Gunnhildur is niet bang voor ebola

Verpleegkundige

In West-Afrika verpleegt ze ebolapatiënten. „Meer dan een uur in zo’n pak hou je niet vol.”

De afgelopen vijf weken werkte de IJslandse verpleegkundige Gunnhildur Arnadottir (30) in een geïmproviseerde kliniek van Artsen zonder Grenzen (AzG) in Kailahun, een afgelegen stadje in het oosten van Sierra Leone. Vanaf medio juni werden daar zo’n 160 ebolapatiënten verpleegd. Mannen, vrouwen en kinderen uit de regio, die besmet waren geraakt met het dodelijke virus.

„80 procent overleed”, zegt Arnadottir. „Natuurlijk, je ziet veel lijden. Kinderen die hun ouders verliezen en wees worden. Kinderen die sterven.”

Na een tussenstop in Brussel, waar ze gisteren op het Belgische kantoor van AzG langsging, is Arnadottir vanochtend doorgereisd naar Noorwegen. Drie weken moet ze in Oslo blijven, in de buurt van een ziekenhuis dat is uitgerust om ebolatesten uit te voeren. Zolang is de incubatietijd van het virus. Pas daarna kan ze doorvliegen naar huis, naar Reykjavik, waar die faciliteiten niet zijn.

Het stadje Kailahun ligt in het epicentrum van de ebola-epidemie die West-Afrika in haar greep heeft. Afgelopen februari werden in Guinee de eerste ziektegevallen gemeld van patiënten die leden aan hevige koortsen, bloedingen of diarree. Nu breidt de ziekte zich het snelst uit in Sierra Leone en in Liberia. Volgens de laatste, gisteren gepubliceerde cijfers van de wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft de epidemie al zeker 729 mensen het leven gekost.

Een van de laatste slachtoffers is de Sierra Leoonse arts Sheik Umar Khan, in eigen land voorloper in de strijd tegen ebola. Hij raakte zelf besmet met het virus en overleed eerder deze week in Kailahun, in dezelfde kliniek waar Arnadottir tot eergisteren als medisch coördinator werkte. „Ik kende hem niet, maar heb hem wel als patiënt meegemaakt”, zegt ze. „Maar over patiënten praat ik niet”.

Het overlijden van Khan, anderhalve maand voor zijn veertigste verjaardag, onderstreept het verhoogde besmettingsrisico (door direct contact) dat medisch personeel loopt bij de behandeling van ebolapatiënten. Arnadottir is bedroefd over het tragische lot van Khan. Maar het gebeuren heeft haar en haar collega’s niet bang gemaakt, zegt ze beslist. „AZG hanteert zeer strenge veiligheidsprocedures en daar houden we ons voor 110 procent aan. Veiligheid van het personeel gaat boven alles.”

Waarom raakte een alom bewonderd expert als dokter Khan, die voor de Sierra Leoonse overheid werkte, dan toch besmet? Arnadottir zwijgt. Daarover wil ze niet speculeren. Ze zegt alleen dat naleving van alle beschermende maatregelen staat of valt met „de zwakste schakel”. Er hoeft ergens maar iemand onvoorzichtig te zijn en in aanraking te komen met besmet bloed, speeksel of andere lichaamssappen, of hij of zij brengt zichzelf en anderen in levensgevaar.

De kliniek in Kailahun, in feite een uitgebreid tentenkamp met verschillende secties, moest in juni vanaf de grond worden opgebouwd, vertelt Arnadottir. Toen ze kwam moesten er struiken worden gerooid, en tenten opgezet om patiënten te kunnen opvangen, staf te huisvesten en sanitaire voorzieningen onder te brengen. In totaal zijn er zo’n 200 mensen aan het werk, het merendeel uit Sierra Leone zelf. Van de zestig artsen en verpleegkundigen in de kliniek komen er 25 zoals Arnadottir uit het buitenland.

Als ze aan het werk was, waren alleen Arnadottirs groene ogen te zien. Ze gingen schuil achter het plexiglas van een grote veiligheidsbril. Haar lichaam was verstopt in een gele plastic overall, ze droeg een schort, mondbescherming en een witte kap over haar hoofd. Dat allemaal behoorde tot haar standaard PPE-outfit: personal protective equipment (persoonlijke beschermingsmiddelen), legt ze uit. Die moest ze aan als ze de ‘hoge risico zone’ binnen ging, het gedeelte waar de patiënten liggen.

Werkdagen van gemiddeld zeker twaalf uur maakte ze. Maar niet meer dan drie tot vier keer per dag kon ze een uur lang met haar beschermende kleding naar binnen bij de patiënten. Langer was niet vol te houden. De hoge temperatuur (rond de 30 graden in de regentijd), maar vooral de hoge luchtvochtigheid maken het fysiek onmogelijk om langer in plastic verpakt rond te lopen. „Het is alsof je in een sauna aan het werk bent.”

Arnadottir was de afgelopen vijf weken eigenlijk dag en nacht bezig met haar werk, zegt ze. „’s Avonds waren er meestal vergaderingen en ook in je vrije tijd sprak je alleen maar over de patiënten. Soms op een zaterdagavond was er een barbecue. Dan probeerden we aan wat anders te denken. Maar eigenlijk leg je dit werk nooit neer.”

Nu gaat Arnadottir eerst bijslapen. Voordat ze in Sierra Leona aan het werk ging, werkte ze in mei in een ebolakliniek van AzG in Guinee. Ook na die periode moest ze eerst drie weken lang in Oslo blijven. Daarna besloot ze toen opnieuw te gaan helpen bij de opvang van ebolapatiënten. „Mijn eerste ingeving is ‘ja’”, antwoordt ze op de vraag of ze van plan is straks voor een derde keer terug te keren. Maar het is nog veel te vroeg om te zeggen of ze dat ook werkelijk zal doen, voegt ze er direct aan toe.

„Je kunt je niet helemaal afsluiten voor het menselijk leed waarmee je wordt geconfronteerd. Maar je kunt dit werk alleen doen als je zekere barrières voor jezelf opwerpt. Als je daar bent, heb je geen tijd om na te denken”, zegt ze. „Maar ik weet dat die ervaringen de komende tijd bij mij terug zullen komen. Ik moet mijn ervaringen verwerken. Dat is een gezond proces. Wat ik daarna zal besluiten, weet ik nog niet”.

    • Wim Brummelman