Nijntje kwam tot leven door Bruna’s bibber

Nijntje is al jaren niet meer veranderd. Zolang Dick Bruna haar tekende groeide ze. Ze staat stil sinds hij daarmee stopte. Zonder de authentieke ‘bibber” van zijn hand kan ze niet leven.

Illustraties uit: Dick Bruna, uitgeverij Waanders, Zwolle

Is het over met nijntje? Dat Dick Bruna definitief stopt met tekenen, het nieuws dat gisteren de wereld over ging – dat was eigenlijk geen nieuws. Van de hoogbejaarde Bruna (86), die al enige tijd met zijn gezondheid kampt, was al jaren geen nieuw werk meer verschenen. „Stoppen met werken deed hij niet geleidelijk, dat ging van de ene op de andere dag. Het was genoeg geweest”, zei zijn uitgeefster Marja Kerkhof vorig jaar al in Het Parool.

Zal het nu stil worden rond de inmiddels 60-jarige en wereldberoemde nijntje pluis? Onwaarschijnlijk, want de peuter in konijnenverschijning is – behalve onsterfelijk – ook een sterk merk. Met een eigen spelling: zonder hoofdletters. Zoals Bruna’s boeken ook nooit in kapitalen gezet zijn.

Maar Bruna’s Amsterdamse uitgever, exploitant en auteursrechtenbewaker Mercis zit nog lang niet stil. De afgelopen jaren verschenen er een film en een musical over nijntje, en de boeken bleven gestaag komen. Dat waren dan wel oude verhaaltjes in nieuwe jassen: kartonboeken, babyboeken, boeken met aaibare kaften. De eerste helft van dit jaar verschenen er al drie ‘nieuwe’ nijntjes bij Mercis – nog afgezien van de ‘gewone’ herdrukken.

Tegelijkertijd is het over voor nijn. Een nieuwe nijn zal er niet meer komen. Zoals Mercis gisteren liet weten: Bruna’s werk zal niet voortgezet worden door een ander, of door een ‘studio Dick Bruna’. Daarmee zegt het bedrijf in feite wat ook al vaak inzet was voor auteursrechtelijke processen: de lijnen die Bruna trok waren uniek, en moeten dat ook blijven.

Maar ze waren wel op meerdere, flexibele manieren uniek. Dat is te zien aan de ontwikkeling van nijntje – het meisjeskonijn bleef dan door de jaren heen hetzelfde rode jakje dragen, maar ze veranderde wel van uiterlijk. Net als stripfiguren als Suske en Wiske – die inmiddels getekend worden bij Studio Vandersteen. Zelfs de minimalistische vormen van Bruna’s konijn waren vatbaar voor verandering, al was dat geen bewuste ontwikkeling. Pas toen de tekenaar zijn jarenlange werk tentoongesteld zag in het Utrechtse Centraal Museum, drong het tot hem door.

De eerste schetsen van Bruna lijken alleen uit de verte nog op de nijntje die we nu kennen. Het konijn dat hij in 1955 bij een verhaaltje voor zijn zoontje tekende, is vormeloos en wit, heeft twee reusachtige oren en in het gezicht niet meer dan een kruisje voor het snuitje en twee stipjes voor de ogen. ‘Meer het idee van een konijn dan iets pluizigs’, schreef recensent Joke Linders in het biografische plaatjesboek Dick Bruna uit 2006: de oer-nijn was ‘als een uit bed gevallen knuffel, naïef en tamelijk konijnig’.

Pas in 1963, als er voor het eerst echt sprake is van een serie en ook het strak vierkante formaat van de boekjes geïntroduceerd wordt, krijgt nijntje een facelift. Dan krijgt het meisjeskonijn het iconische uiterlijk dat ze altijd heeft gehouden. ‘De stippen waarmee ze eerst verlegen opzij keek, zijn nu stralende eivormige pupillen die iets hoger in het gezicht staan’, schrijft Linders. En ze krijgt een ‘meloenvormig hoofd’, veel groter dan haar lichaam: typische peuterverhoudingen.

Leg die nijntje naast nijntje uit de jaren negentig, en je ziet opnieuw verschil: de afstand tussen de ogen is kleiner, de ogen staan op een andere plek, het kruis voor de snuit is gekrompen tot een ‘kordater’ kruisje en de oren – vooral de oren zijn anders. Minder lang, minder groot, minder V-vormig, minder puntig. Het scherpe kantje is eraf.

Hoe dat kwam? „Opeens was ze zo”, zei Bruna. Omdat de tekeningen altijd handwerk bleven en nooit uit vaststaande vormen werden opgetrokken, kon je met een scherp oog in zijn lijnen de authentieke „bibber” van zijn hand herkennen, zoals Bruna het zelf noemde.

Maar tegelijk met de subtiele veranderingen in de tekeningen van Bruna was nijntje ook steeds beroemder en geliefder geworden. Misschien is die wereldwijde waardering voor Miffy, zoals ze over de grens heet, ook wel een reden waarom ze zoveel meer knuffelbaar is geworden: het boekpersonage werd een character, en er kwamen knuffels.

De eindhalte lijkt de nijntje in nijntje de film, die vorig jaar in première ging. Daar was ze – uiteraard met goedkeuring van Bruna zelf – van een tweedimensionaal, recht vooruitkijkend boekkonijn veranderd in een 3D-dier. Aan alle kanten zacht en aaibaar. We konden het toen al zien: het werk van Bruna zat erop.