Teruglezen: waarom liggen de grootste literaire schatten ter wereld in Texas?

Rond 1970 werd in de literaire wereld met vrees gekeken naar de afkorting ‘G.T.T.’: Gone to Texas. En inderdaad: tot op de huidige dag rusten de grootste literaire schatten in de Amerikaanse staat. Hoe komt dat?

De Britse criticus en schrijver Philip Larkin schreef rond 1970 een essay waarin hij waarschuwde voor een grote exodus van ook Engelse literaire schatten naar Amerika. ‘De kans bestaat’, schreef Larkin:

‘dat er een situatie ontstaat waarin de manuscripten van iedere toonaangevende Britse schrijver sinds 1850 in Amerikaanse handen komt.’

Naar Larkin is duidelijk niet geluisterd. Een zeldzame eerste druk van Alice in Wonderland, eerste drukken van Milton, het manuscript van het sprookje The Green Dwarf van Charlotte Brontë, drukproeven van James Joyces Ulysses, ze liggen allemaal opgeslagen in The Harry Ransom Humanities Research Center, het literair archief van de Universiteit van Texas in Austin. En bij Britse manuscripten blijft het niet. Zo bezit het instituut ook enkele hemden van Arthur Conan Doyle, het schrijfbureau van Evelyn Waugh en de schoenen van D. H. Lawrence. Larkin zal er niet blij mee geweest zijn.

The Great Acquisitor

Het archief heeft zijn literaire schatten, Britse maar ook Amerikaanse topstukken als het archief van David Foster Wallace, te danken aan de assertiviteit van oprichter en ‘Great Acquisitor’ Harry Huntt Ransom die het archief in 1956 oprichtte. Hij zorgde ervoor dat The Harry Ransom Humanities Research Center een gevreesde concurrent werd van Yale, Harvard en The British Library.

Geld speelde natuurlijk een belangrijke rol. Nog steeds. In 2003 kocht het Texaanse instituut de Watergate aantekeningen van Bob Woodward and Carl Bernstein voor vijf millioen dollar. De uitgeefdrift van Ransom zou hem fataal worden. Na diens vertrek, eind jaren zeventig, volgde er een dip. Toen journalist D.T. Max er in 2007 namens The New Yorker een kijkje nam, draaide het archief al weer enige decennia op volle toeren. Met dank aan de directeur Tom Staley.

Max’ reportage, ‘Final Destination: Why do the archives of so many great writers end up in Texas?’, is de moeite van het teruglezen waard (The New Yorker geeft de komende tijd gratis stukken weg. Dit artikel verscheen in 2007) omdat het bijvoorbeeld laat zien hoe een ambitieuze archivaris als Staley te werk gaat. Zo ging Staley erg ver om dichtbij kluizenaar Cormac McCarthy te komen:

‘Once, he put a woman he thought was dating Cormac McCarthy on the Ransom’s advisory board in the hope—vain, as it turned out—that it would prompt the reclusive author to sell his papers.’

Schrijven is schaven

Ook onderstreept Max’ reportage de waarde van literair archiefmateriaal. Zo maakt het archief van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo op mooie wijze inzichtelijk dat schrijven een proces is van eindeloos schaven. Al in de eerste twee paragrafen van het manuscript van DeLillo’s Underworld (2001) is dat proces in volle gang:

‘“It’s a school day, sure, but he’s nowhere near the classroom. The longing to be here, standing in the shadow of this old rust-hulk of a structure, is too hard to resist—this metropolis.” DeLillo breaks off and starts again: “It’s a school day, sure, but he’s nowhere near the classroom, the box of forty blank faces.” He pauses, then alters the image to “the box of forty mismatched heads.” He returns to his original riff: “It’s a school day, sure, but he’s nowhere near the classroom and it’s not a matter of midweek blues.” Then he drops “midweek blues,” but introduces the idea of melancholy in a lovely pair of sentences: “Most longings go unfulfilled. This is the word’s wistful implication.” He transforms these two sentences into one: “Longing on a large scale is what makes history.’

Lees het hele artikel: ‘Final Destination: Why do the archives of so many great writers end up in Texas?’ in The New Yorker. Het artikel heeft 7.586 woorden.