....Gaza is geen excuus voor oplaaiend antisemitisme

Hitlergroet bij een Nederlandse demonstratie. Treed daar tegen op, betogen Arjan Erkel en Jan Bennink.

illustratie KAP

Hoe het conflict in de Gazastrook ook mag aflopen, het resultaat voor de Nederlandse samenleving is dat het antisemitisme weer helemaal terug is. Wellicht goed, want nu is het zichtbaar. We doen er alleen niets tegen. Tijd om daar verandering in aan te brengen.

Antisemitisme is al jaren bezig een comeback te maken. Spreekkoren in stadions, ‘kk-Joden’ en uitschelden van Joden met keppeltjes kenden we al, maar de snelle zichtbare groei die Jodenhaat de laatste weken meemaakt, hadden we tot voor kort in onze polders niet kunnen voorzien. Nederlandse en West-Europese Joden moeten weer oppassen voor hun lijf en goed en kinderen, hun gebouwen beveiligen, kijken waar ze wel en niet kunnen komen.

In een winkel wordt niet meer aan Joden verkocht, in een café zijn honden welkom, Joden niet.

Mannen met zwarte vlaggen roepen om de dood van het Joodse volk en brengen ongestraft de Hitlergroet.

In demonstraties verschijnt de swastika. Op steeds meer blogs wordt openlijk geflirt met antisemitisme.

Stenen tegen de ruit van het woonhuis van een rabbijn in Amersfoort. Schrijvende ratten belasteren smalend Joodse mensen. Het virtuele trappen met de spijkerlaars is allang begonnen.

Dit heeft weinig meer te maken met een terecht protest tegen de dood van vele Palestijnen in de Gazastrook. Dit zijn geen pubertjes die niet beter weten, geen voetbalfans, verwikkeld in een tribaal geschil.

Dit is oeroude onvervalste jodenhaat.

De Nederlandse autoriteiten kijken weg, zo bewees Jozias van Aartsen, de burgemeester van Den Haag.

Maar eerlijk is eerlijk, bijna niemand wil het zien of beter gezegd: bijna niemand wil het aan de orde stellen. Degenen die dat wel doen worden juist als de boosdoeners en opruiers gezien.

‘We’ doen liever net alsof we het niet horen. Die oproepen om Joodse mensen: man, vrouw, kind, aan het gas te leggen.

Die oproep om Joodse mensen, man, vrouw, kind, de kanker te laten krijgen.

Waarom we liever niet horen, moet geduid worden. Is het lafheid, onverschilligheid of past het echt nog binnen de vrijheid van demonstratie en meningsuiting?

Graag zoomen we in op de lafheid die blijkbaar nog steeds in onze genen zit.

Journalisten die niet beschermd worden als ze hun werk niet mogen uitvoeren tijdens demonstraties in verband met angst voor escalatie.

Het niet durven benoemen van de fundamentele islam als een katalysator voor antisemitisme. En nee, het zijn niet alleen de allochtonen die het doen.

Wat we ons wel moeten realiseren is dat als een groep groter wordt de aantrekkingskracht groeit.

De stilzwijgende meerderheid die nu nog zonder gevaar in actie zou kunnen komen doet het niet; hoe zit dat in de toekomst als in actie komen wel gevaarlijk wordt?

Straks als de nekschoten klinken, als het wilde gebrul zich verder uitstrekt dan de Schildersbuurt, helpen onze vingers in de oren niet meer. Als straks de mensen weer door de straten worden gesleept, de bonzen op de deuren galmen, de helle gloed van in brand gestoken scholen en synagoges de horizon verlichten, helpt de laffe blinddoek voor onze ogen niet.

Het is nog niet te laat, denken wij. Nog net niet.

Daarom een oproep aan iedereen, maar vooral aan alle mensen die het in dit land voor het zeggen hebben. Mensen waar ‘we’ naar luisteren. Van Lodewijk Asscher tot Mark Rutte van Arjen Robben tot Matthijs van Nieuwkerk van koning Willem-Alexander tot Tiësto. Laat weten dat ‘we’ het zien! Laat weten dat ‘we’ het niet pikken. Dat we deze keer vechten voor onze Joden. Wij Nederlanders hebben één keer actief meegewerkt aan de grootste moord op de Joodse bevolking ooit. Uit ons land werden per capita de meeste Joden weggevoerd, meer dan 140.000 mensen, waarvan 75 procent vermoord door de Duitsers. Vermoord door ons wegkijken, door ons niets doen.

Die schande mag ons niet nog een keer ten beurt vallen. Maar als we niet snel iets doen, gebeurt het.