Amsterdam? Zó vies

De Nederlandse hoofdstad dreigt aan haar eigen succes ten onder te gaan, waarschuwt Wim Pijbes. Snel, aan de slag om gastvrij te blijven!

Het Museumplein in Amsterdam, aan het eind van Koninginnedag in 2011. Foto Hollandse Hoogte

Dit seizoen ervaart Amsterdam voor het eerst in volle omvang wat het betekent een attractieve stad te zijn voor bezoekers uit binnen- en buitenland. Met de heropening van enkele musea kent de stad inmiddels een ongekend aantrekkelijk cultureel aanbod. Amsterdam profiteert mee van het wereldwijd groeiende cultuurtoerisme.

Amsterdam staat op een tweesprong: aanhaken bij de internationale top van wereldsteden, of achterblijven in de middenmoot? Journalist Simon Kuper waarschuwde onlangs voor dit dilemma in The Financial Times (31 mei). Het gezaghebbende blad Monocle brengt weer de jaarlijkse lijst met 25 topsteden. Na jarenlange absentie staat Amsterdam er weer in, nu voor het tweede achtereenvolgende jaar, en stijgt zelfs drie plaatsen, naar de 19de plek.

Onze hoofdstad moet de nu aanzwellende bezoekersstroom op passende wijze opvangen. De eerste aanzetten daarvoor zijn inmiddels gedaan, maar ze gaan lang niet ver genoeg.

De Amsterdamse realiteit maakt deel uit van een wereldwijde ontwikkeling. The New York Times bracht afgelopen maandag een stuk over ‘musea en de massa’. Overal worden nieuwe musea overspoeld door telkens méér bezoekers dan voorspeld. De meest optimistische prognoses worden voortdurend overtroffen.

In Londen is het aantal museumbezoekers in tien jaar verdubbeld, Parijs overtreft ieder jaar zichzelf met nieuwe hoogterecords. Het aantal bezoekers rondom het Museumplein is inmiddels de vijf miljoen per jaar gepasseerd. Dat is dus de nieuwe realiteit.

Nergens in Nederland komen op een vergelijkbaar klein oppervlak dergelijke aantallen samen. Daar- bovenop komen nog de dagjesmensen, bezoekers en passanten die niet de musea binnengaan. Het lokale verkeer baant zich morrend een weg tussen de toenemende aantallen skaters, steps, segways en bierfietsen door.

Binnen afzienbare tijd worden de grenzen van deze groei bereikt. Iedereen die dagelijks de stad bezoekt, ziet dat: het zwerfvuil, de irritaties, de rijen. Amsterdam wordt vies, vuig en te vol. Het is tijd voor een Deltaplan Toeristisch Amsterdam.

Illegale kamerverhuur

Een paar suggesties voor dit plan. Voer eindelijk de maatregelen uit die in april vorig jaar zijn aangekondigd tegen de smerige gevolgen van de ambulante straathandel (en het hiermee samenhangende zwerfvuil). Begin nu met een plan van aanpak tegen de levensgevaarlijke, illegale shortstay-kamerverhuur, die bovendien de hotels op oneigenlijke wijze beconcurreert. Neem daarin ook het logeren op woonboten onder de loep. De taxi’s functioneren nog lang niet naar behoren. Denk goed na hoe om te gaan met de meest vervuilende vorm van toerisme, de cruisevaart.

Bouw nu eindelijk voldoende fietsstallingen. Maak een einde aan de middeleeuwse manier van huisvuil aanbieden in de binnenstad en rondom het Museumplein. In de rijkste wijken van het land scheuren wekelijks de vuilniszakken open, aangevreten door meeuwen, ratten en ander ongedierte.

En, wellicht een illusie: sluit de ogen niet voor de beschamende wantoestanden in de prostitutie, inclusief vrouwenhandel van minderjarige Roemeense en Hongaarse meisjes en andere slachtoffers.

En ook: wees eerlijk over het softdrugsbeleid en onderken de gevolgen voor psychisch kwetsbare jongeren die geflipt in de jeugdopvang (of erger) verzeild raken. Een derde van de Nederlandse coffeeshops staat in Amsterdam. De miljoenenindustrie voor de meer dan tweehonderd coffeeshops is een schimmig geheel. Hoe vrolijk de Wallen er ’s avonds ook uitzien, achter de roze schijn gaat een grimmige wereld schuil. ‘Bad money drives out good money’, geldt ook hier.

Amsterdam is een fantastische stad en het visitekaartje voor ons land. Volgend jaar zal, met een grote Rembrandt-tentoonstelling in het Rijks en de oplevering van de entree en tentoonstellingsvleugel van het Van Gogh, de drukte verder toenemen. De tijd dringt om al deze gasten uit de hele wereld fatsoenlijk te kunnen ontvangen.

Lange tijd gold het hatsjikidee van de Amsterdamse tofheid als charmant en vrijgevochten. Die charme is allang verbleekt. ‘I Amsterdam’ is ontaard in ‘eerst ik en dan de stad’. Het stadsbestuur moet nu alle ruimte nemen en krijgen om onze hoofdstad weer ‘loveable’ voor bezoekers en ‘liveable’ voor bewoners te maken.

    • Wim Pijbes