‘De melkmachine was groot nieuws’

Nieuwssites, blogs en sociale media. De journalistiek verandert in razendsnel tempo. Hoe werd de krant in de vorige eeuw gemaakt?

Foto Merlijn Doomernik

‘Noem mij een crisiskind. We woonden met vijf kinderen op een boerderij achter acht hekken. Zo lang het licht was, werd er gewerkt. Ik zou ook boer worden.”

Na de lagere school volgde Hylke Speerstra (78) middelbaar landbouwonderwijs en de mulo. „Op een ochtend lag er op mijn ontbijtbord een uitgeknipte advertentie waarin een medewerker werd gezocht voor het Fries Landbouwblad. Mijn vader had het daar neergelegd, hij wist dat ik journalistieke ambities had. Bij mijn sollicitatie moest ik opboksen tegen jongens van het gymnasium, maar ik kwam er toch doorheen.”

Een jaar lang werkte Speerstra als landbouwjournalist. „Ik vond het nogal saai en je mocht niet te kritisch zijn op je eigen bedrijfstak.” Bij een boerderijbrand zag hij dat de jongens van de Leeuwarder Courant (LC) en de Friese Koerier met actuelere, journalistieke stukken uitpakten. „Dat wilde ik ook.” In 1960 werd Speerstra aangenomen bij de Friese Koerier. „Ze kenden me als iemand met een apart pennetje. Ik ben een romanticus, in mijn stukjes stak altijd wel een zekere emotie.”

Speerstra kwam in de leer bij hoofdredacteur en dichter Fedde Schurer en adjunct-hoofdredacteur Laurens ten Cate. Het dagblad stond bekend als een ‘rooie krant’ en Ten Cate, geschoold bij Het Vrije Volk en prominent lid van de PvdA, werd in 1963 hoofdredacteur. „Ik kwam uit een vrijzinnig, liberaal gezin, zij waren echte socialisten. Ze schreven over denkers als Bertrand Russell en lieten Elsevier links liggen. Dat vond ik een beetje raar. Een partijkrant is tenslotte maar een halve krant. Als er een zuivelstaking was, liet ik de werkgever én de werknemer aan het woord.”

Speerstra had bij de Friese Koerier zijn ‘mooiste journalistieke jaren’ waar hij ‘tot in het diepst de provincie leerde kennen’. „Wat plaatsvond was wellicht geen wereldschokkend nieuws, maar er gebeurde veel. De oorlog was voorbij en de keuterboer moest verder kijken dan zijn eigen erf.”

In de jaren zestig was schaalvergroting het toverwoord. Landbouwgronden werden uitgebreid, polderbesturen en zuivelfabrieken gingen fuseren en de boer ging ondernemen met geld van de bank. „Waar bleef de menselijke maat? Ik zag hoe er werd geworsteld met al die innovatiedrang. Die ontwikkelingen fascineerden me. Friezen hebben een sterk verlangen naar het behoud van het oude. Discussies over verandering werden met veel emotie gevoerd.”

De stukken van Speerstra hadden vaak een sterke sociaal-economische invalshoek. „Kleine veranderingen hadden al een grote impact op de gemeenschap. Een boer vertelde me dat hij zijn koeien ’s ochtends twee uur later ging melken. De gebruikelijke tijd in de ochtend en middag was vier uur. Het regende meteen ingezonden stukken. Men had zoiets van: zijn wij nou eeuwenlang gek geweest?”

Ook de komst van de melkmachine, eind jaren vijftig, veroorzaakte veel reuring. „Op de jaarvergadering van de Friese Maatschappij voor Landbouw in Leeuwarden verklaarde een boer dat hij die ochtend zestig koeien had gemolken. ‘Alleen, en zonder zweten.’ En dat terwijl vier handmelkers tweemaal daags bijna twee uur nodig hadden om 32 koeien te melken. Dat was groot nieuws.”

Met de komst van de melkmachine ging ook een belangrijke sociale functie verloren. „Melken met de hand gaat samen met het vertellen van verhalen. Iets wat mensen al eeuwen deden, viel ineens helemaal weg. Het enige geluid dat overbleef was het gezucht van het melkapparaat. ”

Na zeven jaar hield Speerstra het voor gezien. „Ik wilde schrijven over de schippers; mannen die de wereld hadden gezien – zij brachten vruchtbare verhalen.” Hij begon bij schippersweekblad Schuttevaer en werkte zich op tot hoofdredacteur. „Het ging te veel over instituties en te weinig over de mensen, goede achtergrondverhalen ontbraken. Het moest een heel ander blad worden.” Net als in de landbouw, werd de binnenvaart geconfronteerd met schaalvergroting. „Schepen van 80 ton maakten plaats voor kolossen die vijftien keer zoveel vracht konden meenemen.” Ondertussen kregen de schippers, door de groeiende internationale markt, steeds minder macht over hun inkomen. „Net als de boeren leveren ze een product waarvan ze zelf de prijs niet konden bepalen. Dat machteloze intrigeerde me.”

De verhalen die Speerstra schreef, hadden vaak een melancholisch tintje. „Ik voelde aan wat de behoudenden voelden. Dan sprak ik zo’n binnenvaartschipper die stoere verhalen vertelde en terloops vermeldde dat hij zijn schip had moeten inruilen voor een groter exemplaar. Als ik dan doorvroeg, kreeg zo’n man een brok in de keel en vertelde dat hij zijn schip bij de sloperij op de scheepswerf in Martenshoek had moeten achterlaten. Dat is de Friese ziel, het nemen van afscheid wordt verdomde moeilijk gevonden.”

In 1986 werd Speerstra de eerste hoofdredacteur van het door hemzelf opgerichte Agrarisch Dagblad. Drie jaar later werd hij gevraagd om, samen met Rimmer Mulder, het hoofdredacteurschap van de Leeuwarder Courant op zich te nemen. „Dat vond ik een hele eer. Er waren in die tijd drie belangrijke personen in Friesland: de commissaris van de koningin, de directeur van de Friesland Bank en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant.”

Begin jaren negentig was de krant een ‘vermogende gezaghebbende heer’. „Er was een eigen vermogen van 120 miljoen en we hadden een zuinige, hardwerkende redactie.” In 2005 nam de Noordelijke Dagbladcombinatie (NDC) uitgeverij Veen Bosch & Keuning over; drie jaar later werd de educatieve uitgeverij ThiemeMeulenhoff gekocht van PCM. „Een ongekende miskoop. Maar in Friesland knikten de commissarissen.” Zelf was Speerstra in 1996 al vertrokken op ‘de top van de golven’. Hij kan nu alleen op afstand kijken naar de zwaar verlieslijdende krant. „De cultuurredactie is vrijwel weg, er is geen geld voor onderzoeksjournalistiek. De redactie werkt zich kapot maar kan niet meer de spiegel zijn van een Friese samenleving met een eigen identiteit. Net als toen de melkmachine kwam, is ook nu iets essentieels verloren gegaan.”

    • Rosan Hollak