Omvang fraude Poldermans niet te achterhalen

Op basis van data van internist Poldermans krijgen patiënten bètablokkers voor operaties. Maar deugde dat onderzoek?

Het onderzoek naar eventuele grootschalige wetenschapsfraude van de Rotterdamse internist Don Poldermans is als een nachtkaars uitgegaan. En dat terwijl cardiologen in Europa en de VS meer dan ooit botsen over de omstreden nalatenschap van Poldermans: de op basis van zijn onderzoek in 2009 ingevoerde richtlijn om patiënten vlak voor een operatie bètablokkers te geven ter bescherming van het hart. Die richtlijn had volgens sommigen al lang aangepast moeten zijn. De medicijnen zouden namelijk niet beschermend werken, maar het risico op sterfte juist verhogen.

Eerst het fraudeonderzoek. Poldermans werd november 2011 door het Erasmus Medisch Centrum ontslagen omdat datafabricatie was ontdekt in een aantal publicaties. Het was twee maanden nadat de fraude van de Tilburgse pycholoog Diederik Stapel aan het licht was gekomen.

Een tweede onderzoekscommissie ontdekte in 2012 datafabricatie in nog eens drie onderzoeksprojecten van Poldermans. Daarop stelde de raad van bestuur van het Erasmus MC, onder aanhoudende druk vanuit de wetenschappelijke wereld, begin vorig jaar een derde onderzoekscommissie in. Die moest het hele oeuvre van Poldermans doorlichten. Dit onderzoek heeft volgens het Erasmus MC tussen de 1 en 2 ton gekost.

Van de 495 publicaties waarbij Poldermans’ naam staat, heeft de commissie zich beperkt tot de 235 stukken waarbij hij eerste, tweede of laatste auteur is; daarbij was zijn betrokkenheid het grootst. Bijzondere aandacht ging uit naar de studie (DECREASE-1) die de basis heeft gelegd onder de in 2009 ingevoerde richtlijn omtrent het gebruik van bètablokkers bij operaties.

De commissie concludeert in haar rapport dat er geen verdere aanwijzingen zijn van fraude. Dat komt deels doordat de data en analysebestanden van de DECREASE-1 studie uit de jaren 90 niet meer beschikbaar waren. Met andere woorden: misschien heeft Poldermans destijds ook voor dit onderzoek gefraudeerd, misschien niet. Het is niet meer na te gaan. Analysebestanden van andere studies die nog wel beschikbaar waren, acht de commissie „zeer betrouwbaar”. Ze merkt op dat centrale opslag van data destijds niet verplicht was – inmiddels is het onderdeel van de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening.

Wel heeft de commissie her en der onzorgvuldigheden aangetroffen. Zo gaf Poldermans meerdere malen aan dat een studie was goedgekeurd door de Medisch Ethische Toetsing Commissie, terwijl die toetsing helemaal niet nodig was of niet had plaatsgevonden. De commissie acht dit „afkeurenswaardig”, maar geen fraude.

Met betrekking tot de bètablokkers-richtlijn schrijft de commissie dat die „momenteel onderwerp van discussie” is. Dat is zacht uitgedrukt. Cardiologen over de hele wereld vragen zich af waarom de richtlijn nog niet is aangepast, als al in 2011 duidelijk was dat er met de onderliggende data is gemanipuleerd. Waarom lijkt de European Society of Cardiology eraan vast te houden dat richtlijnen eens in de vijf jaar worden herzien? Waarom is er geen mechanisme om richtlijnen acuut te schrappen of aan te passen als onderzoek vals blijkt?

Londense cardiologen hebben vorig jaar, op basis van een meta-analyse (Heart, 31 juli 2013), aangetoond dat het gebruik van bètablokkers voorafgaand aan een operatie de kans op vroegtijdige sterfte met 27 procent verhoogt. Maart jl. publiceerden ze hun eigen, alternatieve richtlijn.