‘Niets doen is het ergste’

Elke dag proberen de internationale onderzoekers vanuit Donetsk vergeefs het rampgebied te bereiken. Ze houden vol, maar alles is moeilijk. Met de separatisten praten? „Soms hebben ze niet eens een telefoon.”

Nederlandse politiefunctionaris in het centrum van Donetsk eerder deze week tijdens een bijeenkomst. Foto AFP

Zou het vandaag lukken? Drie auto’s van de veiligheidsorganisatie OVSE rukten vanochtend weer uit vanuit Donetsk, in de hoop een nieuwe route te vinden waarmee ze wél het rampgebied kunnen bereiken. Langs de weg tussen de zonnebloemenvelden hebben separatisten en Oekraïense militairen zich ingegraven. Ieder in zijn eigen schuttersputje, geweerlopen steken naar buiten. Op de weg staan legertanks, hier en daar zijn de vangrails door bombardementen omgekruld. De Oekraïense politie die de missie had moeten begeleiden, haakt halverwege af door autopech.

Rond het middaguur waren de OVSE’ers druk aan het onderhandelen bij een controlepost van het Oekraïense leger. Ook de Nederlandse kolonel Kees Kuijs van de marechaussee is erbij. Het tankstation hier is kapot gebombardeerd, de glasscherven liggen er nog. In een rookwalm tuft een tank met tien soldaten voorbij met de Oekraïense vlag erop. Zou het uitmaken dat het leger vanochtend voor één dag een staakt-het-vuren heeft afgekondigd? Voorlopig wordt er nog druk gepraat.

De Nederlanders hebben intussen niets te doen. Gisteren zaten de forensische experts in hun officiële blauwe hemden en de potige marechaussees loom onder de parasols op het terras van hotel Park Inn in Donetsk. Zij zouden het rampgebied moeten uitkammen, maar wachten nu op groen licht van de verkenningsmissie. Kolonel Kees Kuijs heeft ervaring met dramatische identificatiemissies: Thailand na de tsunami, dat was lastig en emotioneel. Hier zullen de verveling en frustratie zwaarder wegen.

Maandag is het Nederlandse team nog in een colonne van twintig wagens naar het rampgebied gereden, om al snel rechtsomkeert te maken. Veel te gevaarlijk: het Oekraïense leger heeft zijn strijd tegen de separatisten opgevoerd en de rampplek ligt nu in de frontlinie.

Cola en jus d’orange

Sinds woensdag vertrokken enkel voorzichtige verkenningsmissies van de OVSE met twee tot drie auto’s. Maar ook die reden weer terug toen ze luide explosies hoorden, gewonden langs de weg zagen liggen en busjes vol vluchtende mensen in omgekeerde richting zagen rijden – bordjes met ‘kinderen’ achter de voorruit geplakt.

„Heel erg frustrerend”, noemt een Australische expert de situatie, op weg naar de bar. Journalisten in hetzelfde hotel drinken bier – de marechaussees houden het bij cola en jus d’orange, terwijl ze roken en grapjes maken.

Alexander Hug, de tweede man van de OVSE-missie in Oekraïne, onderhandelt al dagen over toegang tot het gebied. Hij duikt op in alle hoeken van het hotel, doorgaans met telefoon aan het oor. Hij tekent een schema van de situatie rond het rampgebied. Separatisten en overheidstroepen staan er kriskras door elkaar opgesteld, zegt hij. „Het is een labyrint van posities.” En je kan wel met alle partijen bellen voor je het gebied intrekt, maar niemand weet of al die losse groepjes de boodschap ook aan elkaar doorgeven. „Soms hebben ze niet eens een telefoon.”

Met de Oekraïense legereenheden, in een oorlogszone ver van Kiev, is het niet anders. Uiteindelijk, zegt hij, heb je „slechts één dronken of ongedisciplineerde soldaat nodig om een vuurgevecht van drie uur te ontketenen”. Indien je daar achter belandt, zit je vast in de vuurlinie.

En dat terwijl de OVSE’ers geen militaire ervaring hebben. „Veel van onze eigen mensen hadden tevoren nog nooit een geweer te zien gekregen.” Hij probeert te zorgen dat zijn mannen niet opbranden van de spanning.

Toen de Nederlanders hier vorig weekend aankwamen, zag de situatie er nog gunstiger uit. Dat de frontlinie dwars door het gebied zou komen te liggen, verwachtte men toen niet. Hug: „We hadden niet verwacht dat het zo’n probleem zou worden.”

Wat kan uitkomst bieden? Volgens Hug zijn er drie mogelijke oplossingen. Er komt een echt staakt-het-vuren, iedereen trekt zich terug, of één partij gaat er overheen. „Als de Oekraïense regering een echte overwinning zou behalen, zou de situatie natuurlijk anders zijn.”

Dan kunnen ook de Nederlanders een basis opstellen in het gebied dat onder Oekraïense controle ligt.

Maar de problemen zijn dan niet voorbij. Het Oekraïense leger zei gisteren dat de separatisten mijnen in het rampgebied hebben gelegd. Of het klopt? Zeker is dat de experts extra voorzichtig te werk zullen moeten gaan, wanneer ze het gebied eindelijk bereikt hebben.

De situatie in de stad Donetsk zelf wordt intussen steeds ongunstiger. Het Oekraïense leger omsingelt de stad stapje voor stapje. Het maakt de rebellen die overal met hun automatische geweren over de schouder rondhangen, humeurig en onvoorspelbaar. Ze kijken gespannen, bij de controleposten op de weg naar de stad.

Artillerievuur

’s Avonds op het terras van het Park Inn overstemt het artillerievuur aan de rand van de stad de popdeuntjes. Een stel onwennig kijkende separatisten in gevechtsuitrusting loopt door het hotel. Ze laten de lopen van hun automatische geweren nonchalant bengelen tot vlak boven het rode tapijt. De ongewapende marechaussees bij de ingang roken nog maar een sigaret.

Hoewel de situatie uitzichtloos lijkt, blijven de verkenningsmissies toch elke dag een poging wagen om het rampgebied te bereiken. Al is het maar met twee wagens. Vanwege de „menselijke tragedie”, zegt Hug. „Het ergste wat we kunnen doen is helemaal niets doen. Het domste wat we kunnen doen is het leven van onze mensen riskeren.”