Column

Hoe trekken we profijt van de sanctiestrijd?

Escalatie van economische sancties? Handelsconflict Europa-VS en Rusland? Dat zou in één opzicht zeer welkom zijn. Maar eerst het slechte nieuws. Een handelsoorlog brengt de Nederlandse economie schade toe. De exportverliezen zullen beperkt zijn, hoe naar ook voor getroffen ondernemers en werknemers. De export naar Rusland was vorig jaar volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 6,8 miljard euro. Van de bijna 4.000 bedrijven die goederen exporteerden is 40 procent een groothandel. De vuistregel is dat de helft van onze export doorvoer is, spullen importeren en vervolgens uitvoeren. Naar Duitsland bijvoorbeeld, dé handelspartner van Rusland. Aan die wederuitvoer verdienen we nog geen dubbeltje per ingevoerde euro. De uitvoer die we zelf produceren, levert een veelvoud op. De hele export zal niet meteen wegvallen. Bedrijven kunnen dat deels opvangen met extra verkoopinzet elders. Economische relaties zijn dynamisch.

De échte schade zit niet in onze eigen handel, maar in de repercussies op de wereldhandel. Mede vanwege die wederuitvoer is Nederland (Rotterdamse haven, Schiphol) kwetsbaar voor het wel en wee van de wereldmarkten. En juist onze export blijkt structureel een zorgenkind.

Een handelsconflict confronteert ons met onze dreigende afhankelijkheid van gas, de bulk van onze invoer uit Rusland.

Nederland wint gas voor eigen gebruik (huishoudens, industrie én energiecentrales) en voor uitvoer. We zijn tevens doorvoerland voor Russisch en Noors gas. Maar ons gas raakt op en vanwege de aardschokken in Groningen willen we minder winnen. Dat betekent: meer invoer. Maar: ons gas is laag calorisch. Het Noorse en Russische hoog calorische gas kunnen wij niet zonder meer gebruiken.

Een nieuwe aspect van de markt is dat de rol van langetermijncontracten kleiner wordt. Actuele prijzen op markten met vragers en aanbieders winnen aan belang, concludeerde het ministerie van Economische Zaken eerder dit jaar in een rapport over beperking van de gaswinning in Groningen. Marktwerking geeft in theorie meer flexibiliteit, maar leidt ook tot meer prijsfluctuaties.

De verwachting dat extra Russisch gas onze eigen krimpende productie zou goedmaken, blijkt te rationeel zakelijk te zijn geweest en te weinig politiek doordacht. Dus zal (West-)Europa zelf energiepolitiek moeten bedrijven. Voer de urgentie op van de lopende Europese maatregelen voor effectiever energiebeleid en breid de omvang ervan uit. Dus: alles op alles zetten voor energiebesparing en efficiency. Elektriciteitsnetten effectiever koppelen. Gezamenlijk duurzame energie ontwikkelen en exploiteren, niet per land. Uniforme Europese subsidies voor wind- en zonne-energie. Het kapitaal mobiliseren voor investeringen, zoals de Europese Investeringsbank en de Nederlandse pensioenbeleggers. En gezamenlijk gas inkopen, zoals de Poolse premier Tusk opperde, is ook een optie.

Nederland moet eindelijk beseffen dat de 12 miljard euro aan gasinkomsten die nu naar de schatkist stroomt, een eindige bron van inkomsten is. Het idee om daarvan 100 miljoen te steken in een fonds voor innovatie in het midden- en kleinbedrijf is lief, maar ingehaald door de omstandigheden.

Maak dat bedrag in hoog tempo vrij voor investeringen die de energie-onafhankelijkheid ten goede komen. En gebruik de krankzinnig lage rente op de kapitaalmarkt om extra geld te lenen voor zo’n Europees investeringsprogramma.

Volgende generaties hebben daar profijt van.