En nu kan het nog steeds!

Er mag sinds dit jaar geen alcohol verkocht worden aan jongeren onder de 18. En zij mogen ook niet in het openbaar alcohol drinken. Hoe gaat dat op jongerencampings? Eigenlijk gewoon zoals alle andere jaren.

Jongeren op camping de Appelhof op Terschelling, zomer 2005. Foto Martijn van de Griendt

Op jongerencamping Appelhof op Terschelling staan de groene tenten keurig naast elkaar. Anderhalve meter, tent. Anderhalve meter, tent. Afgemeten met een vinexwijkachtige precisie.

Op het pad tussen de tenten ligt een meisje bewegingloos op haar zij. Haar zwarte hempje is omhooggekropen. Een bleek gezicht en ontblote heup schuren over de grijze stoeptegels. Het is 22.00 uur en nog licht buiten. Best vroeg om laveloos op een camping te liggen, zeg ik verwonderd. „Ze wil gewoon aandacht”, verzucht mijn zusje. Alsof hier elke dag meisjes op de paden liggen. Niemand kijkt naar haar om.

„Wil je wat drinken? We hebben alleen zoete witte wijn.”

Op voorwaarde dat ik drank voor haar zou meenemen, mocht ik van mijn zestienjarige zusje één nachtje bij haar langskomen op Terschelling. Een dag voordat ik de boot zou nemen, belde ik haar op om te vragen waar we zouden afspreken. Haar stem was schor. Over de beloofde flessen wijn begon ze niet meer. „Als je maar niet als een kansloze kneus achter me aan gaat lopen. Dan vind ik het prima”, zei ze.

Mijn zusje ging deze zomer voor het eerst met vriendinnen op vakantie. Net zoals ik voor het eerst met vriendinnen op vakantie mocht toen ik zestien was. Toch zouden onze vakanties niet hetzelfde zijn. Zij mag niet meer wat ik wel mocht: alcohol drinken.

Daarom wilde ik haar graag opzoeken op Terschelling. Ik wilde een verhaal schrijven over de verschillen. Maar toen ik de camping opliep, bleek al snel dat er nog helemaal geen toen en nu is. Mijn zusje was aan de telefoon niet meer over de wijn begonnen omdat ze mij niet meer nodig had om aan alcohol te komen.

De camping: een publieke ruimte?

Jongeren onder de achttien mogen sinds begin dit jaar geen alcohol meer kopen en niet meer drinken in publieke ruimten. De Appelhof leidt hieruit af dat jongeren in hun tent wel mogen drinken. Er ontstond een discussie over de nieuwe regels, waaraan staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) begin deze zomer een einde probeerde te maken met een brief aan de Tweede Kamer. Hij schreef dat een camping een publieke ruimte is waar alcohol drinken onder de achttien niet is toegestaan, ‘met uitzondering van de tent en de aangehechte luifel’.

Die luifel heeft Van Rijn volgens Geert van Dieren, eigenaar van de Appelhof, „compleet uit zijn duim gezogen.” „Zo staat het helemaal niet in de wet.” Maar als de staatssecretaris een luifel wil, dan zorgt Van Dieren voor een luifel.

Dus huur je op camping Appelhof deze zomer niet alleen een tent, maar ook een picknicktafel. Het ‘privéterrein’ is gemarkeerd met een witte lijn. Zolang je binnen de lijnen blijft, mag je alcohol drinken. Als je op de paden wordt betrapt met drank wordt het afgepakt.

De Appelhof is anders dan alle andere campings waar ik ben geweest. Het terrein wordt afgeschermd met een metershoog houten hek. De jongeren zitten aan de picknicktafels voor hun tent. Meisjes drinken Jillz, rosé en lambrusco. De jongens bier of baco.

De Appelhof zit zeven weken lang vol. Er logeren 1.100 jongeren per week op de camping.

Het strookje gras achter de tenten is bruin. Sommigen hebben geen zin om naar het toiletgebouw te lopen. Boven de tenten cirkelen meeuwen. Ze krijsen als baby’s. „Ik wist niet dat er zo’n geluid uit meeuwen kon komen”, zegt mijn zusje. Elke ochtend rond 07.00 uur schreeuwen de vogels de eerste campinggasten wakker. De meesten liggen dan pas net een paar uur te slapen.

