Circus Nibali, komt dat zien, komt dat zien

Tourwinnaar Nibali koerst in Nederland. Voor enkele tienduizenden euro's was hij te bewonderen in Stiphout.

Vincenzo Nibali is de voornaamste attractie tijdens het door hem gewonnen criterium van Stiphout. Foto’s ANP

Het is druk bij de sporthal van de St. Trudoschool in Stiphout. Terwijl renners als Lars Boom en Steven Kruijswijk al zijn gearriveerd, is het wachten op Vincenzo Nibali.

Steeds meer mensen verzamelen zich achter de dranghekken. Het is duidelijk voor wie de mensen gekomen zijn. „Hij komt over vijf minuten”, laat een verslaggever van de NOS terloops weten. En inderdaad, niet veel later arriveert er een grijs busje met Frans nummerbord met daarin de goedlachse Nibali. Hij lijkt zo te zijn doorgereden vanuit Frankrijk. Geduldig staat hij eerst de pers te woord om even later alle tijd voor de aanwezige fans te nemen. De Tourwinnaar heeft een sympathieke uitstraling. John van den Akker, die als bemiddelaar van Cycling Service zorgde dat de Italiaan naar het nabij Helmond gelegen Stiphout kwam, bevestigt dat beeld. „Hij is heel relaxed, bij vlagen extreem rustig. Dat is zijn karakter. Nibali heeft gewoon niet de branie van bijvoorbeeld Lance Armstrong.”

Dat Nibali gisteren naar Noord-Brabant afreisde is voor een groot deel te danken aan John Colen, voorzitter van de profronde van Stiphout. Hij vertelt dat hij snel moest handelen om de Italiaanse renner te krijgen. „We hebben een traditie dat gele-truidragers vaak naar Stiphout komen. Toen Chris Froome in de Tour uitviel, had ik gelijk het gevoel dat Nibali zou gaan winnen. Ik heb vervolgens direct met Van den Akker gebeld, om te vragen of hij Nibali wilde polsen. Die ging er vervolgens onmiddellijk achteraan. Van den Akker: „Ik ben eerst naar de manager van Nibali gegaan. Op de eerste rustdag sprak ik Nibali vervolgens zelf en die zei dat hij graag wilde komen. Twee jaar geleden was hij hier ook al, als secondant van Ivan Basso. De contacten waren er dus al; hij wist wie we waren.”

Colen vertelt dat de deal in feite binnen een paar dagen was gesloten. Om de komst van renners als Nibali, maar ook Boom en Kruijswijk mogelijk te maken wordt er gebruik gemaakt van vele sponsors. Colen: „Dat is nodig, want het kost veel geld om te evenement te organiseren. Wij geven op één dag uit wat Helmond Sport in vier maanden uitgeeft.”

Basissalaris opvijzelen

Voor de renners is het rijden van criteriums vooral traditie. Gerry van Gerwen, die als voormalig bemiddelaar aan Stiphout was verbonden, vertelt dat dit vroeger anders lag. „Toen moesten renners criteriums rijden om hun basissalaris op te vijzelen. Dat is tegenwoordig niet meer nodig. Nu is het meer cultuur, zou ik haast zeggen. Ik denk dat de renners zoiets hebben van: het hoort erbij.”

Maar toch blijft de vraag interessant wat Nibali nou krijgt voor zo’n eendaagse wedstrijd. Van Gerwen legt uit dat het berekend wordt op basis van verschillende factoren. „Allereerst wordt er gekeken naar de prestaties van een renner, de zogeheten actualiteitswaarde. Wat ook meespeelt is of er concurrentie van andere criteriums is op zo’n dag, en of de renner een serie koersen kan afwerken. Als hij alleen maar voor één criterium overkomt wordt de prijs opgedreven.” Om te berekenen wat een renner voor een criterium krijgt gebruikt van Gerwen een vluchtige rekensom. „De vuistregel is dat het één procent van het jaarsalaris is.”

Dat zou in het geval van Nibali neerkomen op zo'n 40.000 euro, afgaande op mediaberichten dat zijn salaris op vier miljoen euro per jaar ligt. Van Gerwen denkt dat dit bedrag echter flink overdreven is. „Ik geloof niet dat het zo hoog is. Als ie de helft krijgt feliciteer ik hem.”

Wanneer de vraag wordt gesteld aan bemiddelaar Van den Akker, countert hij de vraag: „Wat denk jij?” Op het vermoeden van 30.000 euro zegt hij dat deze schatting aardig in de buurt ligt.

Het is in ieder geval bij lange na niet het bedrag wat Lance Armstrong ooit eens kreeg voor de profronde in het Noord-Brabantse dorp. Naar verluidt kwam hij voor een bedrag van 100.000 dollar per privéjet naar Stiphout afgereisd. Desgevraagd bevestigt Van Gerwen dat bedrag, maar legt uit dat zoiets ook een investering is. „Hij was echt exclusief, want andere criteriums haakten af. Niemand anders kon dat betalen.” Zijn komst was cruciaal voor de groei van het criterium, zegt Colen. „Hij was onverantwoord duur, maar hij zorgde wel voor onze doorbraak. Voor onze naamsbekendheid was dat heel goed, hierna werden we gezien als de grootste van Nederland.” Van den Akker vult aan: „Er was toen veel meer media-aandacht en er werden 7.000 extra kaartjes verkocht. De organisator vond dat hij eigenlijk de goedkoopste renner was.”

Hoe dan ook, het publiek krijgt zo de grootste renners te zien.En voorlopig is Nibali nog niet klaar. De komende vijf dagen rijdt hij criteriums in België, en volgende week keert hij terug naar Nederland, waar hij dinsdag in Surhuisterveen te bewonderen is. Het Circus Nibali duurt voort.