Voor vakantie heeft de topsporter geen tijd

Wielrenners rijden nu in criteriums, na zware Tour-weken. Is dat wel zo slim?

Het is een korte zomer geworden voor voetballers Stefan de Vrij, Bruno Martins Indi en Daryl Janmaat. Net bekomen van het WK moeten ze zich bij hun nieuwe clubs melden. Wielrenners Bauke Mollema en Lars Boom hebben nog minder rust. Ze rijden criteriums in eigen land, op weg naar de najaarskoersen. Criteriums zijn lucratieve wedstrijdjes die na de Tour worden georganiseerd.

Hoe herstelt de sporter van de sportzomer? Neem De Vrij, de verdediger met de beste statistieken van het WK. Zijn vorige seizoen begon op 26 juni vorig jaar met de eerste training van Feyenoord en eindigde op 12 juli van dit jaar met de troostfinale in Brazilië. Hij genoot krap twee weken van zijn vakantie en meldde zich op 25 juli voor de training in Rotterdam. Dat was slechts een tussenstop: deze week verhuist hij naar Lazio Roma.

„Ik houd mijn hart vast”, zegt Raymond Verheijen, inspanningsfysioloog in het voetbal. Hij wijst erop dat veel spelers na een WK in oktober of november een terugslag krijgen of blessures. Trainers wijzen vaak naar de belasting van een WK als hun internationals kwakkelen. Ten onrechte, vindt Verheijen. „Meestal maken juist de clubs fouten in hun aanpak. Hun andere spelers hebben na vijf weken rust een relatief lage fitheid en hoge frisheid. Bij WK-spelers, is het andersom: hun conditie is nog goed, maar ze zijn ook vermoeid.”

Dat vraagt een andere trainingsaanpak, legt Verheijen uit. Hij pleit ervoor dat internationals nog later aansluiten dan nu, minder uren maken dan hun ploeggenoten, maar dan wel voluit trainen. „Zo krijgen ze frisheid terug en behouden ze conditie. Niet met zinloze oefenwedstrijden.”

Bewijzen als nieuwe speler

Wie een nieuwe werkgever heeft, wil zich graag bewijzen. Dat is een gevaar, zegt Jos Geijsel, topsportfysioloog met ervaring bij onder meer Ajax en de nationale hockeyploeg. „Ik hoop dat spelers durven aangeven dat ze willen doseren en dat de clubs ook hun verantwoordelijkheid nemen. Ze moeten niet als een wilde erin omdat de nieuwe omgeving uitdagend is.” De grenzen liggen bij elke speler anders, zegt hij. „Een verdediger loopt minder en zal minder hersteltijd nodig hebben dan een aanvaller, een getalenteerde voetballer weer minder dan een minder getalenteerde.”

In de Tour is het overleven

Ook wielrenners moeten oppassen met inspanning na de Tour, al zijn ze anders vermoeid. Verheijen: „Wielrennen is fysiologisch veel zwaarder. Zij putten zichzelf uit, maar kunnen na 24 uur zijn hersteld. Voetbal is anatomisch een aanslag, met spierschade door de wendingen en fysiek contact. Het duurt 72 uur voor hun lichamen weer volledig belastbaar zijn.”

Hoe een wielrenner zich voelt na drie weken Tour? „De meesten zijn behoorlijk overtraind en systematisch uitgeput”, zegt Adrie van Diemen, bewegingswetenschapper van de Amerikaanse wielerploeg Garmin. „Een klimmer zal zich beter voelen dan een sprinter, een klassementsrenner beter dan een knecht. Maar voor het merendeel van het peloton is het elke dag overleven geweest, met daarna nog de druk van de belangstelling van media. Zij hebben zeker veertien dagen rust nodig om zichzelf weer op te lappen.”

Rust is bij wielrenners relatief. Van Diemen: „Ik adviseer te blijven fietsen, maar niet al te belastend, aangevuld met krachttraining. Ze moeten deze dagen op weg naar de Ronde van Spanje of het WK goed rusten, eten en stress vermijden: geen verbouwing, bruiloft of begrafenis.”

Van Diemen zou de criteriums niet altijd aanraden. „Het reizen is vermoeiend en de renners belanden pas ver na middernacht in bed. Dat helpt niet bij het herstel. Natuurlijk, sommigen kunnen vijf dagen op rij 5.000 euro startgeld verdienen. Maar of dat fysiek verstandig is, weet ik niet.”

Geijsel wijst erop dat de vermoeidheid ook mentaal is. „Zij zijn weken bij een geweldig feest geweest. Dan kan in de wedstrijden erna de inspiratie verslappen en dus het fysieke vermogen teruglopen. Dat is te voorkomen: straks weer voluit, nu even in de parkeerstand.”