Deze ‘aasgier’ is goed voor 1,2 mld

Paul Singer wil geld zien van een nagenoeg failliet Argentinië. Wie is deze Amerikaanse hedgefondsbaas?

Het hedgefonds van Paul Singer richt zich op landen (en bedrijven) die in het nauw zitten en dus kwetsbaar zijn. Foto Reuters

Paul Singer is de plaaggeest van Argentinië. De hedgefondsmanager uit New York wil zijn geld terug en weigert met Argentinië te praten over een compromis. Schuldeiser Singer heeft de hulp van de Amerikaanse rechter ingeroepen – en lijkt nu te belichamen wat er mis is met het kapitalisme.

De Amerikaanse rechtsgeleerde Anna Gelpern, die de strijd tussen Argentinië en Singer al jaren volgt, bekijkt de zaak anders. „In juridische zin hebben de schuldeisers gelijk. Ze hebben een contract .”

Als hoogleraar financieel recht aan Georgetown University weet Gelpern vanzelfsprekend dat het zo eenvoudig niet ligt. Morele afwegingen hoeven niets met juridische te maken te hebben. De politieke belangen zijn zeker zo relevant als de voorwaarden van het contract dat de Argentijnse regering met Singer en een aantal andere fondsen sloot.

Maar te midden van alle verontwaardiging en grote woorden over ‘een bom onder het mondiale economische systeem’ is het volgens haar wel verstandig om de basis van het conflict in de gaten te houden: schuldeiser zwaait met contract en vraagt om zijn geld. „Als ik mijn creditcard niet betaal, gaat de bank achter mijn spaargeld aan”, zegt Gelpern. Anderzijds, een land dat zijn schulden niet kan betalen heeft een crediteur niet veel te bieden, geeft zij toe. „Hou dat in het oog als de arbitrage begint.”

Excentriek

De 69-jarige Singer is niet de enige die Argentinië onder druk zet. Met 92 procent van de schuldeisers kon Argentinië een regeling treffen, ook met Nederland. Maar de resterende 8 procent maakt nog aanspraak op miljarden dollars. In de zaak die Singer aanvoert – de oorzaak voor het bankroet van Argentinië deze week – gaat het om 1,5 miljard dollar (1,2 miljard euro), inclusief onbetaalde rente.

Het Amerikaanse Hooggerechtshof gaf hem onlangs gelijk, maar zoals Gelpern zegt was het een pyrrusoverwinning. Er is geen manier om een soevereine natie te dwingen om een gerechtelijke uitspraak in een ander land te gehoorzamen. „We kennen geen regelgeving voor faillissementen van staten.” Daarom is deze zaak zo belangrijk, volgens Gelpern. De uitkomst is nog onduidelijk, maar: „Dit wordt een precedent.”

Vooral Singer, eigenaar van miljardenfirma Elliot Management, komt in het nieuws. Wellicht komt dat door zijn excentrieke karakter, naast zijn strijd tot aan het Hooggerechtshof. Hij voldoet in sommige opzichten aan het clichébeeld van de hedgefondskapitalist. Zijn nettowaarde is 1,5 miljard dollar. Hij doet alles om zijn vermogen – en dat van zijn klanten – verder te laten groeien.

Fundamenteel wantrouwen

Zijn fonds richt zich als een aasgier op landen (en bedrijven) die in het nauw zitten en dus kwetsbaar zijn. Hij steunt Republikeinse presidentskandidaten. Zijn politieke filosofie komt neer op een fundamenteel wantrouwen tegenver de overheid, of die nu in Washington of Buenos Aires is gevestigd. Tegelijkertijd is hij een voorstander van de legalisering van homohuwelijk. Zijn zoon Andrew is getrouwd met een man.

Wel uitzonderlijk is Singers aanhoudende zorg over het mogelijke einde van de wereld door een elektromagnetische puls (EMP). Hij is er van overtuigd dat de aarde, bijvoorbeeld als gevolg van een zonnestorm, kan worden verwoest door een extreem zware elektromagnetische schokgolf. In een recent memorandum zei hij te vrezen dat de verwoesting door zo’n ‘EMP’ ernstiger zou zijn dan een atoomoorlog. Waar die obsessie vandaan komt, blijft onduidelijk.

Bom onder wereldeconomie

Voor zijn critici is Singer vooral als „een kind dat de kerstboom omvertrok en zo het huis in brand zette” (volgens de Huffington Post). Of dat hij die bom onder de wereldeconomie legde (zoals de econoom Joseph Stiglitz zei).

Singer kan geen inconsequentheid worden verweten. Hij is schatrijk geworden door goedkoop overheidsschulden op te kopen en daar exorbitant aan te verdienen. Dat kan, dat mag, en dat doet hij al jaren. Hij deed het met succes in Peru en Congo.

Experts hebben er op gewezen dat er een goede reden is waarom 92 procent van de schuldeisers voor een compromisregeling heeft gekozen. Niet door hun innerlijke goedheid, maar omdat de rechtsgang duur en langdurig is, met een kleine kans op succes. Ze kozen eieren voor hun geld.

Singer niet. Voor hem is het een principekwestie. Landen en bedrijven – zeker Amerikaanse banken en autoproducenten – komen volgens hem veel te makkelijk onder hun schulden uit. Dat schaadt de belangen van crediteuren en maakt lenen almaar moeilijker, betoogt Singer.

„Hij gaat het gevecht heus niet aan omdat hij graag vecht”, zei zijn zakenpartner Daniel Loeb in de New York Times. „Hij geloof heilig in de rechtsstaat en het feit dat de vrije markt en vrije samenlevingen de regels moeten handhaven.”