Amerikaanse inlichtingendienst erkent spionage van de Senaat

De CIA erkent dat spionnen hebben ingebroken in computers van de Senaat. En de CIA lag al onder vuur.

De Amerikaanse inlichtingendienst CIA heeft toegegeven dat medewerkers hebben ingebroken in computers van de Senaat, die toezicht houdt op de buitenlandse inlichtingendienst van de Verenigde Staten. CIA-baas John Brennan bood gisteren, na maandenlange ontkenningen, in besloten kring daarvoor excuses aan.

De kwestie betekent nieuwe reputatieschade voor de CIA, die al onder vuur ligt wegens marteling van terreurverdachten en gebruik van geheime gevangenissen in het buitenland na de aanslagen van 11 september 2001. Precies die zaken onderzocht de Senaat. Daarvoor deelden medewerkers bestanden op een netwerk. CIA-medewerkers hackten dit netwerk.

Brennan zei in maart nog tegen de Senaat, dat de aantijgingen over computerspionage door de CIA „het verstand te boven gingen”. Maar gisteren erkende de CIA in een verklaring dat „sommige medewerkers” de regels hadden overschreden. De CIA begint onderzoek naar de daders .

Leden van de Senaat vinden dat de CIA verder moet gaan. Sommigen hebben opgeroepen tot het aftreden van Brennan, maar de invloedrijke voorzitter van de Senaatscommissie voor Inlichtingen, Dianne Feinstein, lijkt deze wens niet te delen.

De New York Times stelde vandaag in een commentaar dat de CIA heeft gemarchandeerd met de scheiding der machten. „Het idee is dat het Congres toezicht houdt op de inlichtingendiensten en excessen indamt. Dat kan niet effectief gebeuren als het Congres zelf wordt bespioneerd door de inlichtingendienst.”

Het rapport dat de Inlichtingencommissie heeft geschreven op basis van het onderzoek naar CIA-praktijken na 9/11 komt mogelijk vandaag naar buiten. Volgens ingewijden blijkt daaruit dat de hardhandige verhoren van terreurverdachten geen cruciale informatie hebben opgeleverd. De CIA zou het belang van de verhoren hebben overdreven tegenover het Congres.