Niemand wil Hamas aan een overwinning helpen

De Israëlische vredesactivist Gershon Baskin onderhandelde vijf jaar met Israël en Hamas. Beide partijen hebben hun militaire doelen nog niet bereikt, zegt hij. „Ze willen nog niet stoppen.”

Ruim vijf jaar lang onderhandelde de bekende Israëlische vredesactivist Gershon Baskin met de Palestijnse Hamas-beweging over de vrijlating van een ontvoerde Israëlische militair. In oktober 2011 liet Hamas de militair gaan, in ruil voor de vrijlating van meer dan duizend Palestijnen uit Israëlische gevangenissen. Achter de schermen speelde Baskin een hoofdrol.

Na de gevangenenruil probeerde Baskin vergeefs een duurzaam staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas tot stand te brengen. Ook nu, gedurende de huidige oorlog in Gaza, bemoeit Baskin zich met de gebeurtenissen, zij het zijdelings, tijdens zijn vakantie. Vanaf het strand vertelt hij hoe hij verzoeken uit Gaza, bijvoorbeeld om bescherming van een kerk waar gehandicapte kinderen wonen, doorspeelt aan het Israëlische leger.

Dit is de derde keer binnen zes jaar dat Israël en Hamas elkaar met geweld bevechten. Geeft u een van beide de schuld van deze ronde?

Vredesactivist Baskin: „Die schuldvraag bevalt me niet. Het is als vragen wat er eerder was, de kip of het ei. Dit vechten is onderdeel van de cyclus van een conflict dat onopgelost blijft. Je moet het zien als een incident in een constante gevechtsronde tussen de twee partijen.

„Maar je zou kunnen zeggen dat dit begon bij de kidnapping van drie Joodse tieners, waarop Israël Hamas de schuld gaf en honderden van zijn leden op de Westelijke Jordaanoever arresteerde. Hamas, dat betrokkenheid bij de ontvoering ontkent, moest toen wel reageren. En Israël moest deze operatie beginnen nadat een rakettensalvo uit Gaza in Israël landde.”

„Ik denk niet dat Hamas deze oorlog heeft gewild, want het was daarvoor heel, heel zwak en blut en naarstig op zoek naar financiële voordelen van de eenheidsregering die het vorige maand sloot met Abbas [Fatah-leider en Palestijnse president].”

Als de oorlog geen vooropgezet plan was, waarom komen de partijen dan nu zo moeilijk tot een staakt-het-vuren?

„Je kunt alleen een wapenstilstand sluiten als beide partijen willen stoppen met vechten. Maar tot nu toe hebben Israël en Hamas hun strategische militaire doelen nog niet bereikt, dus ze willen nog niet stoppen. Het andere grote probleem is dat niemand direct met Hamas wil onderhandelen, omdat niemand Hamas aan een overwinning wil helpen. Iedereen wil dat Hamas verzwakt uit deze oorlog komt, en niet versterkt, zoals nu. In Israël bestaat er geen twijfel dat onze operatie de Gazaanse bevolking zeer hard heeft getroffen en dat we Hamas’ militaire infrastructuur weliswaar serieuze schade hebben berokkend, maar dat Hamas als organisatie is versterkt en dat de populariteit significant is vergroot. Bovendien zijn geen van zijn militaire of politieke leiders geraakt.”

„De vraag is nu, hoe bereik je een wapenstilstand die Hamas verzwakt en de gematigde Palestijnen versterkt? Want Hamas leek de laatste jaren wel tekenen van matiging te vertonen, over dagelijkse kwesties als elektriciteit en water, maar ik noem dat pragmatisme. Als het gaat om politieke vraagstukken, zoals de gewapende strijd tegen Israël, is Hamas nog steeds extremistisch.”

De bemiddelaars staan te trappelen. Egypte, Turkije en Qatar verdringen elkaar.

„De Amerikanen hebben Qatar en Turkije erbij betrokken omdat ze dachten dat zij druk konden uitoefenen op Hamas. Maar Qatar en Turkije hadden daar andere ideeën over, net als Hamas. Egypte blijft de enige serieuze bemiddelaar. Maar het regime in Egypte haat Hamas en praat niet met Hamas, dus Hamas weigert met Egyptische plannen in te stemmen. Toch is Egypte de juiste bemiddelaar, want Hamas moet niet een van de twee ondertekenaars zijn van een wapenstilstand, het moet in een akkoord gedwongen worden door de Arabische wereld.

„De vraag blijft of je deze geweldsronde wilt beëindigen als pauze voor de volgende, of als begin van serieuze onderhandelingen over een duurzame oplossing. Het antwoord is vooral aan Israël, maar dat wil dat laatste niet.”

Israël wil demilitarisering van de Gazastrook. Hamas eist versoepeling van de blokkade van Gaza. Zijn dat geen redelijke eisen, met het oog op de lange termijn?

„Zeker. Natuurlijk moet de blokkade worden opgeheven, dat had al lang geleden moeten gebeuren. Mensen in Gaza kunnen zo niet leven. En Israël kan niet leven met zo’n militaire dreiging aan zijn grenzen. Die bedreigt niet alleen Israël maar de hele Palestijnse zaak. Deze eisen moeten worden gezien in de context van de Israëlische bezetting en de noodzaak om tot een niet-militaristische Palestijnse staat te komen. Daarom moeten deze eisen worden behandeld in het raamwerk van een vredesproces, niet in onderhandelingen over een staakt-het-vuren. Als je dat doet, beloon je geweld.”

Hoe moet het vredesproces er uitzien?

„Mijn voorstel is dat Israël met de Palestijnen onderhandelt op basis van het Arabische Vredesinitiatief [uit 2002] en de Arabische Liga vraagt om een multinationale Arabische troepenmacht om Gaza te stabiliseren en te ontwapenen, opdat de blokkade kan worden opgeheven en er verkiezingen kunnen komen. Israël moet een akkoord sluiten over het einde van de bezetting en de stichting van de Palestijnse staat. Dat is het kort gezegd. Het begint dus met het omarmen van het Arabische Vredesinitiatief. Maar Israël vertikt dat.”

Heeft de Israëlische premier Netanyahu wel de politieke wil om vrede te sluiten?

„Nee. Mijn analyse is dat hij vorig jaar juni een deal heeft gesloten met de Amerikaanse president Obama. De deal was een uitruil: Obama zou Iran leveren, dus ervoor zorgen dat Iran zijn nucleaire programma zou beëindigen, en Netanyahu zou een Palestijnse staat leveren. Voor zover ik weet was dit de voorwaarde voor de negen maanden vredesonderhandelingen. Die begonnen goed, tot de VS in november vorig jaar een deal sloten met Iran waardoor het uranium kon blijven verrijken. Netanyahu vond dat Obama hem had verraden en liet de vredesbesprekingen klappen.

„Hoe dan ook, we weten allemaal hoe een vredesakkoord eruit moet zien. Netanyahu heeft nog nooit laten zien dat hij oprecht geïnteresseerd is in die deal.”