Een dag per jaar gaan de Friezen los op het Sjûkelân

De PC van Franeker is de oudste sportklassieker van het land. „Friese folklore op haar best.”

Het was een discussiepunt geweest op de redactie van Omrop Fryslân. De een vindt het oubollige prietpraat, de ander folklore. Maar tornen aan de openingstoespraak van de PC, het jaarlijkse hoogtepunt van de kaatssport? Geen medewerker durft het aan op de belangrijkste uitzenddag van het jaar. Dus schraapt gelegenheidspastoor Johannes Westra deze woensdagochtend zijn keel in de Koornbeurs te Franeker. Het is acht uur.

Boven de denkbeeldige grens tussen Dokkum en Sneek hebben veel Friezen dan al afgestemd op de radiozender van de regionale omroep. In dit gebied leeft het kaatsen en neemt men voor lief dat de live uitgezonden openingsspeech van PC-voorzitter Westra maar liefst drie kwartier duurt. Moraal van zijn verhaal is dat de PC (Permanente Commissie der Franeker Kaatspartij) symbool staat voor het leven. Vreugde en teleurstelling ineen. „Kaatsers zijn net mensen.’’

Met dit betoog opent Westra de oudste sportklassieker van Nederland, gehouden sinds 1854. Een hoogtepunt voor liefhebbers, maar ook voor Omrop Fryslân, die zo’n veertig medewerkers inzet om het evenement te verslaan. Meer dan 25 voor de tv, 10 voor de radio en nog eens 10 in de studio. „Gelukkig was de brand gisteren en niet vandaag”, zegt hoofdredacteur Diederik Bonarius, verwijzend naar een brand die dinsdag woedde in een Friese kaasfabriek. „Anders zaten we krap.’’

Over de live uitgezonden toespraak waarvan sommigen van zijn medewerkers kromme tenen krijgen, zegt hij: „Als je heel deze dag verslag doet, hoort dat erbij. En ach, het is maar één uurtje in het jaar. Dit is Friese folklore op zijn best.” PC-voorzitter Westra: „Die moraal vind ik juist belangrijk. Alles moet leuk zijn tegenwoordig, maar als voormalig schooldirecteur geef ik graag een serieuze boodschap mee.”

Hoofdredacteur Bonarius, een randstedeling, werd twee jaar geleden aangesteld en is voor het eerst op de PC. Voor niet-Friezen als hij is het alsof ze op een filmset zijn beland, zo uniek is de sfeer op het Sjûkelân van Franeker. Het veld is in de winter een onbeduidend grasveldje, nu is het een kaatsstadion met 10.000 toeschouwers, waar Gert-Anne van der Bos, Daniël Iseger, Taeke Triemstra en Jacob Wassenaar deze keer met de provinciale eer strijken.

Wat als je geen kaartje hebt? Dan luister je vanaf acht uur ’s ochtends live naar de radio en kijk je vanaf drie uur in de middag naar de tv. Alles wordt uitgezonden. Bekend Friesland wordt voor de camera getrokken en er zijn zelfs analisten, die duiden hoe de driekoppige teams presteren. De Boskamps en Derksens van de kaatswereld. Echt waar, ze bestaan.

De 38-jarige Jan Willem van Beem is zo’n sidekick. Hij is voor die rol gevraagd vanwege zijn jarenlange ervaring op het Sjûkelân. „Ik schijn ook goed te kunnen praten”, zegt hij grijnzend, wat in dit geval een understatement is. „Maar bij tv is het de kunst om af en toe je kop te houden.” Doet hij dat niet, dan klinkt er vakjargon. „Iedereen die kijkt, heeft er verstand van. Ik geef geen commentaar voor de leek.” Vanwege de hoge moeilijkheidsgraad zendt de omroep vooraf vaak een speciaal programma uit: Kaatsen voor dummies. De meest beknopte uitleg van het spel: „Een combinatie van tennis en landjepik”, aldus Van Beem.

Naast hem zit de ervaren commentator Germ Stenekes. Een grijsaard die zijn werk doet met een koelbox tussen zijn benen. „Op fiif om’e trije en seis–twa kim Daniël Iseger keare foar de keats en dermei komt dit partoer frij enfaldich op de twadde list”, meldt hij de kijkers. Louter in het Fries. Maar wel in ABF (algemeen beschaafd Fries), vanwege de meerdere dialecten in de provincie.

Op zo’n dag als vandaag is Stenekes in zijn element. Achterover hangend in zijn stoel vergeet hij even zijn ergernis over het feit dat zijn omroep bezuinigt op sportprogramma’s. Eén nadeel: de kleine bal. Die is ongeveer even groot als een golfbal. „Soms zie je hem niet. Dat maakt kaatsen een heel moeilijke tv-sport. Daarbij is het ook wel eens saai.” Zoals wijlen wielerverslaggever Theo Koomen maakt hij het dan spannender dan het is. „Ik moet de mensen thuis toch wakker houden.”

Eén keer leek dat onmogelijk. Dat was toen de PC na aanhoudende regen werd gestaakt, uitgerekend op het moment dat de live uitzending begon. Maar tot half tien ’s avonds bleef 40 procent van de Friezen voor de buis. Deze dag is er geen vertraging en kan Friesland op tijd aan het bier.