Volkert mag vrij reizen – laten politici zich hierbij neerleggen

Volkert van der G., de man die in 2002 de politicus Pim Fortuyn vermoordde en diens chauffeur bedreigde, krijgt zijn vrijheid terug om te reizen naar Rotterdam, Den Haag, Hilversum en Tilburg. Althans voorlopig. De elektronische enkelband die hij droeg opdat kon worden gecontroleerd of hij zich aan deze reisverboden hield, kan dus ook af. Het is het gevolg van een uitspraak die de Haagse rechtbank gisteren deed in een kort geding dat Van der G. tegen de staat had aangespannen. Definitief is dit oordeel niet; het Openbaar Ministerie heeft beroep aangetekend.

De voorwaarden die aan Van der G. bij diens vervroegde invrijheidstelling, op 2 mei van dit jaar, zijn gesteld, worden voor een deel wel gehandhaafd. Het verbod op contact met de familie Fortuyn en andere betrokkenen blijft. Dat geldt ook voor het contact met media, al was en is op dit laatste een uitzondering mogelijk. Ook blijft hij verplicht om zich door een psychiater of psycholoog te laten bijstaan. Verder is de vaststelling van de rechtbank van betekenis dat de staat Van der G. wel aan de strengere voorwaarden mocht onderwerpen, ook al maakt de wet die pas sinds 1 juli 2008 mogelijk, terwijl zijn veroordeling door het gerechtshof dateert van 2003.

Volkert van der G. heeft dus voor een deel zijn zin gekregen. Mogelijk zou dit later toch al zijn gebeurd, maar dan zonder tussenkomst van de rechter, omdat de noodzaak van de beperkingen die aan zijn vrijheid zijn gesteld, elke drie maanden wordt bekeken.

Essentieel in het vonnis van de Haagse rechter is diens constatering dat sinds de vrijlating van Van der G. maatschappelijke onrust is uitgebleven; dat vormde een belangrijk argument voor het reisverbod. Bovendien, stelt de rechter, kan die onrust ook ontstaan op plaatsen waar Van der G. wel mag komen. Hij noemt het reisverbod en de daaraan gekoppelde verplichting tot het dragen van een enkelband disproportioneel.

Feit is dat de gevreesde maatschappelijke onrust, ook sinds bekend is waar Van der G. woont, is uitgebleven. Afgezien van de begrijpelijke, persoonlijke gevoelens bij nabestaanden en andere betrokkenen. Het spreekt vanzelf dat Van der G. als veroordeelde wiens straf er voor tweederde opzat, niet bovenmatig anders wordt behandeld dan andere gestraften. Het is dus te hopen dat de maatschappelijke onrust ook nu uitblijft en vooral dat politici die niet aanwakkeren. Al te vaak hebben sommigen van hen getracht de processen tegen Volkert van der G. te politiseren. Ook nu weer. Dat is ongepast. Ministers noch Kamerleden horen op de stoel van de rechter. Net als iedereen hebben zij zich bij diens onafhankelijk oordeel neer te leggen – nu en na hoger beroep.