De pruiken van Haren Majesteit

Bij de botenparade van de Amsterdam Gay Pride, morgen, dragen zeker dertig dragqueens een pruik van John Gravemaker. Fotograaf Jan van Breda brengt een eerbetoon aan hem.

Mannen die op de hak en in de lak de stad opfleuren. Zo omschrijft fotograaf Jan van Breda de dragqueens die hij het afgelopen half jaar portretteerde. Met hun onderlinge kinnesinne deden de ‘dames’ hem soms denken aan rivaliserende motorclubs. Maar voor elkaars pruiken klonk slechts lof – en die waren zonder uitzondering afkomstig van John Gravemaker.

Deze kapper, verantwoordelijk voor de coupe van duizenden mannelijke travestieten, verdiende een hommage, zegt de fotograaf. Onder de titel LAK! portretteerde Van Breda dertien dragqueens én zichzelf met hun pruik van ‘Haren Majesteit’, zoals Gravemaker door zijn fans liefdevol wordt genoemd. Voor de eenheid liet Van Breda al zijn modellen poseren met een wit bontjasje om de schouders dat hij op de markt had gekocht.

Van Breda over zijn eerbetoon: „Met zijn pruiken creëert John imago’s met allure. Zijn klanten hoeven hun wensen maar te vertellen en John maakt een Marilyn Monroe van ze, of een chique wijf uit Amsterdam-Zuid, of een Patsy (het hoogblonde karakter uit de televisieserie Absolutely Fabulous).”

John Gravemaker (58) heeft al ruim 22 jaar een kapsalon in de Amsterdamse vestiging van Maison de Bonneterie, de luxe modehuisketen die na de zomer de deuren sluit. Vier jaar geleden vroeg de bekende travestieartiest Dolly Bellefleur aan de kapper of hij haar pruik wilde verzorgen. Dat viel zo in de smaak dat Gravemaker in korte tijd uitgroeide tot hét adres voor op maat gemaakte pruiken voor dragqueens. Via zijn vorig jaar opgerichte website dragqueenwigs.com heeft hij inmiddels zeker 700 handgekapte pruiken verkocht aan klanten in zeven landen.

Gravemaker toont een plastic zak met een lange lap synthetisch haar – het uit Azië geïmporteerde uitgangspunt voor wat een ‘JG Original’ moet worden, een met satéprikkers vastgezette pruik die op een pashoofd in een grote kartonnen doos op transport gaat.

Veel klanten willen een hoog opgestoken en ingewikkeld kapsel, niet zelden in lila, roze of een andere opvallende kleur. Aan een pruik gaat altijd een gesprek vooraf, zegt Gravemaker. „Dragqueens zijn niet zomaar mannen die zich als vrouwen verkleden. Ze kruipen in de huid van iemand anders, hebben als vrouw een eigen karakter. Ik wil weten wie die dame in kwestie is.”

In de aanloop naar de Gay Pride Amsterdam heeft Gravemaker het razend druk. Dragqueens die aan de botenparade door de Amsterdamse grachten deelnemen willen hun outfit op orde hebben. Onder een droogkap staat een pruik met krulspelden in en elders in de salon wachten nog zeventien andere pruiken op een opfrisbeurt.

Zijn klanten kunnen nauwelijks wachten en prijzen hem de hemel in. Connie Veer, het alter ego van bejaardenbegeleider Jurrie de Vries: „Het is ongelooflijk hoeveel volume en stevigheid John aan zo’n slap pruikje weet te geven. Het is echte kunst, die niemand hem nadoet.”

Als de laatste pruik klaar is, begint Gravemaker aan zijn eigen metamorfose. De botenparade is een van de weinig momenten in het jaar dat hij zelf in een vrouw verandert. Zijn baard gaat eraf en ook scheert hij zijn armen en borst; vier uur is hij in de weer. Gravemaker: „Mijn partner doet ook mee. Hij speelde vroeger voor Sinterklaas. Hij zegt altijd dat dat ongeveer hetzelfde voelde.”

    • Arjen Ribbens