Amsterdam, het toerisme, het vuil en de volle stad

Amsterdam komt om in zijn eigen smerigheid. Het nieuwe college moet snel handelen om verder afglijden te voorkomen, meent Wim Pijbes.

Illustratie angel boligan

Dit seizoen ervaart Amsterdam voor het eerst in volle omvang wat het betekent een attractieve stad te zijn voor bezoekers uit binnen- en buitenland. Met de heropeningen van de musea kent de stad inmiddels een ongekend aantrekkelijke culturele infrastructuur. Amsterdam profiteert mee van het wereldwijd groeiende cultuurtoerisme.

De geweldige cijfers vormen allerminst reden om achterover te leunen, eerder het tegenovergestelde. Maar dit succes lijkt niet voor iedereen een onverdeeld genoegen. Bewoners klagen, bestuurders en instanties reageren, en zo wordt keer op keer een nieuwe vinger in de dijk geduwd.

Amsterdam staat op de tweesprong om of aan te haken bij de internationale top wereldsteden, of achter te blijven in de middengroep steden in de wereld. Simon Kuper waarschuwde onlangs voor dit aanstaande dilemma in The Financial Times (31 mei jl.) En deze maand publiceert het gezaghebbende Monocle de jaarlijkse lijst met 25 topsteden. Amsterdam staat daar, na jarenlange absentie, nu voor het tweede achtereenvolgende jaar in en stijgt zelfs drie plaatsen naar de 19e plek.

Monocle noemt als belangrijke reden het sterke culturele aanbod en met name het nieuwe Rijksmuseum. Monocle maakt ook de kanttekening dat de stad zich voor een aantal belangrijke keuzes gesteld ziet.

Een juiste observatie, immers, onze hoofdstad moet zich nu voorbereiden om de aanzwellende bezoekersstroom op passende wijze te accommoderen. Daartoe is, naast duidelijke keuzes, een grote gemeenschappelijke inspanning nodig. De eerste aanzetten zijn inmiddels gezet maar gaan niet ver genoeg.

De Amsterdamse realiteit maakt deel uit van een wereldwijde ontwikkeling. The New York Times publiceerde maandag over de gevolgen van musea en de massa. Overal worden nieuwe musea overspoeld met telkens meer bezoekers dan voorspeld. De meest optimistische prognoses worden voortdurend overtroffen.

In Londen is het aantal museumbezoekers in tien jaar verdubbeld, Parijs overtreft ieder jaar zichzelf met nieuwe hoogterecords. Het totaal aantal bezoekers aan de instellingen rond het Museumplein is inmiddels de vijf miljoen op jaarbasis gepasseerd. Dat is dus de nieuwe realiteit.

Nergens in Nederland worden op een vergelijkbaar klein oppervlak dergelijke aantallen gerealiseerd. Daarboven komen nog de dagjesmensen, bezoekers en passanten zonder kaartjes aan activiteiten op het Museumplein. Het lokale verkeer baant zich ondertussen morrend een weg tussen de toenemende aantallen skaters, steps, segways en bierfietsen.

Binnen afzienbare tijd worden de grenzen van deze groei bereikt. Iedereen die dagelijks de stad bezoekt, ziet dat: het zwerfvuil, de irritaties, de rijen, kortom de ongeregisseerde drukte. Amsterdam raakt vies, vuig en vol.

De enige manier om hier het hoofd te bieden is er iets aan te doen in plaats van er iets van te vinden. Verder uitstel van maatregelen zal alleen maar leiden tot verdere toename van de problemen. Het is tijd voor een Deltaplan Toeristisch Amsterdam.

Een paar observaties. Geef eindelijk opvolging aan de plannen die in april 2013 werden aangekondigd over de smerige gevolgen van de ambulante straathandel (en het hiermee samenhangende zwerfvuil). Begin nu met een plan van aanpak voor de levensgevaarlijke illegale shortstay kamerverhuur, die bovendien de hotels op oneigenlijke wijze beconcurreren. Neem daarin ook de shortstay op woonboten onder de loep. De taxi’s functioneren nog lang niet naar behoren. Denk goed na hoe om te gaan met de meest vervuilende vorm van toerisme, de cruisevaart.

Leg nu eindelijk voldoende fietsstallingen aan. Maak een einde aan de middeleeuwse manier van huisvuil aanbieden, zoals in de binnenstad en rond het Museumplein. In de rijkste wijken van het land puilen wekelijks de vuilniszaken open, aangevreten door meeuwen, ratten en ander ongedierte.

En, wellicht een illusie, sluit niet de ogen voor de beschamende wantoestanden in de prostitutie, en de hier onderliggende vrouwenhandel van minderjarige Roemeense en Hongaarse meisjes en andere slachtoffers. Onze diplomatieke posten in het buitenland hebben hier hun handen vol aan.

En ook, wees eerlijk over het softdrugsbeleid en onderken de gevolgen voor psychisch kwetsbare jongeren die geflipt in de jeugdopvang (of erger) verzeild raken. Een derde van de Nederlandse coffeeshops staat in Amsterdam. De miljoenenindustrie achter de meer dan tweehonderd coffeeshops is een schimmig geheel. Hoe vrolijk de Wallen er ’s avonds ook uitzien, achter de roze schijn schuilt een grimmige wereld. ‘Bad money drives out good money’, geldt ook hier.

Amsterdam is een fantastische stad en het visitekaartje voor ons land. In 2015 zal met de grote Rembrandt-tentoonstelling in het Rijks en de oplevering van de entree en tentoonstellingsvleugel van het Van Goghmuseum de drukte verder toenemen. Het is daarom zaak hier met vereende krachten een duurzaam, langjarig beleid te ontwikkelen waar plaats is voor toeristen, of liever gasten uit de hele wereld.

Een belangrijk deel van de stedelijke en landelijke economie hangt hiermee samen. Breng de nieuwe uitdagingen van het massatoerisme in kaart, niet vanuit de problemen, maar juist vanuit de kansen. Anticipeer op internationale ontwikkelingen, onderzoek vraag en aanbod en schep duidelijkheid over wat te doen om de stad voor te bereiden op het groeiende toerisme.

Die bezoekers willen een taxi kunnen nemen die ze zonder omwegen op plaats van bestemming brengt. Ze willen heelhuids de straat oversteken zonder ondersteboven te zijn gereden door fietser of scooter. Ze willen door een schone stad wandelen en hoffelijk bejegend worden. Lange tijd gold het hatsjikidee van de Amsterdamse tofheid als charmant en vrijgevochten. Die charme is allang op de achtergrond geraakt en ‘I Amsterdam’ is ontaard tot ‘eerst ik en dan de stad’.

Dat roer moet om en het nieuwe college moet daar met de nieuwe gemeenteraad nu alle ruimte voor nemen en krijgen zodat onze hoofdstad ook na 2014 ‘loveable’ voor bezoekers en ‘liveable’ voor bewoners wordt.

    • Wim Pijbes