De Oriënt Express rijdt weer in Parijs

De treinwagon rammelt en schudt, zodat je met moeite overeind blijft in de smalle gang. In de schitterende restauratiewagen uitgevoerd in chique teak en ingelegd glas en parelmoer, staan op de met wit damast gedekte tafels nog een paar kristallen wijnglazen. Een sigaret met sierlijk sigarettepijpje bevindt zich naast een jugendstilasbak, een kaartspel is blijven liggen, evenals op het oog snel uitgetrokken leren handschoenen, een zwarte fez en een krant die kopt: We are at war with Germany. De deuren van de couchettes staan open, uit oude koffers steekt zijden ondergoed, op een bed ligt een oude grammofoon, op een ander wereldkaarten. Werp je een blik in de laatste slaapwagon dan zie je een menselijke gestalte onder een wit laken vol bloedvlekken: het slachtoffer uit Murder on the Orient-Express, de thriller van Agatha Christie.

Zo laat het Institut du Monde Arabe in Parijs de Oriënt-Express tot leven komen, de mythische trein die op 4 oktober 1883 voor het eerst de ruim 3.000 km tussen Parijs en Istanbul aflegde. „De Bosporus is een buitenwijk van de Seine geworden”, schreef de journalist van de Figaro, die mee mocht met die allereerste rit.

Drie enorme wagons van zo’n 60 ton ieder staan op het plein voor het Institut du Monde Arabe, evenals de originele stoomlocomotief 230G353 uit 1922. Twee keer per week reed de trein de rijken der aarde met een snelheid van ongeveer 70 km per uur, in 81,5 uur, van het centrum van het Westen naar het hart van de Oriënt. Later zou hij ook Bagdad aandoen, Teheran, Beiroet, Haifa en Kairo, in totaal elf grote steden op drie continenten.

Agatha Christie nam de trein regelmatig, met haar echtgenoot de archeoloog, die in Egypte opgravingen deed. Maar ook Mata Hari was van de partij, Marlene Dietrich, Lawrence of Arabia, Josephine Baker, Valéry Larbaud, Graham Greene en de koning van Bulgarije (die een rel veroorzaakte toen hij persoonlijk de trein wilde besturen). Maar liefst zes regisseurs kozen de Oriënt Express als decor voor hun moord- of spionageverhaal, onder wie Alfred Hitchcock en Sidney Lumet.

De expositie is bovendien een ode aan de man die het revolutionaire idee van de trein bedacht en uitvoerde, de Belgische zakenman Georges Nagelmaekers, oprichter van de Compagnie Internationale des Wagonslits.

Daarom laat de expositie de bezoeker niet alleen de historische sensatie van de mythische trein beleven, maar wordt ook de context van de tijd geschetst: het einde van het Ottomaanse Rijk kondigt zich aan, overal doen nationalistische bewegingen van zich spreken, de wereld krijgt een ander aanzicht. Een deel van de tentoonstelling illustreert het klassieke beeld dat Europeanen in die tijd hadden van de Oriënt: languissante, al dan niet naakte vrouwen in de harem, loom uitgestrekt op divans, gadegeslagen door waterpijp rokende mannen. Maar ook de politieke kopstukken krijgen aandacht, van sultan Abdulhamid tot Mustafa Kemal Atatürk, van de Balkan tot Egypte. Deze expositie over de Oriënt Express ontvouwt tegelijkertijd een deel van de Europese geschiedenis.