Een huis om in te dromen en spelen

Voor hun voorstelling ‘The House’ reisden Marleen Scholten en Lizzy Timmers met een opklapbaar huis door Europa, en nodigden ze kunstenaars en popzangers uit hun werk te tonen.

Scène uit The House, „een roadmovie met live songs”, van Marleen Scholten (Wunderbaum) en Lizzy Timmers (Veenfabriek) op Theaterfestival Boulevard in Den Bosch. Foto Sofie Knijff

Midden in het bos staat een glanzend wit huis in de vorm van een kubus. Er schijnt licht uit. Een man rent erheen, tussen de bomen door. Ondertussen klinkt een lied op bedwelmende klanken, met als refrein: „In the big city, in the small town, I need a house.”

Actrices en zangeressen Marleen Scholten (36) en Lizzy Timmers (34) staan onder een reusachtig projectiescherm waarop de filmbeelden van bos, huis en man verschijnen. Ze zingen mee met het lied, bootsen zijn gejaagde bewegingen na zodat projectie en performance één worden. The House heet hun voorstelling, een ‘roadmovie met live songs’.

Met dit inklapbare huis, ontworpen door het Rotterdamse architectenbureau ZUS, trokken beide performers rond door Nederland, de Ardennen en naar Zweden, op zoek naar popgroep The Knife. Sfeervolle filmbeelden tonen het huis op de aanhangwagen, spookachtig opgloeiend in het noorderlicht. Marleen Scholten zegt: „We wilden The Knife uitnodigen in het huis te spelen, maar het duo waaruit The Knife bestaat, broer en zus, hult zich in geheimzinnigheid. Ze dragen een masker tijdens hun optredens. Op aanwijzing van een barman in hun woonplaats renden we achter een gemaskerd tweetal aan. We weten nog steeds niet of we de echte Knife-leden hebben getroffen of niet.”

Volgens Lizzy Timmers vertegenwoordigt het huis de „microkosmos van de hedendaagse samenleving”. In de tien gefilmde scènes waaruit de voorstelling bestaat, komt telkens een ander aspect van het begrip ‘huis’ aan de orde. Timmers: „In dat huis hebben we leerlingen uitgenodigd van een Rotterdamse school waaraan filosoof Henk Oosterling is verbonden. We vroegen de tieners welke dromen en ideeën ze hebben over een huis. De een noemde dat witte huis ‘gewoon een kubus waarin je niet kunt wonen’, een ander zag er het huis ‘van de toekomst in, zoals ze later zouden wonen’. Voor een derde was het een ‘droomhuis’.”

Zowel Scholten als Timmers heeft een achtergrond waarin muziektheater een belangrijke rol speelt. Scholten is verbonden aan het Rotterdamse gezelschap Wunderbaum en Timmers aan de Leidse muziektheatergroep de Veenfabriek. Ze repeteren aan The House op de zolder van de Veenfabriek, volgeladen met allerhande slag- en snaarinstrumenten. Timmers licht toe: „In het rijdende huis nodigen we kunstenaars, popzangers en performers uit hun werk te tonen. We stellen het open. Op deze manier willen we laten zien dat een huis een plek is van dromen en verlangens, ook artistieke. Daarom is de vorm van een theatraal popconcert het meest geëigend: muziek, beeld en theater vinden elkaar.”

Ook literatuur behoort tot de inspiratiebronnen van The House, zoals het schitterende verhaal ‘Willen jullie niet dansen?’ uit de bundel Beginners van de Amerikaan Raymond Carver. Ditmaal staat het reizende huis in een Amsterdamse tuin. Een man dumpt zijn huisraad. „Hij wil afscheid nemen van zijn verleden”, zegt Scholten. Het is alsof hij een huiskamer met bankstel, schemerlamp en ouderwetse pick-up in de openlucht creëert. Een verliefd stel fietst voorbij en neemt bezit van de kamer zonder muren. Het meisje nestelt zich op de bank. Op muziek van een grammofoonplaat geven zij zich over aan een innige dans. De camera volgt alles zorgvuldig; gelijktijdig bewegen de performers mee met de handelingen op het filmdoek.

Voor Timmers en Scholten is dit verhaal cruciaal voor The House. Alles komt erin samen, herinneringen en dromen. Dat smetteloos witte huis is, aldus Timmers „net als een filmdoek waarop iedereen zijn verlangens kan projecteren”.