EU kan bijten, als het moet

Aan de maatregelen die nu door de EU zijn opgelegd, ontkomt Rusland niet zonder gezichtsverlies.

De Europese Unie heeft gisteren laten zien dat zij, als het echt moet, kan bijten. Lidstaten besloten hun zwaarste diplomatieke wapen alsnog in te zetten bij de Oekraïne-crisis: binnen enkele dagen komen er brede, economische sancties tegen Rusland. „Een grote stap voorwaarts’’, aldus een EU-diplomaat.

Een moeilijke stap ook, tegen een belangrijke handelspartner en gasleverancier. De sancties raken ook de EU zelf: lidstaten waren verdeeld over een zo eerlijk mogelijke distributie van die pijn.

Zoals vaker was er een ramp nodig om alle landen op één lijn te krijgen. Dat was zo tijdens de eurocrisis en de vluchtelingendrama’s op de Middellandse Zee. En dat is nu ook zo. Door de vliegramp met de MH17 en de mogelijke Russische rol hierin moesten EU-landen hun eventuele reserves laten varen.

De sancties hebben betrekking op financiën, energie en defensie. Sinds maart nam de EU al vele strafmaatregelen, maar die waren beperkt (tegen specifieke personen en bedrijven) en boden Rusland volop ruimte voor een uitweg zonder al te veel gezichtsverlies. Na de annexatie van de Krim (21 maart) bleef dat zo. Maar de sancties die nu worden opgelegd, kunnen de opmaat worden van een conflict dat met zware economische middelen wordt uitgevochten. Dat heeft Europa sinds het einde van de Koude Oorlog niet meegemaakt. Ze gelden voorlopig voor één jaar.

De Europese Commissie schat de schade aan de Russische economie dit jaar op 23 miljard (1,5 procent van het bruto binnenlands product) en volgend jaar op 75 miljard euro (4,8 procent). De EU zelf, amper hersteld van de eurocrisis, levert dit jaar 40 miljard in (0,3 procent van het Europese bbp) en 50 miljard in 2015 (0,4 procent). Europees president Herman Van Rompuy zei gisteren namens de regeringsleiders dat de EU wel moet handelen „als het ontketende geweld onschuldige burgers doodt”.

De VS volgden gisteren meteen met eigen, vrijwel identieke strafmaatregelen. Door samen op te trekken willen Brussel en Washington het effect maximaliseren.

Voor de EU zijn deze sancties een evenwichtsoefening tussen de sterk uiteenlopende belangen van 28 lidstaten. Daarom bevat deze eerste tranche economische sancties veel uitzonderingen. Zo komt er een verbod op wapenleveranties, maar hoeft Frankrijk een omstreden Russische levering van Mistral helikoptervliegdekschepen niet te annuleren. Ook voormalige Oostbloklanden, die zwaar leunen op wapentuig uit de Sovjettijd, worden ontzien: de sancties treffen niet bestaande onderhoudscontracten en de levering van reserveonderdelen.

De sancties zijn vooral gericht op toekomstig economisch verkeer. Door de Russische staat gedomineerde banken kunnen straks geen kapitaal meer ophalen in de EU, maar er wordt niet getornd aan al voltrokken aandelen- en obligatietransacties. Dat is voor de Londense City een belangrijk punt.

Ook de gassector blijft voorlopig buiten schot: de energiesancties treffen alleen de oliesector en dan vooral de ‘niches’, zoals exploitatie in de diepzee en rondom de Noordpoolcirkel. Vooral Duitsland, sterk van Russisch gas afhankelijk, zou hierop hebben aangedrongen.

Hoe Rusland zal terugslaan, zal snel blijken. Gisteren is in het parlement in Moskou een wetsvoorstel ingediend dat landen die meewerken aan sancties als ‘agressor’ aanmerkt.

In een vorige week uitgelekte brief aan regeringsleiders schrijft Van Rompuy dat met dit pakket „de juiste balans” is gevonden. De EU houdt de deur voor Moskou open: de sancties kunnen op elk gewenst moment worden afgezwakt of aangescherpt.

Aanvankelijk leek een extra top van EU-leiders nodig voor zo’n zware beslissing. Maar Van Rompuy pleitte daartegen, omdat zo’n top mogelijk tot nieuwe onderhandelingen op het hoogste niveau zou hebben geleid. Gezien de ernst van de situatie was dat onwenselijk. EU-ambassadeurs mochten daarom gisteren de laatste plooien gladstrijken.