Pap, maak jij de salade maar

illustratie jet peters

Afgelopen week ging ik weer eens met mijn broertje en zusje barbecuen bij mijn ouders. De laatste keer dat mijn vader een poging deed om een hoopje briketten aan het branden te krijgen was tien jaar geleden, inmiddels begrijp ik weer donders goed waarom we nooit meer met het gezin aan het roosteren gaan.

Mijn vader is namelijk een beetje ongeduldig. Maar omdat het aansteken van een barbecue in mijn ogen een soort van mannenklusje is, lieten mijn zusje en ik hem maar toch maar eerst even zelf aanklooien. Vol genoegen keken we hoe de pater familias de zak met briketten in de hens stak en netjes wachtte tot die dingen begonnen te smeulen. In de tussentijd kletsten we er met z’n vijven op los: bespraken vakantieplannen, het nieuws van die dag en klaagden volop over het warme weer. Maar toen de briketten na twintig minuten nog steeds niet warm genoeg waren, werd het pas echt gezellig.

Eerst kwam de gasbrander voorbij, vervolgens een fles terpentine, daarna een fles thinner en tussendoor heel wat geërgerde blikken. Toen mijn withete vader op het punt stond om naar de benzinepomp te sjezen voor een pakje aanmaakblokjes was het tijd om me ermee te gaan bemoeien.

Paps moest stil zitten en mooi wezen, zijn dochters zouden die barbecue wel aan de praat krijgen. We wapperden wat, bliezen een beetje en weer twintig minuten later kon de eerste hamburger op het rekje. Uiteindelijk ging het hele barbecuen nog best rap, maar je moet er wel het geduld voor hebben.

Dus paps, doe me een lol en houd je de volgende keer bezig met maken van een salade. Die barbecue steek ik wel aan.