‘Achterdeurtjes’ maken sancties minder zwaar dan ze lijken

Nieuwe sancties tegen Moskou treffen vooral kredietverlening

Vanaf vandaag gelden er nieuwe, zware Europese sancties tegen Rusland. Gisteren maakte de EU de details bekend. Het concrete sanctiepakket komt goeddeels overeen met wat al naar buiten was gekomen. Maar er zijn ook nieuwe elementen, met name achterdeurtjes die zijn opengelaten en die Rusland – én de EU-landen – speelruimte geven. De sancties ontleed.

Banken

De sancties tegen Russische banken zijn veruit de ingrijpendste. Europese personen mogen niet langer aandelen, obligaties of andere waardepapieren met een looptijd van langer dan negentig dagen kopen van Russische banken waar de Russische Staat een meerderheidsbelang heeft.

Zo’n sanctie treft de Russische economie hard. Russische banken trekken veel geld aan op de Europese kapitaalmarkt, om dat vervolgens weer uit te lenen aan bedrijven in Rusland.

Er is wel een belangrijke uitzondering gemaakt: zogeheten syndicated loans vallen niet onder het verbod. Syndicated loans zijn leningen die worden verstrekt door een consortium van westerse institutionele investeerders (pensioenfondsen, verzekeraars) en banken.

Russische banken nemen meer van dat soort leningen af dan dat ze geld ophalen op de Europese kapitaalmarkten. Dat doen ze voor een belangrijk deel bij institutionele beleggers in Groot-Brittannië, Frankrijk – en ook Nederland.

De maatregel geldt overigens niet voor alle Russische banken die voor meer dan 50 procent in handen zijn van de staat. In tegenstelling tot wat eerder het geval leek. Rusland heeft ongeveer achttien van dat soort banken, maar de sancties treffen er maar vijf (Gazprombank, Sberbank, VTB, VEB en de Russische Agricultuur Bank). Dat zijn wel de grootste.

Energie

Het belangrijkste aan de energiesancties is wat er aan ontbreekt. Er mag geen technologie meer worden geleverd aan Rusland voor de olie-industrie. Maar voor de gasindustrie geldt zo’n verbod niet. Europese landen zijn afhankelijk van Russische gas, sommige zelfs voor bijna 100 procent.

Het verbod betreft overigens ook niet de hele olie-industrie, maar slechts een drietal onderdelen. Het gaat om de winning van olie in het Arctische gebied, in de diepzee en de winning van schalieolie. Voor Rusland zijn dat weliswaar belangrijke gebieden, maar het duurt naar verwachting nog jaren voor hier op grote schaal olie kan worden gewonnen. Volgens het economisch bureau van ABN Amro zal de Russische olieproductie er op de korte termijn niet onder lijden.

Het belangrijkste: het olieverbod komt in de vorm van een „vooraf toestemming aanvragen bij de relevante autoriteiten van de lidstaten (de overheid)” om technologie te exporteren. Ofwel: geheel waterdicht is het verbod niet. Lidstaten kunnen toestemming geven aan leveranciers om toch bepaalde technologie aan Rusland te leveren. Alleen als er „redelijke gronden” zijn om te vermoeden dat het om technologie gaat die bedoeld is voor de olie-industrie, dan mag het niet. Dat geeft lidstaten dus enige ruimte, ook al is dat wellicht niet veel.

Wapens

Hetzelfde geldt voor wapens en voor zogeheten ‘dual use’-goederen en technologie (goederen die zowel voor militaire als civiele doeleinden gebruikt kunnen worden). In principe mogen die niet geëxporteerd worden. Maar Europese lidstaten kunnen ook hier toestemming geven aan leveranciers in hun landen om dat toch te doen. Mits er geen gegronde redenen zijn om te vermoeden dat de producten of de technologie uiteindelijk voor militaire doeleinden worden aangewend.

Bestaande wapencontracten (bijvoorbeeld de levering van Franse Mistral helikoptervliegdekschepen) mogen nog wel worden nageleefd. Ook is er een uitzondering voor onderhoudscontracten voor Russisch wapentuig in de EU. Verschillende Oost-Europese landen hebben nog veel Russische wapens.

    • Chris Hensen