Bruna stopte van de ene op de andere dag met tekenen

Dick Bruna zal geen nieuwe afleveringen meer maken van nijntje. Het perfecte konijntje begon als vormeloze tekening voor Bruna’s zoon.

nijntje... in de jaren 50 (boven), vanafde jaren 60 (onder) en sindsde jaren 90 (rechts) Illustraties Dick Bruna

Is het over met nijntje? Dat Dick Bruna definitief stopt met tekenen, het nieuws dat gisteren de wereld over ging – dat was eigenlijk geen nieuws. Van de hoogbejaarde Bruna (86), die al enige tijd met zijn gezondheid kampt, was al jaren geen nieuw werk meer verschenen, en ingewijden wisten dat dat ook niet meer zou komen. „Stoppen met werken deed hij niet geleidelijk, dat ging van de ene op de andere dag. Het was genoeg geweest”, zei zijn uitgeefster Marja Kerkhof vorig jaar al in Het Parool.

Zal het daarmee stil worden rond de inmiddels 60-jarige en wereldberoemde nijntje pluis? Onwaarschijnlijk, want de peuter in konijnenverschijning is – behalve onsterfelijk – ook een sterk merk. Met een eigen spelling: zonder hoofdletters. Zoals Bruna’s boeken ook nooit in kapitalen gezet zijn.

Maar Bruna’s Amsterdamse uitgever, exploitant en auteursrechtenbewaker Mercis zit nog lang niet stil. De afgelopen jaren verschenen er een film en een musical over nijntje, en de boeken bleven gestaag komen. Dat waren dan wel oude verhaaltjes in nieuwe jassen: kartonboeken, babyboeken, boeken met aaibare kaften. De eerste helft van dit jaar verschenen er al drie ‘nieuwe’ nijntjes bij Mercis – nog afgezien van de ‘gewone’ herdrukken.

Toch is het einde van nijntje onherroepelijk gekomen, want een nieuwe nijn zal er niet meer bij komen. Zoals Mercis gisteren liet weten: Bruna’s werk zal niet voortgezet worden door een ander, of door een ‘studio Dick Bruna’. Daarmee zegt het bedrijf in feite wat ook al vaak inzet was voor auteursrechtelijke processen: de lijnen die Bruna trok, waren uniek, en moeten dat ook blijven.

Maar ze waren wel op meerdere, flexibele manieren uniek. Dat is te zien aan de ontwikkeling van nijntje; het meisjeskonijn bleef dan door de jaren heen hetzelfde rode jakje dragen, ze veranderde wel van uiterlijk. Net als stripfiguren als Suske en Wiske – die inmiddels getekend worden bij Studio Vandersteen. Zelfs de minimalistische vormen van Bruna’s konijn waren voor verandering niet ongevoelig, al was dat geen bewuste ontwikkeling. Pas toen de tekenaar zijn jarenlange werk tentoongesteld zag in het Utrechtse Centraal Museum, drong het tot hem door.

In 1955 was kleine nijn nog vormeloos

De eerste schetsen van Bruna lijken alleen vanuit de verte nog op het nijntje dat we nu kennen. Het konijn dat hij in 1955 bij een verhaaltje voor zijn zoontje tekende, is vormeloos en wit, heeft twee reusachtige oren, en in het gezicht niet meer dan een kruisje voor het snuitje en twee stipjes voor de ogen. „Meer het idee van een konijn dan iets pluizigs”, schreef recensent Joke Linders in het biografische plaatjesboek Dick Bruna uit 2006: de oer-nijn was ‘als een uit bed gevallen knuffel, naïef en tamelijk konijnig’.

In 1963 kreeg ze een facelift: haar iconische uiterlijk

Pas in 1963, als er voor het eerst echt sprake is van een serie en ook het strakke vierkante formaat van de boekjes geïntroduceerd wordt, krijgt nijntje een facelift. Dan krijgt het meisjeskonijn het iconische uiterlijk dat ze daarna altijd hield. „De stippen waarmee ze eerst verlegen opzij keek, zijn nu stralende eivormige pupillen die iets hoger in het gezicht staan”, schrijft Linders. En ze krijgt een ‘meloenvormig hoofd’, veel groter dan haar lichaam: typische peuterverhoudingen.

En in de jaren 90 werden haar oren minder puntig

Leg die nijntje naast de nijntje uit de jaren negentig, en je ziet opnieuw verschil: de afstand tussen de ogen is kleiner, de ogen staan op een andere plek, het kruis voor haar snuit is gekrompen tot een ‘kordater’ kruisje en de oren, vooral de oren zijn anders. Minder lang, minder groot, minder V-vormig, minder puntig. Het scherpe kantje is eraf.

Hoe dat kwam? „Opeens was ze zo”, zei Bruna. Omdat de tekeningen altijd handwerk bleven en nooit uit vaststaande vormen werden opgetrokken, kon je met een scherp oog in zijn lijnen de authentieke „bibber” van zijn hand herkennen, zoals Bruna het zelf noemde.

Maar tegelijk met de subtiele veranderingen in de tekeningen van Bruna was nijntje ook steeds beroemder en geliefder geworden. Misschien is die wereldwijde waardering voor Miffy, zoals ze over de grens heet, ook wel een reden waarom ze zoveel knuffelbaarder is geworden: het boekpersonage werd een character, er kwamen knuffels.

De eindhalte lijkt het nijntje in nijntje de film, die vorig jaar in première ging. Daar was ze – uiteraard met goedkeuring van Bruna zelf – van een tweedimensionaal, recht vooruitkijkend boekkonijn veranderd in een 3D-dier. Aan alle kanten zacht en aaibaar. We konden het toen al zien: het icoon was afgerond, het werk van Bruna zat erop.