De beloften van het nieuwe kalifaat

Is het kalifaat van ISIS levensvatbaar? Een tour langs vruchtbare landbouwgrond, dammen en oliebronnen – en veel woestijn.

Vermomd als een koopman en vergezeld door zijn trouwe grootvizier glipte kalief Harun al-Rashid ’s nachts uit zijn paleis om in contact te komen met gewone mensen in Bagdad. Al-Rashid was de verlichte heerser in de hoogtijdagen van het Abbasieden-kalifaat, dat zich in de achtste eeuw uitstrekte van Marokko tot Afghanistan. Tot in alle uithoeken van het rijk werd één taal gesproken, het Arabisch, en één godsdienst beleden, de islam. Bagdad was een multiculturele miljoenenstad waar de kunsten en de wetenschap bloeiden. Door zijn nachtelijke escapades, zo gaat het verhaal, kon al-Rashid op de hoogte blijven van de zorgen van de gewone man.

Twee weken geleden riep de islamitische terreurgroep ISIS een kalifaat uit. Dit kalifaat niet gebaseerd op kennis, tolerantie en multiculturalisme, maar op geweld, onderdrukking en een ultrapuriteinse interpretatie van de islam. ISIS spiegelt zijn kalifaat aan het islamitische rijk uit de begintijd van de islam. Maar dan in een verdraaide, geïdealiseerde versie, die het antwoord moet zijn op eeuwen van vernedering en onderwerping door het Westen.

Er is al veel gezegd en geschreven om het kalifaat in historisch perspectief te plaatsen. Veel experts concludeerden dat ISIS-leider Abu Bakr al-Baghdadi, alias kalief Ibrahim, zichzelf nooit op eigen gezag kan uitroepen tot opvolger van de profeet Mohammed (al-khalifa betekent opvolger). En dat de meeste moslims hem niet als leider van alle gelovigen zullen accepteren.

Een praktischere vraag werd niet gesteld: hoe ziet dat zelfverklaarde kalifaat er eigenlijk uit? Wat zijn de grenzen, hoeveel mensen wonen er, hoe ziet de economie eruit? Zal ISIS een levensvatbare islamitische staat op kunnen bouwen?

De situatie in Irak en Syrië is vloeibaar en instabiel. ISIS voert een veelfrontenoorlog: tegen het Syrische regime, andere rebellengroepen, de Koerden in het noorden van Syrië en Irak en het Iraakse leger dat gesteund wordt door Iran en de Verenigde Staten. In Irak heeft ISIS een alliantie met sunnitische stammen en milities die ideologisch ver van de jihadisten afstaan. Hier en daar zijn er al onderlinge gevechten.

Maar stel dat we de situatie van nu bevriezen en uitgaan van het potentieel van het gebied. Dan kunnen schattingen een indicatie geven – met vele slagen om de arm. Zie het als een denkoefening om de contouren van het kalifaat te schetsen.

Het nieuwe kalifaat ligt op de plek van het oude Mesopotamië: het tweestromenland tussen de Eufraat en de Tigris dat wordt gezien als de bakermat van de beschaving. ISIS bezet steden en dorpen in het vruchtbare gebied langs de twee rivieren. Daartussen: niets dan woestijn. Alles bij elkaar beslaat het kalifaat tussen 150.000 en 200.000 vierkante kilometer. Dat valt in de categorie van landen als Suriname en Uruguay. Het is ook vergelijkbaar met Syrië.

Het aantal inwoners van dit gebied in rustiger tijden mag worden geschat op 10 miljoen. Door de burgeroorlog in Syrië en de opmars van ISIS zijn miljoenen mensen op drift geraakt. Maar het blijft een groot gebied met veel inwoners.

Naar schatting 15.000 strijders van ISIS houden hun protostaat vooralsnog met geweld bij elkaar. Ze zaaien angst onder de bevolking en treden nietsontziend op tegen vijanden en verraders. Zo heeft ISIS de Iraakse stad Fallujah al een half jaar stevig in handen en de Syrische stad Raqqa een jaar.

