Fijn op vakantie in Retroland

Met films als Kleine Nicolaas gaat op vakantie weet je nooit helemaal zeker of ze nu voor kinderen of voor hun nostalgisch smachtende (groot-)ouders gemaakt zijn. Maar dat was eigenlijk al zo met de in de jaren zestig voor het eerst gepubliceerde boekenserie van de latere Asterix-schrijver René Goscinny. Een aantal van die vroegwijze grapjes zit nu ook weer in de tweede film die er naar de Nicolaas-boekjes is gemaakt: vader die aan tafel behalve het zoutvaatje ook meteen de mosterdpot aan een zwoele Duitse badgast wil geven, moeder die droog opmerkt: „Doe er ook meteen Elzas-Lotharingen bij.”

Verder verloopt de film verrukkelijk als een in heerlijke sixties-retrokleuren gedraaide hommage aan Les vacances de Mr. Hulot, maar dan met de kleine Nicolaas in de hoofdrol: kleine schetsen uit de tijd dat mensen hun hele zomervakantie nog rustig in een hotelletje aan de Atlantische kust gingen zitten en daar tijd hadden om zich over de kleine absurditeiten des levens te verbazen. Nicolaas en zijn vrienden lopen daar kattenkwaad uithalend tussendoor. Belangrijkste angst: dat zijn ouders hem aan de kleine Isabelle willen uithuwelijken. Maar alles in het brave.