Concertpianist in de hoofdrol

Pianisten spreken tot de verbeelding, ook van filmmakers.

Wie een piano heeft, heeft de wereld. Geen instrument spreekt zo tot de verbeelding, omdat de pianist zowel solist als begeleider tegelijk kan zijn, en aan zichzelf genoeg heeft. Ook filmmakers hebben een voorliefde voor pianisten: vaak een korte weg om het innerlijk leven van een personage te verbeelden. Over elke fase in de carrière van de virtuoos bestaat een film.

Het wonderkind

In het Frans-Zwitserse Vitus (2006) was de ook in de werkelijkheid hoogbegaafde pianist Teo Gheorghiu te zien als het twaalfjarige pianovirtuoosje Vitus die van de ene dag op de andere weigert om nog langer elke dag uren te oefenen en liever op avontuur uitgaat met zijn grootvader (Bruno Ganz). Uiteindelijk keert hij natuurlijk terug naar de piano, om te triomferen in het Pianoconcert van Schumann.

Leraar en leerling

De gespannen, moeizame en soms destructieve verhouding tussen pianodocent (vaak een man) en student (meestal een vrouw) is het onderwerp van vele films. Klassiek voorbeeld is het melodrama The Seventh Veil uit 1945 met James Mason als verbitterde, fanatieke oom die zijn nicht Francesca (Ann Todd) opleidt tot fabuleus concertpianiste, maar haar zo onder de duim houdt dat ze een zelfmoordpoging doet. Conventioneel is de tegenstelling tussen de ijzige formaliteit van klassieke muziek en de levensvreugde van jazz; Francesca wordt gemangeld tussen haar oom en haar Amerikaanse geliefde, een jazzmuzikant. Michael Haneke zou deze conventies van het melodrama nemen, en er een duistere, perverse, draai aan geven in La Pianiste (2001), waarin de conservatoriumdocente Isabelle Huppert seksueel in de ban raakt van een leerling.

Competitie

Geen grote carrière zonder dat een musicus zich eerst in de kijker speelt bij een prestigieus muziekconcours. In The Competition (1980) zijn de cynische Richard Dreyfuss en de nog hoopvolle Amy Irving rivalen tijdens een internationale muziekwedstrijd in San Francisco. Toch gaan ze op een date, wat de zaken aanzienlijk compliceert; zeker als ook nog blijkt dat zij de betere musicus is.

Drop-outs

Ze zouden broers van elkaar kunnen zijn, die drie eenzame mannen. In Tirez sur la pianiste, (1960), de tweede film van François Truffaut, speelt Charles Aznavour de muzikaal begaafde telg van een gangsterfamilie. Ooit lagen de concertzalen van Parijs aan zijn voeten, maar na een noodlottige gebeurtenis is hij afgegleden tot eenzelvige cafépianist. In het meesterlijke Five Easy Pieces (1970) speelt Jack Nicholson een man van keurige komaf, met een gedegen muzikale opleiding, die alles achter zich heeft gelaten en nu zijn brood verdient in de olie-industrie. De piano staat symbool voor het burgerbestaan dat hij diep veracht, maar als hij een piano tegenkomt kruipt hij er toch steeds weer achter. En in cultfilm Fingers (1978) van James Toback is Harvey Keitel op zijn best als een explosieve figuur van wie lang onduidelijk is of hij aan het begin staat van een grote carrière als pianist, of als crimineel.

Idool

En dan de roem, de vrouwen, de staande ovaties. In Letter From an Unknown Woman (1948), de beste Amerikaanse film van Max Ophüls, is Joan Fontaine haar leven lang heimelijk verliefd op pianist Louis Jourdan: vanaf het moment dat ze hem als jong meisje door een raam hoorde spelen. Ze beleven een heftige, korte affaire. Maar als ze hem jaren later terugziet, kan hij zich haar niet meer herinneren, en begint hij haar gewoon opnieuw te versieren. Zijn talent heeft hij net als de liefde verkwanseld.