Wordt het oorlog? Kan, maar dan elders

Deze dagen lijkt iedereen in somberheid te vervallen. De herdenking van het begin van de Eerste Wereldoorlog, de verwijzingen naar de crisis van de jaren dertig en groeiend antisemitisme overheersen. Verstandige mensen die ik niet verdenk van chronisch doemdenken, zeggen dingen als: „Het voelt alsof we aan de vooravond van de Derde Wereldoorlog staan.” Of: „Vergeet niet, in augustus 1914 begon het ook met een incident.” En: „Let op, de Koude Oorlog is zo terug!”

Als je alles op een rijtje zet, ziet het er inderdaad niet best uit. Oekraïne, Gaza en Israël, Syrië, Irak, Iran, de Hoorn van Afrika... conflicten stapelen zich op. Dat was al zo voor het neerstorten van vlucht MH17, maar het is alsof de vliegtuigramp iets heeft losgemaakt dat ver uitstijgt boven het diepe verdriet en de afschuw die daarmee opgeroepen worden. Alsof er plotseling een omslag heeft plaats gevonden, zoals wanneer je jodium bij zetmeel gooit, waardoor de kleur ineens blauw wordt. En dat geldt niet alleen voor Nederlanders, maar ook voor de Amerikanen, Engelsen, Zuid-Afrikanen en Indiërs die ik de afgelopen week sprak. Ineens is Rusland weer de oude vijand en ineens lijken de complotten en hakenkruisen op te duiken.

Maar als je de situatie in de wereld door je oogharen bekijkt, dan ligt het risico op een derde wereldoorlog misschien wel ergens anders dan we nu denken. In Oekraïne zijn ondanks alles de ontwikkelingen enigszins hoopgevend. De nieuwe president heeft het mandaat en de geloofwaardigheid om het land weer te verenigen. Poetin zal zijn spierballen blijven tonen, maar heeft geen baat bij een serieuze handelsoorlog met Europa en de VS. Het conflict in het Midden-Oosten ziet er slechter uit, mede door de opkomst van radicaal-islamitische groepen als ISIS. Fundamentalisme, ook in Israël, lijkt de winnaar te worden van de aanhoudende spanningen. Toch mag niet de conclusie getrokken worden dat de islam anti-westers en gewelddadig is geworden. Voor de grote Islamitische landen, Indonesië en Bangladesh voorop, geldt dat niet. Zij houden zich afzijdig van het Midden-Oosten. In Indonesië heeft met Joko Widodo de democratie juist gezegevierd. Hoe vreselijk de situatie in het Midden-Oosten ook is, en ook in Afghanistan en Pakistan, het blijven conflicten van kleine landen waar legers en opstandelingen vooral lokaal schade doen. Uiteraard, zwaarbewapende gekken en de grensoverschrijdende effecten naar Noord-, Oost- en West-Afrika zijn niet te onderschatten, maar de geschiedenis geeft weinig aanleiding om te denken dat het Midden-Oosten uit kan groeien tot een wereldomspannende oorlog.

Zonder de situatie elders te bagatelliseren, past ons echte bezorgdheid over de Zuid-Chinese Zee. Daar botsen territoriale aanspraken op een paar eilanden van China, Japan en Vietnam op steeds heftiger wijze. Indonesië en de Filippijnen hebben Japan (de oude bezetter) gevraagd om bescherming. In Japan groeit het nationalisme en de roep om een offensief leger. Het gaat hier om zwaarbewapende wereldmachten die wezenlijk zijn voor de wereldeconomie, gelegen naast vermoedelijke kernmacht Noord-Korea. Zorgwekkend is het gebrek aan betrokkenheid van de VS. Niet het Midden-Oosten maar de Zuid-Chinese Zee is het grootste risicogebied voor een wereldconflict.

Naast die conflicten gloort in de VS en Europa voorzichtig economisch herstel, ook al blijven er grote regionale verschillen en trekt de werkgelegenheid onvoldoende aan. Afrika groeit geleidelijk. Wat alle aardbewoners verbindt is het verlangen naar een veilige toekomst. Een gevoel van uitzichtloosheid is niet gepast, alleen al uit piëteit tegenover de slachtoffers. Op nuchterheid en nuance komt het aan – van politici en burgers.