Met de OVSE praten ze wel – die is niet bedreigend

Het is jaren geleden dat de OVSE successen boekte. Nu zat de organisatie al in Oekraïne omdat ze weinig risico vormde.

Alexander Hug, het Zwitserse plaatsvervangend hoofd van de OVSE-waarnemingsmissie, in Donetsk. Foto AFP

Als de deuren van een gekoelde treinwagon opengaan, is de stank van de stoffelijke overschotten onverdraaglijk. Iedereen slaat een hand, mouw of zakdoek voor zijn mond. Behalve Alexander Hug. Die blijft rechtop staan en kijkt de trein in zonder een spier te vertrekken.

De Zwitser Hug, plaatsvervangend hoofd van de OVSE-waarnemingsmissie in Oekraïne, is sinds twee weken geleden de MH17 neerstortte, vandaag twee weken geleden, een centrale figuur in en rond het rampgebied.

Hug heeft de beste contacten met de separatisten in het gebied, hij maakt met hen de afspraken over toegang en reisroutes. Het is ook Alexander Hug die zijn eigen Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa dezer dagen opnieuw een gezicht geeft. De OVSE staat door de bemiddeling in het middelpunt van de internationale aandacht. En dat was jaren geleden.

De OVSE is in de tijd van de Koude Oorlog opgericht als onderdeel van de ontspanningspolitiek tussen Oost en West. In 1975 was de uitruil zo: de westerse landen ‘kregen’ de afspraken over democratie en mensenrechten. De Oostbloklanden konden de erkenning van soevereiniteit van staten benadrukken en de niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden.

Successen waren er voor de OVSE begin jaren negentig, toen de organisatie bemiddelde in conflicten in Moldavië en op de Kaukasus. En Albanië, Bosnië en Kosovo werden geholpen door de OVSE om hun jonge democratie verder op te bouwen. Nu is de organisatie vooral bekend van de waarnemingsmissies tijdens verkiezingen in landen waar democratie nog geen gemeengoed is.

Echte gloriemomenten heeft de OVSE niet meer gekend na de eeuwwisseling, zegt Bob Deen, politiek adviseur van de Hoge Commissaris voor Nationale Minderheden van de OVSE, in Den Haag gevestigd. „De landen op de westelijke Balkan en in midden- en oost-Europa richtten zich vooral op de criteria die golden voor het lidmaatschap van de Europese Unie.”

Hoogleraar internationale betrekkingen Jaap de Wilde bevestigt Deens lezing dat de EU belangrijker werd, waardoor de OVSE (nog) meer weggedrukt raakte. De OVSE is altijd een beetje een tweederangs organisatie geweest onder de internationale instellingen, zegt hij. „Maar dat sentiment is sterker geworden sinds de EU zich meer een statelijke allure aanmat en zich meer federaal ging gedragen.”

Kernpunt van kritiek op de OVSE is dat de organisatie weinig slagkracht heeft – dat is het doorsnee lot van een internationale organisatie. De afspraken binnen de OVSE zijn politiek en niet juridisch bindend, anders dan bij de VN of de Raad van Europa.

Tegelijk blijkt die zwakte nu de kracht van de organisatie. Want juist vanwege die beperkingen was de OVSE afgelopen maanden wél in Oekraïne. En die andere internationale organisaties níet. Alleen over de aanwezigheid van een OVSE-missie konden Kiev en Moskou het eens worden.

Vorig jaar had Oekraïne toevallig het roulerende voorzitterschap van de OVSE – zo leerde Kiev de organisatie al beter kennen en groeide het vertrouwen. En eerder dit jaar was er de ontvoering van acht OVSE-waarnemers in Oekraïne. Noodgedwongen investeerden Hug en zijn mensen toen al in contacten met de separatisten. „Wrang genoeg konden we daarom snel een rol van betekenis spelen in het rampgebied”, zegt Deen.

Binnen de OVSE leeft de hoop dat deze crisis de organisatie terug op de internationale kaart zet. Hoogleraar De Wilde verwacht niet dat dat het geval zal zijn – het blijft een organisatie „met beperkt budget, die het beste op de achtergrond werkt”, zegt hij.

Deze week wordt vooral duidelijk dat ook Alexander Hug weinig méér kan doen dan praten, nu het zo frustrerend lang duurt tot de Nederlandse onderzoekers (met hulp van de OVSE) toegang tot het rampgebied krijgen. De OVSE zal nooit een schuldige aanwijzen voor de ramp, dat is eenvoudigweg hun taak niet. De waarnemers doen alleen aan fact finding.