Een bad bank is vooral cosmetisch, ook bij Barclays

Het Britse Barclays brengt schadelijke activiteiten onder in een bad bank. Dat betekent niet dat de problemen opeens weg zijn.

Foto Bloomberg

Terug naar de basis. Dat is de boodschap die Antony Jenkins, topman van Barclays, vandaag opnieuw gaf.

Hij moet wel. De aandelen Barclays zijn dit jaar gedaald van 296 pond in januari naar 225 vanochtend, en het is de slechtst presterende niet-genationaliseerde Britse bank. Vanochtend maakte de bank bekend dat de winst bij de zakentak ten opzichte van het vorige jaar met 67 procent is gedaald tot 435 miljoen pond (550 miljoen euro).

Daarbij woedt het zogenoemde dark pool-schandaal nog altijd. Barclays zou institutionele beleggers ten onrechte hebben verteld dat ze werden beschermd tegen flitshandelaren in de dark pool, een omgeving waar anoniem kan worden gehandeld. In werkelijkheid werden de flitshandelaren door Barclays van informatie voorzien.

De zakenbank van Barclays staat symbool voor wat er mis is in de sector. De vorige topman, Bob Diamond, wilde van Barclays de grootste zakenbank ter wereld maken en er werden duizenden bankiers aangetrokken. Diamond moest in 2012 uiteindelijk, en na grote publieke woede, vertrekken nadat bleek dat Barclays-bankiers hadden geprobeerd de rentestandaard Libor te manipuleren.

Jenkins wil dat de zakentak niet meer dan 30 procent van de winst van Barclays vormt. Zeker 7.000 mensen zullen de komende drie jaar hun baan kwijtraken. En 90 miljard pond aan activa, waaronder consumentenbanken in Spanje, Italië en Portugal, verdwijnt in een niet-strategische tak, een interne ‘bad bank’.

Het is een model dat meer financiële instellingen hanteren. „Dit is dé manier geworden om te zeggen dat een bank afscheid neemt van het verleden”, zegt hoogleraar Peter Hahn van de Cass Business School aan City University, die onder meer toezicht hield op bankenregulering bij de Bank of England. Hij vraagt zich af of het wel echt nodig is: „De afgesplitste tak is nog steeds onderdeel van dezelfde bank”.

Het Zweedse model

Bad banks werden opgericht om financiële instellingen die failliet dreigden te gaan, te redden. De Zweedse overheid deed dat met succes in de jaren negentig, door bad bank Secorum te creëren voor vastgoed waarvan de hypotheken als gevolg van een zeepbel niet konden worden afgelost. Zo kreeg onder meer SEB – nu een van de meest succesvolle Scandinavische banken – een schone balans.

Na de val van de Amerikaanse bank Lehman ging het vooral om slechte leningen. Northern Rock en Bradford & Bingley stopte de Britse regering in de UK Asset Resolution, die de hypotheken van beide banken probeert door te verkopen.

Nu signaleren analisten dat niet regeringen meer besluiten tot de oprichting van een bad bank, maar banken zelf, op een moment dat het juist weer beter met hen gaat. En in plaats van om giftige activa gaat het om activiteiten die niet meer als de kerntaak worden gezien of niet meer winstgevend zijn. Die moeten zo snel mogelijk van de balans af, tegen kosten die acceptabel zijn. Behalve Barclays doen ook Deutsche Bank, UBS en Credit Suisse dit.

„Het is een optische illusie”, zegt hoogleraar Hahn. „In iedere andere sector zou je dit ‘opgehouden activiteiten’ noemen.” Hij begrijpt waarom financiële instellingen hiertoe overgaan: „Bij een ‘bad’ bank denk je automatisch dat daar een ‘good’ bank tegenover staat. In werkelijkheid heeft Barclays straks niet minder activa dan nu. Als er verlies wordt geleden, raakt dat de aandeelhouder nog steeds.”

Barclays heeft het zelf overigens niet over bad bank, maar over „een strategische herziening waarbij portfolio’s die niet tot de kerntaak behoren, worden gestroomlijnd”.

Het kan succes hebben. De werknemers die voor de bad bank werken, hebben louter de taak om de activa kwijt te raken. Dat is moeilijk bij instellingen die fysieke producten kwijt moeten. De Ierse bad bank NAMA bijvoorbeeld bezat bij de oprichting in 2009 voor 77 miljard euro aan vastgoed, waaronder het Londense Ritz-hotel, maar ook spookwijken. Op de kapitaalmarkten is meer liquiditeit.

„Het management kan zich ondertussen op de kernactiviteiten richten, en daarmee investeerders geruststellen”, zegt Hahn. Hij betwijfelt of dat lukt: „Banken willen een vorm van voorspelbaarheid krijgen. Maar de klappen die nog steeds komen, hebben te maken met activiteiten uit het verleden die opduiken, zoals het gesjoemel met [de internationale rentestandaard] Libor. Het wel of niet hebben van een bad bank helpt dan niets.”