Column

Welke veranderingen willen de werkgevers ?

Cees Oudshoorn heeft een van de mooiste functietitels die er zijn. Directeur Beleid bij werkgeversorganisatie VNO-NCW. Welk beleid? Elk beleid. Oudshoorn werkt in de coulissen van de macht. Zijn baas tot voor kort, Bernard Wientjes, was voor de Volkskrant vier jaar achtereen de machtigste Nederlander.

Nu stapt hij plotseling uit de achterkamertjes in het licht van de schijnwerper. Hij heeft nu, ter gelegenheid van de wisseling van het VNO-NCW- voorzitterschap van Wientjes naar Hans de Boer, een eigen verhaal geschreven: Grenzeloos groeien. Hij noemt ’t een notitie. Wiebe Draijer, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER) die topman van de Rabobank wordt en een voorwoord schreef, rept van een brochure. Ik lees het als de werkgeversagenda voor de komende jaren.

Oudshoorn schreef de notitie naar eigen zeggen op persoonlijke titel, maar met alle respect: in de politiek-economische arena gebeurt niks op persoonlijke titel. Daar strijden belangen. Het gewicht van die belangen wordt bepaald door de omvang van organisaties, hun middelen, maar ook de kennis die zij weten te mobiliseren. De notitie staat overigens op de VNO-NCW-website. Dat dan weer wel.

De notitie van Oudshoorn moet het ongeregelde ‘groeidebat’ een impuls geven. Waarmee verdienen bedrijven straks hun geld? Hoe moet Nederland na de banken- en de eurocrisis opboksen tegen groeiende concurrentie van andere regio’s (China, India, Silicon Valley) en van andere wezens (robots)? Dat debat had vorig jaar op gang moeten komen met het rapport van denktank WRR over een lerende economie, maar liep mede dankzij de ongeïnteresseerde reactie van het kabinet meteen vast.

Twee voorstellen uit Oudshoorns notitie pik ik er uit. De eerste is zijn grove schets van hét controversiële politiek-economisch thema van dit moment: een belastingherziening die tien jaar standhoudt.

Hij maakt drie punten. 1. Stop het innen van belasting- en premiegeld dat vervolgens door de samenleving wordt gepompt en deels weer bij de eerdere belastingplichtigen terechtkomt. Daar is wel politieke consensus te vinden.

Punt 2: saneer de premieheffing voor de uitdijende gezondheidszorg. Dat wordt steeds duurder voor het bedrijfsleven. Oudshoorn wil die last naar werknemers verschuiven, zoals bij de AOW-premie. Zijn argument: zorg is voor iedereen gelijk, maar ouderen en zelfstandigen betalen de premies zelf, terwijl zorgpremies van werknemers worden gecompenseerd door bedrijven. Dat is een politiek vechtpunt. Wat is het gevolg voor de koopkrachtplaatjes?

Punt 3: een substantiële netto lastenverlaging met lagere belastingtarieven, zoals een basistarief van 40 procent. Dat sluit aan op wat de Britten en de Duitsers heffen, maar wel over een bredere belastinggrondslag. Ook een strijdpunt, zeker omdat Oudshoorn niks ziet in lastenverschuivingen, lees: hogere heffing op vermogens.

Oudshoorns tweede voorstel is de lof voor het calvinisme: werken en investeren. Hij wil het kapitaal dat werknemers nu collectief verplicht sparen voor hun pensioen individualiseren én gebruiken voor de financiering van eigen woningen en zorgkosten later. Daarmee sluit hij aan bij invloedrijke regeringsadviseurs als president Klaas Knot (De Nederlandsche Bank) die de ‘bevroren’ financiële bezittingen en verplichtingen van huishoudens (pensioenkapitaal, eigen huizen, hoge hypotheken) wil ontdooien en bekorten. Minder collectief kapitaal, meer eigen geld in eigen huis en eigen scholing, minder schulden.

Kortom: niet meer rentenieren en het geld laten zweten, maar langer werken en zelf zweten.