‘Dit landschap is veeleisend’

Zakenman Alan Gibbs bouwde in Nieuw-Zeeland een van de mooiste beeldenparken ter wereld. De Nederlandse Marijke de Goey is als enige kunstenaar met twee werken op Gibbs Farm vertegenwoordigd.

Wanneer de Nieuw-Zeelandse zakenman Alan Gibbs over de oprijlaan rijdt van zijn landgoed in Kaipara Harbour, zo’n vijftig kilometer ten noorden van Auckland, passeert hij eerst een van de grootste sculpturen die Richard Serra ooit gemaakt heeft. De roestbruine stalen wand – 257 meter lang en 6 meter hoog – volgt speels de glooiingen van het landschap, terwijl Gibbs’ schapen eromheen dartelen. Iets verderop ligt een zestien meter hoge betonnen piramide van Sol LeWitt, populair bij de klimgrage geiten van de Gibbs Farm. En aan het eind van de weg, in de buurt van Gibbs’ huis dat uitkijkt over een immense baai, ligt een 85 meter lange sculptuur van Anish Kapoor. De bloedrode toeter, vergelijkbaar met het werk Marsyas dat Kapoor in 2003 voor Tate Modern in Londen maakte, contrasteert fel met het gifgroene Nieuw-Zeelandse gras.

„Bijna alle werken die op mijn terrein staan, zijn de grootste die de kunstenaar ooit gemaakt heeft”, vertelt Gibbs vol trots. Wie door de 74-jarige kunstverzamelaar op zijn ruim vier vierkante kilometer tellende beeldenpark wordt uitgenodigd om een sculptuur te maken, moet zich kunnen meten met imponerende wolkenluchten, uitgestrekte heuvelruggen en spiegelende inhammen. „Het landschap is veeleisend”, aldus Gibbs. En dus zei hij brutaal tegen Serra, die toch bekendstaat om zijn imposante stalen bouwsels: ‘Geef me het beste wat je hebt. Ik wil geen slappe beelden in mijn park.’

Tussen de machokunst van Serra, LeWitt en Kapoor staan ook twee ranke beelden van een Nederlandse kunstenaar, Marijke de Goey. In 1999 maakte ze The Mermaid, een blauwe sculptuur die als brug de oevers van een meertje met elkaar verbindt. En afgelopen maart werden haar parelmoeren Tango Dancers geïnstalleerd, twee stalen sculpturen van vijftien meter hoog en een gewicht van ieder acht ton. Daarmee is De Goey de enige kunstenaar die met twee werken op Gibbs Farm vertegenwoordigd is.

In De Goeys atelier in de Amsterdamse Pijp, waar Gibbs op bezoek is, vertellen de verzamelaar en de kunstenaar hoe ze elkaar ontmoetten, ruim vijftien jaar geleden. Ze werden aan elkaar voorgesteld door een gemeenschappelijke vriend, de naar Nieuw-Zeeland geëmigreerde Nederlandse kunstenaar Leon van den Eijkel, die ook een beeld maakte voor de Gibbs Farm. „Marijke stuurde me vervolgens een model van haar brug”, vertelt Gibbs. „Die maquette heeft een jaar lang op de schoorsteenmantel in mijn slaapkamer gestaan, en langzaam raakte ik eraan verknocht. Ik houd van de lyriek van het werk. De brug bestaat uit een stuk of twintig kubussen, maar die springen alle kanten uit. Alleen een vrouw kan zoiets irrationeels verzinnen. Het is een van mijn favoriete werken.”

Ondanks de lieftallige titel ziet The Mermaid er angstaanjagend uit – meer een achtbaan dan een functionele brug. Het smalle ijzeren looppad kronkelt zigzaggend tussen de kubussen door en is op sommige plekken gevaarlijk steil. Relingen om je vast te houden zijn er niet. „Er zijn wel mensen vanaf gevallen”, lacht Gibbs. „Onder wie beroemde kunstenaars. Maar dat is nou juist de lol ervan. En het water eronder is diep genoeg.”

De Tango Dancers steken hoog boven de palmbomen uit, met hun uitzwaaiende armen van staal. De Goey beschrijft hoe ze ’s ochtends blauw-wit opdoemen uit de mist, terwijl ze aan het eind van de dag lichtgeel opgloeien in de avondzon. „De kleur verandert steeds omdat de buitenste verflaag van parelmoer is gemaakt”, zegt ze. De grondstoffen voor de verf, gemaakt van schelpen, dook ze ter plekke op in de baai van Kaipara.

