Bij Rothko is de kleur op vakantie

Stel je voor dat er in een museum af en toe een aubergine ligt, vergezeld van een plakje mos. Of een verroest slot achter een schijf sinaasappel. Alleen om hun kleur tentoongesteld. Gewoon, omdat die zo mooi is. Ongewoon, dus eigenlijk.

In de kunst van Mark Rothko is kleur op vakantie. Op zijn schilderijen hoeft kleur niets voor te stellen, zich alleen te vleien in rechthoeken en strepen die niet eens zo netjes begrensd zijn. Kleur ligt op zijn rug en rust uit.

Over anderhalve maand is het zover, dan opent in het Haags Gemeentemuseum een tentoonstelling van Rothko’s, de eerste in veertig jaar in Nederland. Rothko was niet de eerste kunstenaar die kleur vrijliet, wel een van de eersten die dat zo poezelig deed dat het soms wel kitsch lijkt. Blurry Mondrians werden zijn schilderijen wel genoemd.

Nu is er opeens nog een voorloper van Rothko bekend, en dan van veel langer geleden. Hij of zij heet A. Boogert en maakte in 1692 het boek Klaerlightende spiegel der verf konst. In het boek staan afbeeldingen van kleuren die je met waterverf kunt maken. Per pagina zijn in rechthoeken of vierkanten verschillende tinten van een kleur afgebeeld, of het resultaat van het mengen van twee kleuren. Pagina’s met verschillende soorten blauw, rood, geel, zwart, wit en allerlei daartussen. Natuurlijk is de overeenkomst met Rothko schijn; het boek van Boogert was bedoeld als praktische gids, niet als zelfstandig kunstwerk. Maar wat is ertegen om het zo te bekijken?

Het boek van Boogert wordt bewaard in een bibliotheek in de Zuid-Franse stad Aix-en-Provence. Dankzij historicus Erik Kwakkel kwam het een paar maanden geleden in het nieuws en werden foto’s ervan druk gedeeld op sociale media. Via internet kun je het hele boek bekijken (e-corpus.org/notices/102464/book/). De kleuren erin zijn meestal vernoemd naar het materiaal waarvan ze gemaakt zijn – beenzwart, wijnrankzwart, mummiezwart). Bessen en stenen, gekookt of vermalen, beenderen verbrand en verpulverd om uit de natuur alleen kleur over te houden. Hoe zou de wereld eruitzien als verf nooit was uitgevonden? Het is wel zeker dat felle kleur dan zeldzamer zou zijn, en mooie kleur helemaal. Misschien gingen we wel op reis om een bepaalde kleur te zien, zoals mensen nu in de herfst al naar New England gaan om een color tour te maken. En thuis hadden we geen schilderijen aan de muur maar een kabinet met een stukje lapis lazuli, wat bloedkoraal, goud, stro. In het museum hing geen Rothko maar lag, af en toe, een opgewreven aubergine naast een plakje mos.