Libiërs vluchten massaal naar Tunesië

Libische mannen vertrekken vandaag uit hun land. Foto AFP / F Nasri

Duizenden Libiërs zijn deze week dagelijks naar Tunesië gevlucht, vanwege het aanhoudende geweld in hun eigen land. Dat heeft de Tunesische minister van Buitenlandse Zaken Monji Hamdi gezegd, meldt persbureau AP.

Het is daarmee de grootste vluchtelingenstroom uit Libië sinds de burgeroorlog in 2011.

Rivaliserende milities vechten nu al weken om de controle over de luchthaven van Tripoli. Grote delen van het vliegveld zijn inmiddels verwoest. De afgelopen drie dagen woedt er een grote brand, doordat eerder deze week een brandstofdepot werd getroffen door mortiergranaten.

Hamdi zei niet hoeveel Libiërs tot dusver zijn uitgeweken, maar liet wel weten dat het om vijf- tot zesduizend per dag gaat. En het loopt op. De minister waarschuwt dat Tunesië niet in staat is grote hoeveelheden vluchtelingen op te nemen.

“Onze prioriteit is de veiligheid en stabiliteit van Tunesië en als het nodig is zullen we de grens dichtgooien.”

De overheid schiep een monster

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de Nederlandse ambassade gisteren gesloten en de ambassadeurs het land uit geleid. Ook de VS sloten hun ambassade, nadat het geweld in het land oplaaide. Een islamistische militie uit de West-Libische stad Misrata vecht tegen de anti-islamistische Zintanbrigade. NRC-correspondent Gert van Langendonck schreef gisteren:

Sinds twee weken wordt er fel gevochten rond de luchthaven. Tientallen vliegtuigen zijn beschadigd of vernield. Kosten: twee miljard dollar. De luchthaven is buiten gebruik. Benzine is bijna niet te krijgen, elektriciteit en water zijn ook schaars. Nadat zondag een oliedepot met 6,6 miljoen liter in brand vloog deed de regering een oproep om internationale hulp.

En hij legde uit:

Stadsstaatjes die in steeds wisselende allianties territoriale oorlogjes uitvechten; het vat Libië goed samen. [...] in Libië worden alle strijdende partijen betaald door de overheid. Dat is het gevolg van de catastrofale beslissing de strijders die tegen Gaddafi vochten op de loonlijst te zetten. De overheid schiep een monster: in 2011 waren er zo’n 20.000 militieleden; nu circa 300.000.