Van Dieren weet wel hoe de jongeren op de camping aan drank komen. „Papa gooit de tent de eerste dagen vol met bier.” Als die lading erdoorheen is, zijn er andere manieren om te zorgen dat er drank is. Op dit moment is 30 procent van de gasten achttien, voornamelijk jongens. Die halen drank voor de meisjes op de camping. „Ze gaan allemaal naar de Jumbo om drank mee te nemen voor het hele veld”, aldus Van Dieren. Zo werkt dat nu eenmaal, zegt hij. Bij de ingang worden de jongeren niet gecontroleerd. „Ik mag niet eens in hun tas kijken, mevrouw. Ik ben toch geen politieagent?”

Ach, zo zijn jongeren nu eenmaal

Niemand heeft ooit gedacht dat geen zestienjarige deze zomer nog zou drinken, zegt Judith Oostendorp, programmahoofd opvoeding en educatie bij het Trimbos-instituut. „Het feit dat jongeren onder de nieuwe wetgeving uit willen komen is des jongeren.” Het is jammer, zegt ze, maar begrijpelijk. „Als je naar de voorgaande veranderingen kijkt, zie je dat het op den duur gaat veranderen.” De alcoholleeftijd werd „nog niet eens zo heel lang geleden’’ verhoogd naar zestien. „Toen zagen we ook dat de leeftijd waarop jongeren begonnen met drinken steeg. Je kunt verwachten dat het nu ook weer gaat gebeuren.’’

Afgelopen weekend liepen er elf ‘mystery guests’ rond op Terschelling, zegt gemeentewoordvoerder Hermien Keegstra. Dat zijn jongeren van vijftien tot achttien jaar die controleerden of de ‘verstrekkende partijen’ zich aan de regelgeving houden. Of ze alcohol kunnen kopen in de supermarkt of een biertje kunnen bestellen in een bar. Naast de normale politiebezetting lopen er deze zomer ook zeven boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente) op het eiland om toezicht te houden. Zij controleren bijvoorbeeld de jongeren op de weg van de supermarkt naar de camping. Als ze een minderjarige betrappen met alcohol, volgt er een boete van 90 euro. „Er slipt weleens iets tussendoor”, zegt Keegstra. „Maar we zien deze maatregelen als een heel goed initiatief.”

En de disco? En de bars op het eiland?

Op het terrein van de camping staat disco The Big Apple. In vier jaar tijd werd ‘The Apple’ één keer gecontroleerd, zegt Van Dieren. Op de camping kwamen de controleurs nooit. Deze zomer staan er opeens twee of drie keer per week boa’s voor de ingang. De ambtenaren willen de jongeren die op de paden drinken bekeuren, zegt Van Dieren. Dat vindt hij belachelijk. Op zijn terrein wordt niet bekeurd. „Nu beginnen ze opeens over de brandveiligheid, omdat ze niets anders kunnen bedenken.”

Het meisje met de ontblote heupen is inmiddels door haar vrienden van het pad geraapt. Het is 22.30 uur en het wordt drukker bij de ingang van de camping. Taxibusjes wachten op jongeren die in groepjes naar buiten komen om uit te gaan. Ze hebben hun slippers van Adidas verruild voor Nikes of All Stars.

De jongeren op Terschelling vormen een belangrijke business, zegt eilandbewoner en taxichauffeur Fred Simba. „Ze moeten allemaal poepen, piesen en slapen.” Simba rijdt voor taxibedrijf Bakker, het grootste van het eiland. Om 22.30 uur rijden de busjes af en aan. Als de kroegen om 02.00 uur dichtgaan is het tijd voor de tweede ronde. „Vooral als het ladies night is en alle vrouwen gratis naar binnen mogen, vliegt het.”

Mijn zusje heeft „verrotte shoarma” gegeten en loopt krom van de buikpijn. Na een pizza heeft ze zichzelf genezen verklaard. We gaan naar Braskoer, een bar op West-Terschelling. Ze weet zeker dat ze daar binnenkomt, en binnen aan drank komen heeft tot nu toe ook niet echt problemen opgeleverd. Het zijn weer de achttienjarigen die voor de drank zorgen.

De barman wijst naar zichzelf en zijn collega als hem wordt gevraagd of er ook mensen boven de achttien zijn. Het werd geen wilde avond. Al snel zit mijn zusje in een hoekje met een flesje water. De buikpijn is terug. Rond middernacht eten we frikadellen in een café om de hoek. De buikpijn kan toch niet erger.

Als ik de volgende dag vraag of ze beter is stuurt ze dat het weer prima gaat. „Ik had denk ik frikadellentekort.”

    • Romy van der Poel