Situatie in Oekraïne gevaarlijk, maar geen Koude Oorlog II

Nadat president Obama gisteren nieuwe sancties tegen Rusland had aangekondigd, werd hem gevraagd of er nu sprake is van een nieuwe Koude Oorlog. „Nee”, antwoordde de president stellig. „Dit is een heel specifieke kwestie, die ermee te maken heeft dat Rusland niet wil erkennen dat Oekraïne zijn eigen koers kan uitzetten.”

Dat was wel erg onderkoeld uitgedrukt, maar de gevaarlijke situatie die in Oekraïne is ontstaan is inderdaad geen tweede Koude Oorlog. Destijds stonden twee supermachten onverzoenlijk tegenover elkaar, met hun kernwapens op scherp. Er liep een harde scheidslijn dwars door Europa, zelfs dwars door Duitsland. En bloedige conflicten over de hele wereld stonden in het teken van de krachtmeting tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Inmiddels bestaat de Sovjet-Unie niet meer en Rusland is nog slechts „een regionale macht”, zoals Obama in maart op een persconferentie in Den Haag enigszins neerbuigend maar wel terecht opmerkte. De crisis over Oekraïne dreigt niet uit te lopen op een kernoorlog, een gevaar dat wel voortdurend in de lucht hing bij de bouw van de Berlijnse Muur (1961) en de Cuba-crisis (1962).

Maar ook al beleven we geen nieuwe Koude Oorlog, bijzonder zorgwekkend is de toestand wel. Om te beginnen is er in het oosten van Oekraïne een oorlog aan de gang die bepaald niet ‘koud’ is – zoals de hele wereld, en Nederland in het bijzonder, op 17 juli hardhandig duidelijk is gemaakt met het neerhalen van vlucht MH17. Rusland heeft zich, met de annexatie van de Krim, een deel van een soeverein land toegeëigend en is vervolgens begonnen een ander deel van dat land, het oosten van Oekraïne, te destabiliseren. President Poetin heeft bovendien gezegd dat hij klaar staat om ook in andere landen Russische en Russisch-talige minderheden te hulp te schieten als zij zich verdrukt voelen.

Bij elkaar vormt dat alles een ernstige bedreiging voor de vrede en veiligheid in Europa, die het Westen niet over zijn kant kan laten gaan. Bijna een kwart eeuw na het einde van de Koude Oorlog moet worden vastgesteld dat de pogingen om tot een stabiele en constructieve samenwerking tussen Oost en West te komen voorlopig gestrand zijn.

Met stap-voor-stap aangescherpte sancties hebben de VS en de EU sinds dit voorjaar geprobeerd Rusland te bewegen tot een deëscalatie – tot nog toe zonder zichtbaar resultaat. Nu is voor het eerst besloten tot sancties die niet alleen op specifieke individuen en bedrijven gericht zijn, maar op strategisch belangrijke sectoren van Rusland: energie, defensie en de financiële sector. Voor het eerst ook zijn dit sancties die niet alleen Rusland treffen, maar die ook in het Westen economische pijn veroorzaken, bijvoorbeeld bij exportbedrijven die nu een markt voor hun producten zien wegvallen.

Daarmee tonen de VS en de EU dat het hun ernst is, en schroeven ze de druk op Poetin verder op. Belangrijk is dat aan de sancties een tijdslimiet is verbonden – ze kunnen verlengd worden, maar dat hoeft niet. Het doel moet immers zijn om Rusland tot een andere koers te bewegen, niet om het verder het isolement in te drijven.