‘Groep Nederlands-Marokkaanse jongeren die verdacht worden van liquidaties groter’

De groep Nederlands-Marokkaanse jongeren wordt onder andere verdacht van het plegen van de liquidatie in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Foto ANP / Evert Elzinga

De groep Marokkaans-Nederlandse jongeren die verdacht worden van een reeks liquidaties in Nederland en een aantal extreem gewelddadige overvallen in Antwerpen is veel groter. Dat schrijft de Volkskrant vandaag. Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie in Nederland met justitie in Marokko een verdrag gesloten om berechting in Marokko mogelijk te maken.

Volgens de Amsterdamse recherche zijn er niet tientallen, maar ‘honderden jongeren in Nederland en Marokko’ betrokken bij de misdrijven, aldus de krant. Het zou gaan om drugshandelaren, schutters, uitvoerders en faciliteerders, die allemaal aan elkaar zouden zijn gelieerd. Dit zou blijken uit een politie-onderzoek dat volgde op de liquidatiegolf uit 2012.

Verdachten in Marokko berechten voor Nederlandse misdrijven

Het verdrag dat nu is gesloten zorgt ervoor dat jongeren die een misdaad plegen in Nederland ook in Marokko, waar ze zich vaak schuilhouden, kunnen worden berecht. Het Noord-Afrikaanse land wil volgens de Volkskrant niet langer een schuilplaats zijn voor Marokkanen die in het buitenland misdrijven plegen.

Verdachten worden volgens het nieuwe samenwerkingsverband onder Marokkaans recht vervolgd en berecht. De doodstraf kan echter niet worden opgelegd. Daarover heeft minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (VVD) onlangs contact gehad met zijn Marokkaanse collega Mustapha Ramid.

Hamza B. als eerste berecht

Afgelopen week stond de 26-jarige Hamza B. volgens de krant als eerste terecht onder het nieuwe samenwerkingsverband. B. is een van de verdachten van de dubbele liquidatie in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam in december 2012.

Bij de schietpartij kwamen twee Nederlands-Marokkaanse mannen om het leven. Ook werd gericht op de politie geschoten. Twee andere verdachten in de zaak staan in Nederland terecht.

    • Nando Kasteleijn