Even lekker hallucineren in de Echo

De moderne klassieker Videodrome, uit 1983, is terug op het grote doek en is te zien op Lowlands. James Woods en Debbie Harry worstelen met hallucinaties, opgedrongen per videoband.

We zijn er nog steeds niet uit. Dertig jaar nadat David Cronenberg in Videodrome (1983) de vraag had opgeworpen in hoeverre het kijken naar extreme beelden – seks, geweld, moord, doodslag, de hele rimram – ons vormt, vervormt of misvormt, weten we het nog steeds niet. Leiden expliciete beelden tot ‘sociaal geweld en seksuele malaise’, zoals talkshowhost Rena King aan tv-baas Max Renn vraagt? Of heeft Renn gelijk als hij antwoordt dat die beelden juist een uitlaatklep zijn voor mensen om hun fantasieën uit te leven?

Het eerste is al sinds het ontstaan van de filmkunst het standpunt van de zedenprekers: onderzoeken toonden tot nu toe hooguit een correlatie tussen film en gedrag aan, geen causale relaties. Max Renn verwoordt dus de stem van de rede, maar regisseur Cronenberg, die zelf toch niet terugdeinst voor ‘gore’ en bloed, heeft zo zijn twijfels. Als mediaconsument is Renn kwetsbaar, want hij mist moraal, overtuiging, een filosofie. Een leeg vat, klaar om gevuld te worden door Videodrome. Dat medium heeft namelijk wel een filosofie, sterker nog: het ís een filosofie.

Videodrome is, zo vertelde Cronenberg op het commentaarkanaal van de blu-ray-editie van zijn film, geïnspireerd door de ideeën van de Canadese mediafilosoof Marshall McLuhan, vader van de stelling ‘the medium is the message’. Cronenberg nam dat, zoals de meeste filosofische ideeën in zijn films, volstrekt letterlijk en ging vervolgens fantaseren wat het effect zou kunnen zijn van film- en tv-beelden. In Videodrome manifesteert het zich als hersentumor, al is er verwarring over wat eerst is. De videohallucinaties van het underground-snuff-programma Videodrome, of toch de tumor, de afwijking, de aberratie van de ziener? De film eindigt met een van de geweldigste (en gewelddadigste) binnenstebuiten gekeerde droste-effecten uit de filmgeschiedenis.

Videodrome was visionair. Begrijpelijk dus dat het Eye Filmmuseum juist deze film uitkoos om in digitale restauratie opnieuw uit te brengen ter gelegenheid van hun grote Cronenberg-tentoonstelling. En de film wordt nu dus ook vertoond op Lowlands.

Bij Cronenberg vloeien niet alleen medium en message in elkaar over, maar ook medium, message en metafoor. Als hij wil laten zien dat Max Renn helemaal opgaat in wat hij ziet, wordt de televisie een hongerig monster. Ook de ‘onderbuikgevoelens’ waar seksuele en gewelddadige beelden aan zouden appelleren, worden heel concreet als op de plek van Max’ navel een vulva richting videobaarmoeder groeit. „Het televisiescherm is het netvlies van de ziel”, zegt mediagoeroe O’Blivion, een hommage aan McLuhan, in de film. En zo transformeert alles van het een in het ander.

In plaats van sciencefiction is Videodrome anno nu een vreemde parallelle wereld waarin de „realiteit half video- illusie is”, zoals O’Blivion Max vertelt. Als hij niet oppast, wordt alles hallucinatie. Bij Cronenberg is dat even angstwekkend als verslavend, waarschijnlijk omdat we zelf al zo lang in ons eigen Videodrome wonen.