Een blowverbod, maar niemand weet of ’t werkt

Na lange strijd kregen de bewoners in de Amsterdamse Pijp hun zin. Er kwam een blowverbod in hun speeltuin. Is de overlast nu ook minder?

„Papa, wel goed vasthouden hè”, zegt een jongetje van een jaar of 4 terwijl zijn vader een nieuwe zet aan de schommel geeft. De vader en twee kinderen zijn alleen op de kleine speelplaats in de Amsterdamse Hemonystraat. Het ziet er schoon uit; in de zandbak liggen geen peuken of andere rommel.

Het Hemonyplein, in de wijk De Pijp, was tot vorig jaar toneel van een jarenlang conflict tussen de gemeente en een aantal buurtbewoners. De klanten van vier coffeeshops om de hoek zouden overlast veroorzaken. Kinderen moesten spelen in de wietlucht en de zandbak werd een asbak, vertelt buurtbewoonster Heleen van Breukelen, die recht tegenover het speelplein woont. „Het plein lag bezaaid met zakjes met wietresten. Het was een zootje. Er hing altijd de geur van urine in het portiek en als je iets zei tegen de blowende jongeren werden ze soms agressief en gingen ze schreeuwen.”

Na verschillende rechtszaken door het gezin Van Breukelen en andere buurtbewoners tegen de gemeente, voerde Amsterdam – vandaag precies een jaar geleden – een blowverbod in voor speelplaatsen en schoolpleinen. Maar softdrugs zijn volgens de Opiumwet al verboden en konden dus niet via een Algemene Plaatselijke Verordening (APV), opnieuw worden verboden, oordeelde de Raad van State. Het OM wist toen toch speelruimte te vinden en maakte op verzoek van burgemeester Van der Laan twee uitzonderingen op de gedoogrichtlijn. Bij overlast op speel- en schoolpleinen kan justitie nu boetes uitdelen.

Sindsdien staat er bij het Hemonyplein een bord dat je er niet meer mag blowen. Eerder dit jaar oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat gemeenten blowen op straat wel mogen verbieden met behulp van een APV.

Behalve Amsterdam, voerden ook steden als Rotterdam en Heerlen het blowverbod in. Of het verbod werkt, is onduidelijk. Het is niet bekend hoe vaak het blowverbod het afgelopen jaar is overtreden. „Dat registreren we niet apart”, reageert een woordvoerder van het OM in Amsterdam. „Alle overtredingen op de Opiumwet worden op één hoop gegooid.”

Buurtbewoonster Hinke van Gils, die al twaalf jaar aan het speelplein woont, merkt weinig verschil in overlast. „Maar, ik had daarvoor ook al geen last van die jongeren.” Van Gils, die zelf ook jonge kinderen heeft, snapt de bezorgdheid van haar buurtgenoten, maar ze vindt het ook onrealistisch. „Dat een zestienjarige jongen met zijn vriendinnetje op een bankje zit te blowen, dat hoort bij Amsterdam. Als je dat niet wilt, woon je in de verkeerde stad.”

Verderop op de hoek van de Hemonystraat zitten drie mannen in plastic kuipstoeltjes voor een bouwkeet met het opschrift ‘Yo-Yo’. Het is het provisorische onderkomen van de gelijknamige coffeeshop waarvan het zicht nu wordt ontnomen door een grote bouwsteiger. Binnen hangt een prijslijst: Dutch passion, 1 gram, 5 euro. Aan de wietgeur valt af te leiden dat het verbod hier in elk geval niet wordt nageleefd vanmiddag. Maar dat is wegens de verbouwing, legt bedrijfsleider Bob Steevensz uit, terwijl hij een hoopje wiet mengt met tabak en een grote joint draait. „Binnen in de bouwkeet mag je niet roken wegens brandgevaar.” Volgens hem heeft het blowverbod weinig opgeleverd.

Dat is Van Breukelen niet met hem eens. „Het heeft wel geholpen. Er wordt meer gesurveilleerd dan voorheen en de politie neemt ons serieuzer. Bovendien kan je de jongens nu wijzen op dat bord. Als je zegt dat ze een boete riskeren, zijn ze meestal snel weg.”

De gemeente Amsterdam evalueert het verbod eind dit jaar, al weet het nog niet hoe, aldus de woordvoerder van burgemeester Van der Laan. „We bekijken nu een geschikte onderzoeksopzet.”

    • Anouk Eigenraam
    • Marije Willems