Feyenoord genekt door routiniers

Feyenoord verloor de eerste wedstrijd in de voorronde van de Champions League met 2-1 van Besiktas. Niet de jonge talenten, maar juist de ervaren verdedigers gingen in de fout.

Jordy Clasie baalt tijdens de wedstrijd tegen Besiktas. Foto ANP

Talent en fitheid zijn belangrijker dan ervaring. Met die opvatting werd Louis van Gaal op het afgelopen WK met het Nederlands elftal derde van de wereld. Gelouterde, ervaren spelers als John Heitinga en Rafael van der Vaart werden door de bondscoach thuisgelaten en jonge, onervaren verdedigers uit de eredivisie kregen een kans op het hoogste podium.

Het gelijk van Van Gaal werd gisteren nog maar eens geïllustreerd door Feyenoord dat in de voorronde van de Champions League een gevoelige 2-1 thuisnederlaag leed tegen Besiktas.

Slechts twee spelers boven de 27 jaar stonden gisteravond in de basis van Feyenoord. En laat het nou juist de 34-jarige Joris Mathijsen zijn, met een WK-finale achter zijn naam de beoogd leider van de defensie van Feyenoord, die de nederlaag van de Rotterdammers inluidde. Twee fouten van hem en de Champions League-droom van Feyenoord lijkt al na één wedstrijd in de voorronde voorbij.

En zo waren het niet de (jonge) vervangers van de vertrokken verdedigers Stefan de Vrij, Bruno Martins Indi en Daryl Janmaat die het Europese niveau niet aankonden, maar de ervaren Mathijsen en invaller Khalid Boulahrouz – die de tweede goal van Besiktas van richting veranderde – die zich de nederlaag mochten aanrekenen.

„Wat wil je nou van me horen,” brieste Mathijsen na afloop van de wedstrijd. „Ik moest die nummer 11 (Mustafa Pektemek, red.) dekken bij de hoekschop waar de 0-1 uitkwam. En ik had hem niet.”

De frustratie kwam uit alle poriën bij Mathijsen, die na zijn dekkingsfout de bal inleverde bij middenvelder Kerim (0-2) en volledig mistastte in een poging zijn fout te herstellen. Het is aan spits Mitchell te Vrede, die in blessuretijd een strafschop benutte, te danken dat Feyenoord volgende week nog een theoretische kans heeft om te stunten in Istanbul.

„Natuurlijk reken ik me de doelpunten aan”, erkende Mathijsen. „Maar dat doe ik altijd als we doelpunten tegen krijgen. Het maakt niet uit wiens schuld dat is. We zijn achterin samen verantwoordelijk.”

Toch moet het voor de routinier pijnlijk zijn dat zijn collega centraal achterin, de pas 20-jarige Sven van Beek, een uitstekende wedstrijd speelde, en hij zelf moeite had met het tempo en niveau van de wedstrijd.

Twee seizoenen terug werd Mathijsen aangetrokken door Feyenoord, in de hoop dat hij een jonge defensie meer vertrouwen kon geven.

Maar waar de jongelingen met wie hij speelde uitgroeiden tot belangrijke, dragende spelers die inmiddels ook een transfer naar grote clubs hebben verdiend, gaat het met Mathijsen alleen maar minder. Vorig seizoen nam de kritiek op zijn slippertjes al toe en ook dit seizoen, in zijn laatste contractjaar, is zijn start niet goed.

Mathijsen weigerde de nederlaag tegen Besiktas te wijten aan de vertrokken internationals. „De jongens die nu achterin spelen, Kongolo, Van Beek en Schaken, zaten hier vorig seizoen ook al en speelden toen ook regelmatig. Dus dat is geen excuus.”

Niet alle spelers dachten er zo over als Mathijsen. Aanvaller Ruben Schaken (32), die door trainer Rutten op de voor hem onbekende rechtsback positie werd geposteerd, deed geen moeite zijn onbegrip te laten blijken.

„Je vecht met zijn allen een jaar voor Europees voetbal. Dan merk je dat vier dragende krachten weggaan. En voordat hun vervangers er zijn, ben je alweer uitgeschakeld. Dat is frustrerend.”

Vandaag zal Feyenoord waarschijnlijk de komst van aanvaller Bilal Basacikoglu van Heerenveen bekendmaken. Hij is pas negentien. Volgens de filosofie van Van Gaal gelijk laten spelen dus, volgende week in Istanbul.