Niemand lacht in het Chicago van Common

Chicago worstelt met hevig straatgeweld. De stad staat centraal in de documentaire Welcome to Chiraq en op het nieuwe album van Common en No I.D. „Dit is een oproep actie te ondernemen.”

Rapper Common roept op zijn nieuwe plaat op om het geweld in Chicago te stoppen. Foto Pamela Littky

De meest urgente popmuziek van dit moment komt uit Chicago, Illinois. Kanye West komt er vandaan, de meest spraakmakende en vernieuwende popster van de afgelopen jaren. Maar ook de rauwe en bedwelmende lokale hiphopvariant drill, populair gemaakt door straatjongens. En de opzwepende lofi-beats vol geknipte vocalen en gebroken ritmes uit het genre footwork.

Chicago is ook de stad van het gouden hiphopduo rapper Common en producer No I.D. Twintig jaar geleden maakten ze indruk met Resurrection, een krachtige ode aan de levende stad, de straatcultuur, de families, de hoop en de ellende in Chicago. Op hun nieuwe album Nobody’s Smiling stellen de twee hiphopveteranen hun geboortegrond opnieuw centraal.

Het Chicago van nu wordt door media en jonge straatsterren ook ‘Chiraq’ genoemd. Een generatie die nog geboren moest worden toen Resurrection uitkwam, groeit er op te midden van hevig straatgeweld. „Is het genocide?”, vroeg Chicago’s superster Kanye West zich in 2011 af in het nummer Murder met Jay Z. Hij rapte: „Ik voel de pijn in mijn stad, overal waar ik ga. 314 soldaten stierven in Irak, 509 stierven er in Chicago.” West baseerde zich op cijfers over het jaar 2008.

Vredestekens

Op de openingstrack van Nobody’s Smiling rapt de net twintig geworden Lil Herb over de omgeving waarin hij opgroeide: „Niemand stopt het geweld, waarom blijft iedereen liegen? Niggas gooien vredestekens op maar iedereen blijft doodgaan.”

De 42-jarige Common beschrijft dezelfde wereld met de afstand die zijn leeftijd en positie met zich meebrengen. Hij laat de stad ademen zoals tv-serie The Wire de stad Baltimore tot leven wekte; door mensen midden in de ellende hart en ziel mee te geven. Voorbeelden zijn beschrijvingen van een vrouw die in alles handelt om te overleven („she hustle harder than a nigga”) en een straatjongen „met minstens zeven paar Air Jordans” die op een trapje zit en weet dat van hem een harde houding verwacht wordt.

Het nieuwe album van Common „is een oproep actie te ondernemen”, vertelde de rapper aan muziekzender Revolt. Common is een zeldzaam fenomeen in de veranderlijke hiphopcultuur; een artiest die al meer dan twintig jaar op hoog niveau, kritisch, bevlogen en poëtisch muziek maakt, grenzen opzoekt en soms gierend uit de bocht vliegt. Als hij raak schiet, is hij een van de krachtigste stemmen in het genre.

Op Nobody’s Smiling is hij cool, collected en bevlogen. Een man, geen straatjongen, die op de stevige, rauwe hiphopbeats van No I.D. in ontspannen en overtuigende raps met veelzeggende details de wereld schetst van zijn ‘zonen’ die geen andere uitweg zien om hun familie eten te geven, maar ook van de familie, huilend tijdens een begrafenis in de kerk. „Ik wil geen hollow point-kogelgaten in hem / zijn moeder zegt: ze ziet zijn vader in hem.” Common preekt niet maar praat: met de jeugd in de frontlinie, met mensen die het geweld negeren, met ons.

Gewelddadige muziek

De betrokkenheid waarmee Common over de noodtoestand in zijn stad praat en daarvan spraakmakende kunst maakt, is afwezig in de online documentaireserie Welcome to Chiraq van muziekblog Noisey over de opkomst van de drill-scene in Chicago. Een blanke blogger trekt daarin naar de buurt waar de belangrijkste drillboegbeelden opgroeiden en interviewt het handvol knetterstonede tieners dat van de populaire en gewelddadige muziek het boegbeeld is. De filmcrew zoekt nadrukkelijk de sensatie op, met een interviewer die zich verlekkerd afvraagt wat met hem op de straathoek zou gebeuren „als ik hier niet met jullie was”.

Maar de serie biedt ook een unieke inkijk in een van de meest authentieke muziekgenres van het moment. We zien de cruciale producer Young Chop bij zijn moeder thuis in de weer met de geluiden van pistoolschoten die zijn dreigende marsmuziek vol duistere synthesizergeluiden verder moeten opzwepen, en gedrogeerde piepjonge rappers die hun vijanden in trage raps ernstige dreigementen naar het hoofd slingeren en in thuis opgenomen videoclips poseren met stapels bankbiljetten, drugs, drank en wapens.

Hun muziek is slechts een nieuw hoofdstuk in een lange geschiedenis van hevig straatgeweld. De groep rond Chief Keef is gelinkt aan de Black Disciples, een invloedrijke gang die al sinds de jaren zestig in Chicago actief is. We zien wat Peeda Pan, manager van de grootste drill-ster Chief Keef, omschrijft als „iemand die uit zijn kooi wil breken”; jongens die van een monotoon leven – vrijwel alle referenties in hun raps gaan over één straathoek; de clips, dreigementen en drugs zijn inwisselbaar – de nieuwste rage in miljardenindustrie hiphop hebben weten te maken.

Drillmuziek is daarmee de compromisloze stem van het Chicago van nu, de stem van straatjongens in Chicago voor wie dreigen met grof geweld, een afgestompte roes en lomp egocentrisme overlevingsmechanismen zijn, en de muzikale variant een goudmijn; de stem van jonge rappers die in hun stad felle kritiek krijgen op het geweld in hun teksten en clips en voor wie het niet eenvoudig lijkt een carrière op te bouwen. „Mijn eigen stad is doodsbang voor me”, rapt Lil Durk (21) in doorbraakhit Dis Ain’t What You Want. In Welcome to Chiraq vertelt hij dat lokale promotors hem niet durven te boeken.

Drill is rap als uitlaatklep, als laagdrempelig, ongecensureerd straatmedium. Nobody’s Smiling is de gelauwerde, kalmere stem van een hiphopveteraan die het jonge drill-universum overtuigend verbindt met de lange, boeiende geschiedenis van sociale kritiek in popmuziek. De tijden, ze veranderen, maar sociale ellende is ook in 2014 brandstof van de meest opwindende popcultuur.