Wilde ik eigenlijk wel advocaat worden?

Elke carrière kent wel een leermeester. Voor ‘personal tailor’ Amir Etemadi (29) is dat zijn vader Mehdi Etemadi (63).

Teheran, 1989. „Op de deurklink zat iets zwarts. Als jongetje van vier jaar oud kon ik er maar net bij. Voorzichtig haalde ik mijn vinger erlangs. Het zwarte goedje voelde glibberig aan. Ik smeerde het uit over mijn handen, wat een leuk gevoel gaf. Normaal gesproken verveelde ik me in de snikhete kleermakerij van mijn vader en opa, maar dit was goed vermaak. Na een tijdje was ik uitgekeken op het zwarte glibberspul, maar tot mijn schrik kreeg ik het niet meer van mijn handen af. Als mijn vader dit maar niet zou zien! Ik liep langs de kledingrekken. Wanneer er niemand keek, veegde ik mijn handen af aan een kledingstuk. Het werkte! Ik snapte pas later dat ik de prachtigste, op maat gemaakte kleding besmeurde met olie. Vader was woedend.”

Amersfoort, 2005. „Bijna vijftien jaar had ik niets te maken gehad met de kledingzaak van mijn vader, maar nu stond ik er weer. Gewoon om hem te helpen met het vele werk. Niet meer in Teheran, want we waren verhuisd naar Amersfoort. Ik studeerde rechten om advocaat te worden. Het was al de derde zaterdag achtereen dat ik naast mijn vader in de winkel stond. Er kwam een man met een prachtig navykleurig pak met pochet binnen. Hij begroette mijn vader vriendelijk en ze voerden een geanimeerd gesprek over het werk van de man. Zo ging het de hele dag door: mooi geklede klanten die een praatje maakten en ondertussen een maatpak of shirt bestelden. Ik genoot van de leuke sfeer. Wilde ik eigenlijk wel advocaat worden?”

Den Haag, 2014. „Een paar jaar geleden opende ik mijn eigen atelier. Mijn vader had me opgeleid tot volwaardig vakman. Ik zet net mijn schaar in een patroon, als de deur opengaat. Ik knipper met mijn ogen. Ik kan niet geloven wie er binnenstapt. Dan zegt de klant me gedag. Nu weet ik het zeker: het is een lid van het Koninklijk Huis. Ik realiseer me dat mijn vader trots zal zijn.”