De kalief heeft gouverneurs aangesteld voor districten en een ‘kabinet’ met een minister van Financiën. Ook is er een chef die zelfmoordterroristen aanstuurt. De bestuurders moeten staatsinstellingen opbouwen, diensten verlenen en de economie laten functioneren. In de veroverde gebieden verzorgt ISIS basale overheidsdiensten, zoals het innen van belasting, beveiligen van steden en zorgen voor stromend water, elektriciteit en sociale voorzieningen. Daarvoor zijn veel mensen nodig. Dat besefte kalief Ibrahim ook. Hij riep alle moslims ter wereld op te komen helpen bij de opbouw van het kalifaat.

„Deze oproep is speciaal bedoeld voor fuqaha (experts in islamitische jurisprudentie) en rechters, alsook voor mensen met een militaire en bestuurlijke achtergrond, artsen en ingenieurs met verschillende specialisaties”, zei Ibrahim in zijn preek in de Grote Moskee van Mosul. Zijn oproep zal onder moslims geen brede weerklank vinden. Daarvoor is ISIS te radicaal. Vooralsnog hebben enkele duizenden buitenlanders zich aangesloten bij ISIS, vooral om te vechten.

Waarmee kunnen die ingenieurs zich nuttig maken? Industrie ontbreekt vrijwel. Hulpbronnen zijn er wel: de rivieren Eufraat en Tigris. In het gebied zijn ook dammen voor stroomopwekking. Zo controleert ISIS de dam bij Samarra en gebieden rond de gigantische dam bij Mosul – maar niet die dam zelf. En die zal ook niet gemakkelijk in handen vallen van ISIS. Omdat Koerdistan grotendeels afhankelijk is van die dam, wordt hij fel verdedigd door peshmerga’s.

Wel hebben we de enorme dam bij Haditha bij het kalifaat gerekend. Die voorziet een groot deel van Irak van stroom. ISIS heeft hem nog niet in handen, maar de jihadisten hebben hem wel omsingeld. De regering in Bagdad heeft versterkingen gestuurd om te voorkomen dat de jihadisten deze waterkering in handen krijgen.

Belangrijker nog is dat het kalifaat in zijn huidige omvang olie- en gasbronnen heeft. In Syrië controleert ISIS de meerderheid van de oliebronnen in de provincies Raqqa en Deir el-Zor. Volgens de Syrische oppositie in ballingschap zijn die in normale tijden goed voor 180.000 vaten per dag. Die olie wordt op de zwarte markt verkocht aan binnen- en buitenlandse tussenhandelaren. Ironisch genoeg is ook het Syrische regime een afnemer – omdat deze handel simpelweg het gemakkelijkste is.

In Irak heeft ISIS de oliebronnen bij Ajeel en de gasvelden rond Mansuriyah in handen, die 1 miljoen dollar per dag zouden opleveren. Maar dat verbleekt bij de Baiji-raffinaderij, die eenderde van de geraffineerde olie van Irak produceert. ISIS leek de raffinaderij even te hebben veroverd, maar dat lijkt toch weer onzeker. Maar stel dat het lukt. Dan kan ISIS dat enorme complex niet zomaar draaiende houden. Daar is geschoold personeel voor nodig. En Siemens heeft al zijn medewerkers al geëvacueerd.

Het kalifaat heeft ook landbouwgebied, met name rond de Eufraat en de Tigris. Maar volgens het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties is de productie in het Syrische deel in deplorabele staat. Aan de Syrische burgeroorlog ging al een ernstige droogte vooraf.

De landbouw in het Iraakse deel staat er beter voor, maar daar is niet veel bruikbare grond. Wat rest is de lokale productie van relatief laagwaardige goederen en diensten in dorpen en steden.

Zo ontstaat het beeld van een protostaat met olie, zij het niet veel, en raffinage die kan voorzien in eigen energiebehoefte. Of export mogelijk is, hangt af van de relatie met de buren: het kalifaat heeft geen toegang tot open water.

Irak had vorig jaar een bruto binnenlands product van 149 miljard dollar. Syrië had in 2010, het laatste jaar van telling, volgens het Internationaal Monetair Fonds een bbp van 60 miljard dollar. Het kalifaat bezet de minst welvarende delen van beide landen. De welvaart zal er veel lager zijn dan in Irak en iets lager dan het in Syrië van voor de burgeroorlog. Een ruwe schatting van het bbp: 26 miljard dollar.

Is het kalifaat levensvatbaar? Het zal, om economisch te functioneren, langdurige relaties met de omringende gebieden moeten aangaan. Met buurlanden dus die zich juist door de opmars van de jihadisten bedreigd voelen.