Vorig jaar hebben we heel veel spelers voor het eerste team van de Belgische derdeklasser KV Turnhout aangeleverd. Die club was instabiel, en daar zorgden we toen voor een groot deel van de eerste selectie.”

De komende weken zullen veel clubloze spelers nog hopen op een profcontract. Ervaring leert inmiddels dat er vele wegen naar een nieuwe club leiden, en dat niets onmogelijk is. Daar is Pereira misschien wel het beste voorbeeld van.

Hij is vastbesloten zijn kans bij PEC Zwolle te pakken, en zal er alles aan doen om komend seizoen naam te maken in de Eredivisie. Maar hoe zijn avontuur verder ook uitpakt, voor een deel is zijn missie al geslaagd. „Ik heb al veel meer meegemaakt dan ik had durven dromen.”