Gibbs wijst op de scherpe bochten en draaiingen die de ledematen van de tangodansers maken. „Marijke heeft het me wel moeilijk gemaakt. Haar schetsen waren prachtig, maar – en dat is ook een typisch vrouwelijke eigenschap – ze had niet gekeken of het praktisch wel haalbaar was. Het is namelijk onmogelijk om massief staal zo te buigen. Daar moesten we dus een oplossing voor vinden.” Uiteindelijk is het beeld opgebouwd uit losse, gestapelde plaatjes metaal die aan een ronde ijzeren balk geregen werden. Gibbs: „Zo konden we de balken toch in die vreemde bochten wringen.”

Ingenieur

Alan Gibbs, zelf opgeleid als ingenieur, houdt wel van een uitdaging. Hij maakt graag dingen „die nog niemand eerder heeft gemaakt”. Als twintiger probeerde hij de eerste Nieuw-Zeelandse auto op de markt te brengen, maar strandde uiteindelijk in een web van vergunningen. Hij startte in 1990 de eerste commerciële tv-zender van het land. En hij slaagde erin om het eerste amfibische voertuig te produceren dat zowel op de weg als op het water hoge snelheden kan bereiken – iets wat bijvoorbeeld het Amerikaanse leger na jaren van onderzoek nog steeds niet is gelukt.

Bladerend door een boek over zijn beeldentuin vertelt Gibbs vooral over de technische aspecten van de sculpturen die hij heeft laten maken. Bij een foto van de Kapoor wijst hij op de groene heuvel waarop het werk rust. „De betonnen funderingen gaan daar 25 meter de grond in.” Het werk bestaat uit twee stalen ellipsen, die ieder 45 ton wegen. Daaromheen is een membraan van rood PVC getrokken. „De kabels zijn gemaakt van kevlar, de spanning die daarop staat is enorm.” Als het waait, en de wind de huid van het beeld in beweging brengt, lijkt de sculptuur te ademen.

Op dit moment werkt Gibbs aan vijf verschillende nieuwe projecten. „De tuin zal nooit af zijn”, zegt hij. „Soms duurt het wel vijf jaar om zo’n werk te maken. Maar het proces is deel van het kunstwerk. En dus ook van de lol.” Kunstenaars worden uitgenodigd om voor langere tijd op Gibbs Farm te verblijven en zich door de omgeving te laten inspireren. Kapoor kwam drie keer en nam zijn familie mee. Met Serra discussieerde Gibbs – die er sterke ideeën over vrijemarkteconomie op nahoudt en in 1994 medeoprichter was van de rechtse partij ACT New Zealand – tot in de kleine uurtjes over politiek.

De Goey prijst Gibbs omdat hij meedenkt, en steeds met nieuwe ideeën en oplossingen komt. „Eigenlijk is Alan zelf ook een beetje kunstenaar.” En niets is onmogelijk. Als de vorm van een heuvel niet goed is, verandert Gibbs de heuvel. Als er bomen zijn die het uitzicht belemmeren, worden die gerooid – bij voorkeur met behulp van de legertank waarmee hij graag over het terrein walst. En toen De Goey klaagde dat het water onder onder haar brug zo bruin en troebel was, zorgde hij er persoonlijk voor dat het meer bij de opening van haar kunstwerk fonkelblauw kleurde dankzij milieuvriendelijke blauwe verf.

Diergaarde

Tussen de kunstwerken scharrelt een ware diergaarde aan exotische diersoorten, waaronder struisvogels, lama’s en zebra’s. „Ik heb dertig soorten”, zegt Gibbs. Sommige kunstwerken hebben in die dierentuin een praktische functie gekregen. Zo dienen de groen-witte paaltjes die kunstenaar Daniel Buren er over een afstand van drie kilometer plantte, zo nu en dan als afrastering. Dan spant Gibbs er schapengaas tussen. De sculptuur van Serra biedt het vee zowel schaduw als warmte. „Kijk naar die lichte streep aan de voet van het kunstwerk”, wijst Gibbs. „De schapen schuren daar al jaren hun vettige vacht tegenaan. Daardoor is de onderkant van het beeld gladder en lichter dan de rest.”

Wat drijft hem, vraag ik, om al die enorme kunstwerken te bouwen? Gibbs wijst naar zijn voorhoofd. „Ik ben gewoon geschift”, grinnikt hij. „Ik wilde weg uit Auckland. Dus kocht ik een wild stuk land waar ik met mijn speelgoed kon spelen en mijn jongensdingen kon doen.” Hij vertelt over Grief, het westernstadje dat hij op zijn terrein heeft laten aanleggen – inclusief bank, saloon en bordeel. En hij laat trots de foto’s zien van zijn recordpoging om het Britse kanaal over te steken in een sportwagen waarvan de wielen opklapbaar zijn. „We gingen vier keer zo snel als het oude wereldrecord. Het was compleet gestoord. Echt, ik voelde me net James Bond.”